En opeens is het zo ver:
het huisje is klaar om ingericht te worden. Ik sleep een kastje uit het
atelier en zet het er in en het staat voor geen meter. Dus dat gaat er weer
uit. Dan eerst maar eens de gordijnen maken, om in stijl te blijven afkomstig
uit het Zweedse woonwarenhuis.
En als die hangen, dan weet ik het opeens, hoe het moet. En op wonderbaarlijke wijze vult het huisje zich met ‘brocante’ die in het grote huis in de weg stond te verpieteren. Het oude kastje van Paula, eerst in de B&B, toen dat ophield in de serre in een verloren hoekje zonder doel. De rotanstoel van de logeerkamer die je steeds opzij moet schuiven als je erlangs wilt, de stoel uit de woonkamer waar de mand met wol op staat, het hoogbenige naaikastje waar nu pennen en de schaar en van die dingen in zitten, het oude tafeltje van Tante Wemy. De lappendeken die ook altijd maar wat ligt te slingeren overal past er precies bij. Wat serviesgoed, koffie, thee, koektrommel: meer heeft een mens niet nodig.
Maar nee hoor, de schrijfster rammelt weer pittig door. Niet gehinderd door internet, want dat hebben we niet, in de boomgaard! En waar schrijft zij over...? Tja, dat verhaal moet nog verteld worden, er is een begin!
