vrijdag 3 december 2021

Dag Suus

 

                       

Ruim 13 jaar geleden haalden we Suus op uit Leeuwarden. Ze kwam uit een nest van vijf pups en fokster Suzanne Zaal had haar voor ons uitgekozen en zodoende kozen wij haar naam voor onze tweede Smous. Een paar maanden daarvoor was onze herplaatser Noa praktisch voor de deur doodgereden en dat was een schok die we nog maar nauwelijks te boven waren.

Zo brachten we haar thuis, bij de oude mopperpot Jack the Russell die al heel snel duidelijk maakte dat dat puppengedoe helemaal niks voor hem was. Vanaf dag 1 had Suus een erg enthousiaste manier van begroeten, ze begon dan te juichen, sprong tegen mensen op, moest iets in de bek nemen anders vergreep ze zich uit puur enthousiasme aan loshangende jaspanden of zijden sjaals. We hebben haar dat niet echt af kunnen leren. Het duurde ook nooit zo lang, daarna zocht ze haar plek weer op en had je geen kind aan haar. Dan haar neiging schoenen, sokken, pantoffels, alles wat  ze op de grond aantrof in uitzinnige vreugde bij je te brengen of ergens binnen of buiten achter te laten. Hoe vaak we haar niet verwenst hebben als we al haast hadden en er miste de helft van ons schoeisel!

Toen ze, héél schoorvoetend, een nieuwe huisgenoot, de kitten Spookje, had leren accepteren bleek dat laagje beschaving maar heel dun.  Een jaar later kreeg Spookje vier kittens. Terwijl ik even wegliep van de doos waarin ze geboren waren miste er bij terugkeer één, de enige rode van het stel. Suus werd uitvoerig ondervraagd maar wist van niks. Tot Suus’ vriend Spike een week later op kraamvisite kwam. Daar was Suus opeens met iets rossigs waar een staartje aan zat in de bek. Ze liet dat dingetje aan Spike zien en echt, ze was er gewoon trots op.

Suus kreeg op 22 november 2013 een nest met vijf pups. Eentje hielden we er, dat werd roversdochter Ronja. Ronja was heel anders dan haar moeder, geen gejuich, geen gesleep met schoeisel, geen kapsones waar te plassen en te poepen. Wel net zo’n goede muizen-, ratten- en mollenjager als haar moeder, zo niet beter. Samen hadden ze daar een hele strategie voor ontwikkeld. Ze konden ook soms opeens geweldig vechten en dan was het een hele toer ze uit elkaar te krijgen.

En opeens was Suus 13 en was er iets mis. Ze ging heel vaak zitten persen en dan kwam er niks. Bezoeken aan verschillende dierenartsen gaven geen uitsluitsel, tot de laatste. Die constateerde een gezwel ter grootte van een golfbal in haar buik tussen haar baarmoeder, blaas en endeldarm in. Er werden diverse opties aangedragen, scannen, operatie met onzekere afloop, mogelijke beschadiging van essentiële zenuwen. En toen we dat allemaal niet wilden voor Suus, restte er uiteraard maar één ding. We gingen naar huis met prednison en een middel om haar gemakkelijker te laten poepen.

De prednison zorgde voor een enorme opleving. We hadden onze Suus terug! Ze ging op jacht met haar dochter, ik wandelde alle weggetjes die we ooit samen hadden gelopen, ze was bijna net als voorheen. Maar dat ze om de 100 meter ging zitten persen door de druk van de tumor veranderde niet echt. We besloten het van dag tot dag te bekijken. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk. Maar langzamerhand ging ze achteruit. Ze moest ’s nachts een paar keer uit de bench om te plassen, ze trilde, het plassen en persen werd steeds frequenter.

En zo kwam de dag na een nacht waarin ze er vijf keer uit moest dat we besloten dat het moment daar was. De dierenarts die ons had bijgestaan heeft haar ook geëuthanaseerd. Ronja probeerde haar nog in beweging te krijgen en keek me niet-begrijpend aan.

We hebben haar in een warm dekentje gewikkeld en begraven op haar favoriete plek achter de kachel aan de buitenkant van het huis.

Dag Suus, dag liefste Suus.

 

 



woensdag 3 november 2021

Boleten eten

 


Het paddenstoelenseizoen is volop aan de gang. Soms kom je tijdens een wandeling mensen tegen met aan hun arm een mandje waar zorgvuldig een schone theedoek overheen is gedrapeerd. Ze kijken meestal nét de andere kant uit om een begroeting te vermijden en haasten zich steels verder. We hebben het al vaker gemerkt: je paddenstoelenvindplaats deel je niet. Die houd je voor jezelf en je naasten. Jaren geleden, toen ik bij een etentje, naïef als ik was, trots vertelde dat de parasolzwammen in het gerecht gewoon bij ons langs de weg groeiden, legde men de wijsvinger tegen de lippen en siste Mathilde dat je nooit, maar dan ook nooit je vindplaats onthult. Je eigen paddenstoelenplek moet je koesteren. Dus voortaan zwegen wij en lieten de parasolzwam voor wat hij was, zo lekker was hij nu ook weer niet.

We eten wel eens een kip uit de oven bij B(r)oer en ik trof daar in de saus zwarte sliertjes. Wat was dat voor griezeligs? Moest je die opeten? Er werd licht meewarig geglimlacht. Het betrof hier één van de smakelijkste paddenstoelen van Frankrijk, de chanterelle. Niet te verwarren met onze cantharel, want die is helemaal goudgeel en heet hier Girolle. De Chanterelle heet in het Nederlands ‘Hoorn van overvloed.’ Of misschien ook niet, in de paddenstoelennaamgeving is de laatste jaren veel gewijzigd.  Desalniettemin, prachtige naam. Toen ik er voorzichtig van proefde moest ik toegeven: zeer smakelijk. De daaropvolgende uren hield ik nauwlettend de situatie in mijn ingewanden in de gaten maar behalve misschien wat extra boertjes gebeurde er niets alarmerends. En de volgende ochtend werd ik ook net als altijd weer wakker.

We waren dan ook zeer vereerd toen we door nicht R. en haar vriend P. werden uitgenodigd op een zondagmorgen paddenstoelen te gaan plukken op de Geheime Plek van P. Compleet met mandje (te klein, vond P. maar je wilt ook niet gulzig overkomen, natuurlijk), speciaal paddenstoelenmesje, laarzen en regenkleding gingen we op pad. Het was uitstekend paddenstoelenweer, zacht, stormachtig en het regende pijpenstelen. Heerlijk zo, struinen door het bos! We reden eerst tijd met de auto door het woud en plotseling stonden we stil. We waren er. Na een korte instructie werden we erop uit gestuurd Chanterelles te vinden. De te kleine lieten we staan. We ontwikkelden al snel het juiste oog voor deze toch vrij onopvallende paddenstoeltjes en de mandjes vulden zich. We zagen ook wel andere paddenstoelensoorten maar we hielden ons bij de veilige chanterelles. In onze jacht drongen we steeds dieper het woud in. Het had iets oerwoudachtigs, oud, niet onderhouden, een rijke vegetatie, prachtig.

Na een uur hadden we genoeg, en passant vonden we ook nog wat eekhoorntjesbrood en vervolgens gingen we weer naar huis. Een deel van de oogst aten we met de familie direct op, gebakken met stukjes kalkoenfilet, flink wat knoflook en zure room. Er werden grote plakken gebakken aardappel bij geserveerd. Zó lekker! De avond daarop maakte ik er een overheerlijke omelet mee en de rest is gedroogd in de dehydrator.

Vandaag dronk ik koffie bij Mathilde. Ze vertelde dat ze gisteren in het bos geweest was, met zoon en schoondochter en een vriend uit het dorp. Ze hadden bijna niks gevonden. ‘Waar?’ vroeg ik achteloos. Ze vertelde het me. Het woud is groot, maar ik wist waar ze had gezocht. De werkster die even was aangeschoven voor een bakje koffie was ook wezen zoeken. ‘Niks, drie kleine cèpes.’ Even streden de waarheid en ‘m verzwijgen om het hardst. Toen zei ik dat wij er met P. waren geweest. Oh, P! Die had zoveel verstand van paddenstoelen! Hij ging ook altijd diep het bos in, vond Mathilde. Zij zocht dichter bij de weg, lees: ze speurden al rijdend  in hun auto vanuit het open raampje de bosrand af. Mijn romantische idee van ‘iedere Fransman zijn eigen plukplek’ verdampte daar in het stralende herfstzonlicht. 

Het is jammer, maar niet anders: met zoveel kapers op de kust en maar een beperkt aantal bossen is dat dus eigenlijk gewoon gezwam.

zondag 23 mei 2021

Taart


 

Frankrijk kent een rijke patisseriegeschiedenis en het maken van gebak en taartjes is een kunst waar je je echt aan kunt vergapen. De gebakjes hebben de prachtigste namen zoals Millefeuilles, Amandine en Paris-Brest en er zijn allerlei tartes met fruit en natuurlijk de flans en éclairs. Al dit lekkers wil graag opgegeten worden.

De vraag is alleen wanneer.  ‘s Ochtends bij de koffie is het eten van gebak hoogst ongebruikelijk en taartjes bij de goutter (het vieruurtje) eten is ook niet de gewoonte, behalve misschien met een verjaardag of iets anders feestelijks. Dus wordt een taartje vaak als dessert gegeten, wat ik persoonlijk jammer vindt want dan heb je doorgaans niet zo’n trek meer. Wij houden onder ons dus het Hollandse tijdstip theetijd aan.

Het aanschaffen van een gebakje in een boulangerie/patisserie is niet zomaar even wat. Je wijst aan wat je wilt hebben en afhankelijk van de hoeveelheid taartjes én de behendigheid van de bakkersmedewerkster worden  ze dan op een kartonnetje of in een doosje geschoven. Een enkele keer is het doosje te klein en moet alles weer omzichtig omgepakt worden, we gaan niet proppen.  Om het kartonnetje heen wordt een mooi papiertje gevouwen dat aan de onderkant wordt vastgeplakt met enkele flinke stukken plakband. Dan wordt er bovenop een mooi puntje in het papier gedraaid, daaromheen gaat vaak een bijpassend lintje dat nog eens weer omhoog gehaald wordt in een mooie strik die dan met een sticker van de winkel wordt vastgezet. Je kunt het geheel dan dus dragend aan die punt vervoeren. Gaat het gebak in een doos, dan wordt ook altijd het deksel met een stuk tape aan de onderkant vastgemaakt, soms aan drie kanten. Allemaal met aandacht gedaan en heel stevig, maar zie jij bij thuiskomst er maar eens in te slagen je taartjes heel uit de verpakking te krijgen. 

Vooral die eerste versie is echt werk voor twee personen, de één houdt het pakketje aan de punt in de lucht, de tweede doet haar best het plakband zo door te snijden dat niet al het lekkers zo op de vloer ploft. Ook met de doos gevuld met taart is het even goed opletten de boel horizontaal te houden. Het is misschien een beetje gezeur op niks af, maar ik geef het je te doen, zo’n prachtig opgemaakt Frans gebakje ongeschonden op een bordje te krijgen.

En als je het dan in Frans gezelschap gaat opeten kijkt men verbaasd naar het vorkje dat je bij het gebakje geserveerd hebt. Want zij eten het met de koffielepel. Ook de Millefeuilles.

Zo zitten er ook in een gebakje toch zomaar weer een paar cultuurverschillen! 

 

donderdag 6 mei 2021

Prikken

 


 

Afgelopen week was het zover: man en ik zouden gevaccineerd worden. Man had met de huisarts gebeld en zij vertelde hem dat hij een week later mocht komen. Hij was een beetje vergeten te vragen of ik ook mocht en dat bleek geen probleem, dus  stapten wij om 13.00 uur de spiksplinternieuwe Pôle Santé van La Ferté binnen. In de wachtkamer zaten zo’n tien te vaccineren personen op gemiddeld minder dan een meter van elkaar af en er was een jonge moeder met haar zieke peuter. Die vertelde dat ze een afspraak had om 12.15, dus de rest van de aanwezigen bereidde zich zonder veel gemopper voor op een uurtje wachten. Er kwam een oudere dame met een sandwich binnen en die stapte gelijk door naar de behandelkamer. Wij in de wachtkamer keken elkaar verwonderd aan: wat deed zij voor te dringen? Maar al gauw bleek deze dame ingezet te zijn voor de administratie. De moeder met haar zieke kind was inmiddels naar binnen en wij kregen een formulier om in te vullen. Als je geen pen bij je had, kreeg je er een van de medewerkster, niet ontsmet ofzo. Ik sta nog steeds in Nederland ingeschreven en beschik daardoor niet over de pas  die alle deuren opent: de Carte Vitale. Maar dat was geen enkel probleem, vaccins genoeg.

Het zieke kind keek een heel stuk vrolijker toen ze weer bij de dokter vandaan kwam en toen ging het los. Er werd ons verteld dat er vier mensen voor mochten want die moesten nog aan het werk. Dat gaf gemor in de gelederen, want er bleken er meer die moesten werken. Er kwamen vanuit een andere gang twee mensen die bij de huisarts naar binnenliepen. Vervolgens mocht ik, samen met een andere mevrouw, die haar buurman had meegenomen. Ik begreep dat het met deze meneer niet zo goed ging. De dokter sprak haar streng toe waarom ze hem had meegenomen nadat deze mantelzorger had  verteld dat hij gisteravond niet had gegeten en vanmorgen nog had overgegeven. Intussen werd zij door een derde persoon geprikt.

Toen was ik aan de beurt en kreeg ik een bloeddrukmeter omgeslingerd. Bloeddruk prima. Ik vertelde dat ik op 25 maart positief getest was op Covid 19 maar maar een weekje ziek geweest was. Dan waren we snel klaar: ik hoefde pas over drie maanden terug te komen voor een vaccinatie. Ik vertelde nog dat mijn huisarts in NL had gezegd dat dat na vier weken kon, maar kennelijk hebben we het hier over een verschillend virus want volgens haar was er geen noodzaak nu te prikken: ‘vous-êtes immunisée.’ Over een paar maanden met alle plezier, maar nu niet. Ik vond het prima. Ik moest in een andere wachtkamer plaatsnemen, mijn man kwam er zo aan, hij moest een kwartiertje blijven na de Pfizerprik.

Er zat nog een stel te wachten en de mantelzorger wachtte op haar buurman, die door de arts naar de wachtkamer werd teruggebracht. Hier voer ze tegen hem (en haar) uit over dat hij GEEN vet mocht eten en GEEN gasvormende groenten. Ter verduidelijking noemde ze het hele scala van broccoli tot witte kool aan toe. En wat hij dan wel at. Gezien zijn algehele broze uiterlijk leek mij dat hij niet veel voedsel tot zich nam, maar dát hij moest eten, brood of groentesoep, bijvoorbeeld, verdeeld in kleine porties over de hele dag, werd hem luid en duidelijk meegedeeld. En deze dwingende en luidruchtige vorm van hulpverlening vond ik ook best wel een beetje apart. Ook tegen man voer ze uit omdat ze zijn bloeddruk te hoog vindt (elke keer als hij haar ziet schiet die de hoogte in) en ook dat werd uitgebreid besproken waar iedereen bij zat. Na deze nieuwe ervaring stonden we na het vereiste kwartier weer buiten in de zon en mogen we in juni terugkomen.

Ter geruststelling: thuis was die bloeddruk weer prima. En maakt hij voor haar een lijstje.

dinsdag 9 maart 2021

Blauwe regen

 




 Hsiao Aristides on Unsplash


In het eerste jaar van ons verblijf in La Noblet kochten we een Blauwe Regenstruik. De Wisteria, in het Frans heet hij Glycine, vind ik echt horen bij een Frans huis. De Blauwe Regen klimt langs de gevel omhoog (ook wel geholpen met draad) en kan enorm groot worden. Daar was het eerste jaar natuurlijk weinig van te zien. De plant moest haar weg vinden en dat duurt wel even. Het tweede jaar schoot het al wel iets op, maar bloemen, ho maar. In het derde jaar bereikten de ranken de ramen op de 1e etage en nu kon ik haar ook vanuit mijn slaapkamerraam in toom houden. Maar ja, kennelijk hadden we door een verblijf in NL de bloei net gemist want ik zag bij terugkomst wel een stuk of vijf uitgebloeide trosjes. Maar hij schoot wel lekker op nu! In jaar vier zou het helemaal goed komen.

Deze winter kregen we het lumineuze idee een aanbouwtje aan de voorzijde van het huis te maken, zodat we meer ruimte voor jassen en schoeisel hebben én er aangenaam kunnen zitten in het vroege voorjaar. Nu hebben we een architect nicht in de familie en haar zetten we aan het werk zo’n erker te tekenen. Pas toen realiseerden we ons dat de Wisteria voor de uitbreiding zou moeten wijken. Dat was een beetje een domper. We tekenden de serre af op de muur en toen bleek dat we de struik naar links op konden schuiven. Daarvoor moesten we wel een hele partij narcisbollen uitgraven en mijn kruidentuintje opofferen maar dat zou toch moeten. Het was een zonnige, maar ijskoude zaterdagmiddag en de zon was nét weg daar waar wij bezig gingen, dus gelukkig kregen we het wel warm van het werk. Graven in Normandische klei is geen sinecure, er zitten ongeveer evenveel keien als klei in de grond en daarbij moet je dan ook nog de wortels van de struik ontzien dus met de houweel kun je niks beginnen. De Wisteria had goed haar best gedaan zich in de afgelopen droge zomers zo diep mogelijk te wortelen. Ik zal het geraas en getier bij het uitgraven laten voor wat het was, op enig moment opperde ik dat we ook voor 20 euro een nieuwe konden kopen, maar toen was het leed al bijna geleden en kon, door met een laatste schier bovenmenselijke krachtsinspanning de diepste wortel los te trekken, het hele zaakje 30 cm opzij gezet worden. Vervolgens nog even de rolsteiger in elkaar zetten om de plant in te korten zodat ze haar energie in nieuwe wortels kan steken en toen was het klaar.

Inmiddels had ik er een paar zaaddozen afgeknipt en die meegenomen naar binnen. Met geen mogelijkheid waren ze open te krijgen. Ik zat te lezen toen ik plotseling een soort pistoolschot hoorde en ik iets met hoge snelheid voorbij zag vliegen. Het duurde even voordat ik vond waar het vandaan kwam. Tot mijn stomme verbazing was er zo’n peul uit elkaar geknald waardoor de zaden met kracht door de keuken geslingerd waren. Gelukkig vonden we ze wel terug. Twee. We hebben nog twee van die tijdbommen op tafel liggen.

Ik heb ze in een bekertje water gedaan om sneller te ontkiemen en vandaag in een potje aarde in de kas gezet. Ik las dat het wel tien jaar kan duren voor zo’n uit zaad gewonnen plant wil bloeien. Voor deze moederstruik hopen we vooral dat zij het overleeft en ons toch binnen enkele jaren zal verrassen met overvloedige bloemtrossen. Voor haar eventuele dochters weet ik wel een paar bestemmingen.

Nu nog even goedkeuring krijgen van de gemeente van onze negentien pagina’s tellende bouwaanvraag voor 6m2 extra ruimte. Aangezien de kadastertekening van geen kanten klopt en er een nieuwe wet is die bepaalt dat iedere woning op 400 m afstand van een brandkraan óf waterbuffer moet staan kan dat nog wel eens een probleem geven, maar over een maand! weten we meer. In elk geval weten we dan wel of onze Wisteria het overleefd heeft en we ooit een vergelijkbaar plaatje kunnen zien….





Beth Macdonald on Unsplash

maandag 4 januari 2021

Nieuwe bakker

 


Ook al ben je al jaren in Frankrijk,  je blijft je verbazen over zaken die je als praktisch ingestelde Hollander heel anders aan zou pakken. Waarbij opgemerkt moet worden dat als je afleert je er druk over te maken, het in de meeste gevallen wel went.

Er is weer een bakker in het dichtstbijzijnde (6 km) dorp V. Er was al lange tijd sprake van, hij zou eerst op 1 september opengaan, toen 1 oktober en uiteindelijk is dat dan 2 januari geworden. Leek mij een verkeerde tijd, zo vlak ná de feestdagen maar ik was even vergeten dat die nog niet voorbij zijn: rond Driekoningen eet men ‘la galette des rois’, een soort zoete pastei van bladerdeeg, gevuld met verschillende ingrediënten zoals appels  of frangipane, een soort amandelspijs. In de taart verborgen zit een ‘fève’, vroeger een boon, inmiddels een porseleinen poppetje uit de kerststal of een andere figuur. De fèves zijn  een verzamelobject geworden. Als je het treft dat de fève in jouw taartpunt zit ben je de koning en mag je de rest van de dag de gouden kroon, die wordt meegeleverd met de taart, op je hoofd zetten. En een wens doen natuurlijk.

Ik bestelde zaterdag zo’n taartje (voor 8 personen, 23 euro) en ik was bepaald niet de enige, het liep storm bij de bakker. Ik nam gelijk een stokbroodje mee, de maat der dingen. We vonden ‘m een beetje compact, maar hij had wel een bite.

De commune had erg veel behoefte aan een bakker en daarom ondersteunt de gemeenschap zo’n ondernemer financieel. De bakker en zijn gezin woonden al een paar maanden in het pand, maar de bakkerij zelf verkeerde nog in dezelfde staat als waarin hij ongeveer een jaar geleden verlaten was. Tikje verveloos, dezelfde stickers op de etalageruit, dezelfde naam op het mooie uithangbord, hetzelfde lijstje met openingstijden. Eind december hing er een klein roze briefje op de deur waarop stond dat ze op 2 januari weer open gingen. Het is een heel klein winkeltje en nu met de Covid mogen er maximaal twee personen binnen zijn, maar veel meer past eigenlijk ook niet. Nieuw is het sandwichbord buiten met daarop vermeld dat je er ambachtelijk ijs kunt kopen. Ook in januari.

Zondagochtend waren we laat op, maar ik toog toch vol goede moed naar de bakker om z’n pains-au- chocolat te testen en m’n galette op te halen. Ik moest buiten aansluiten in de rij. Eenmaal binnen waren de pains-au-chocolat op en bleek je niet met je bankpas te kunnen betalen. De moeder van de bakkersvrouw was overduidelijk gestrest door het feit dat er van alles op was en ging informeren hoe het met de pains was. Dat ging nog een kwartier duren en aangezien een kwartier gemakkelijk uitloopt tot een half uur zag ik ervan af. De kleine meid van de bakkersvrouw vond het allemaal maar niks dat ze haar maman met klanten moest delen en simuleerde hevige buikpijn. Ze liet zich uiteindelijk onder luid gejammer van de werkvloer af duwen, haar handje omklemde nog even de deurpost, maar dat zag maman gelukkig. Ik heb zelf ook een winkel aan huis gehad dus ik ervoer een soort déja vu. Ik had ook geen cheque of voldoende cash bij me om de galette kunnen betalen, dus ik kon met lege handen naar huis.

Een uur later was ik weer terug, met cheque. Ik vroeg nog even voor de zekerheid naar de openingstijden en die waren, zoals al verwacht, anders dan op het bord voor het raam. Je zal toch op woensdagochtend tevergeefs voor de deur staan voor een ontbijtje terwijl er staat dat de winkel open is. Ook de naam van de bakkerij was veranderd: op de cheque mocht ik ‘Aux saveurs de V.’ invullen. Prachtig. De galette was heerlijk en smaakt naar meer.

Nu nog even een ander uithangbord, nieuwe stickers op de ramen, de kozijnen in de verf en een pinapparaat, de juiste openingstijden op de deur en dan kan de zaak open.

O, o nee, dat waren ze al.