Afgelopen zaterdag werden vrienden in alle vroegte uit hun
bed gebeld. Ooit hadden ze hun telefoonnummer gegeven aan de hoogbejaarde
buurman, twee huizen verderop. Voor als er eens iets was. Veel contact was er nooit
geweest.
En nu had meneer gebeld. Mevrouw lag boven in bed en kon er
niet uitkomen en ze moest heel nodig naar de wc. Hulpeloos stond meneer
bovenaan de trap in zijn gestreepte pyjama. De vrienden liepen naar boven en
probeerden mevrouw eerst maar eens rechtop te zetten, wat niet meeviel. Mevrouw
wilde haar helpers niet aankijken, ze fluisterde heel zacht: ‘Ik wil dood, ik
wil dood,’ haar mond een harde, strakke streep.
Toen ze haar eenmaal overeind hadden poepte mevrouw direct.
De poep liep langs haar benen en plofte op het zeil. Gezamenlijk sleepten de vrienden
mevrouw naar de badkamer, die nog volledig in de jaren zeventig stijl en niet
erg bejaardenvriendelijk was. ‘En dan moet je dat schoonmaken,’ zei Vriendin.
‘Je hebt er geen idee van hoe smerig de poep stinkt van iemand die je niet
kent.’
‘Dood,’ zei mevrouw alleen maar. ‘Ik wil dood.’ Meneer's tanige
handen klampten zich aan de mouw van zijn vrouw’s nachtpon vast. ‘Lieverd,’ zei
hij steeds, ‘Lieverd, toe nou toch.’
Er kwam iemand van de thuiszorg. Zij bezoekt het echtpaar
drie keer in de week een half uurtje om het stel te wassen en in de kleren te
hijsen. Een zoon van in de zestig komt vier keer in de week om de boel een beetje
aan kant en in de gaten te houden. De dochter woont ver weg en komt eens per
week. Onze vrienden hebben zich uit de voeten gemaakt voor ook zij zouden worden
ingeroosterd voor de mantelzorg. Vriendin heeft zelf nog een oude vader die toenemende
zorg behoeft.
Verontrust keken wij, (bijna) zestigers, elkaar aan na dit
verhaal. ‘Hoe zal dat straks gaan bij ons?’
Drie jaar geleden sliep onze geliefde Jack the Russell in mijn
armen thuis op de bank rustig in, na een gewaardeerd leven. Iedereen die wel
eens een hond heeft laten inslapen weet op enig moment zeker dat het klaar is. Hij
en wij hadden besloten dat het goed geweest was, zo.
Onze geliefde mensen bereiken in de nadagen van hun leven
het stadium waarin ze hun waardigheid volledig verloren hebben en eindigen in
volstrekte schaamte. Als toch een vreemde je stront tussen je dijen vandaan
moet wassen en je in een schone onderbroek moet hijsen, uiteindelijk gaat het
altijd daar over.
Zo zie ik het voor me: op mijn favoriete plekje in de tuin,
op een mooie zonnige dag, glaasje
witte wijn erbij en dan die pil, die ik heel geruststellend al jaren in huis heb, doorslikken. Ik hoop
dat dat mij en vele anderen gegund is, wanneer wij ons leven voltooid achten en het goed geweest is, zo.
