donderdag 21 november 2019

Een stukje lopen





Ik had natuurlijk gewaarschuwd moeten zijn, toen ik de auto parkeerde bij het vertrekpunt van de wandeling die ik samen met Luus ging maken. Ik had een prachtig mapje wandelingen aangeschaft bij de OdT in L’Aigle en er een wandeling van 5 km uitgekozen op niet al te grote afstand van huis. Er stond geen waarschuwing in tegen mogelijke jagers, dus Luus hoefde haar fluorescerende jasje niet aan. Volgens de eerste aanwijzing moest ik vertrekken vanaf het ‘panneau de départ’. De borden die ik vond verkeerden in verregaande staat van ontbinding, maar ze waren nog nét te lezen. Ach, wat kon me gebeuren, gewoon de gele strepen volgen en voor de zekerheid de folder met wandeling mét kaartje in de zak.

Maar volgens goede Franse gewoonte ging het al na een paar honderd meter mis. Dankzij de kaart was ik wel de goede kant uit gelopen, maar wat volgens de instructies een onverhard weggetje zou moeten zijn was inmiddels geasfalteerd en ook naambordjes die de route moesten verduidelijken ontbraken. De rondwandeling kruiste twee keer de A28, niet een weg om zomaar even over te steken, dus ik was heel benieuwd hoe we dat gingen oplossen. Kaart zo gedraaid dat ik snapte hoe ik verder moest en niet gehinderd door énige gele streep arriveerde ik tot mijn stomme verbazing na twee km bij een onderdoorgang voor wild. Die verbazing lag meer aan mij dan aan de bewegwijzering, want wat ik had gelezen als kunstwerk (‘un bel ouvrage d’art) dat ik niet kon vinden en waar ik al erg over had gemopperd, bleek in de praktijk een wildtunnel. 



Eenmaal daar onderdoor wees het pad zich redelijk vanzelf. We passeerden een klein kapelletje. Ik was er best trots op dat ik dat helemaal op eigen kracht bereikt had want ook hier vond men het wel gebakken met die gele strepen. Ik stak de weg over, er was maar één pad dat pittig steil omhoog liep (dat stond ook in de beschrijving) en we kwamen langs een geheel overwoekerde woning. Er stond een brievenbus voor waarvan de klep ontbrak maar die nog wel op slot zat, al had iemand hem wel geprobeerd te forceren.  Ik tuurde door de ontstane opening. Er zat een belangrijk uitziende brief in, gedateerd 5 mei. Ik had zomaar het idee dat er toen ook al niemand meer woonde maar ja, als postbode blijf je op je post. Ik liep nu langs een buurtschapje met grote huizen en gekleurde kinderfietsjes in de tuin. Bij de driesprong volgde ik de route op de kaart en toen, langs een stuk rechte weg zonder enig zijpad stond daar zomaar opeens een gele streep op een boom! 


Dat gaf moed, want nu we weer in de buurt van de A28 kwamen vreesde ik toch wel een beetje voor het vervolg van de wandeling. Die vrees bleek terecht.



Op een boom stond dat ik rechtsaf moest. En hoe ik dat ook bekeek, ik zag geen pad of weg rechtsaf. Ik kon wel de weg naar links vervolgen, dus dat deed ik maar een halve kilometer. Er kwam echter geen zijweg dus ik keerde terug op mijn schreden. Luus keek me wat ongerust aan. Het zou zomaar kunnen dat ’t arme dier best al wel een beetje moe was, ze is al elf en ze heeft de afgelopen weken niet veel training gehad. Net als haar mens, overigens, die nu begreep dat ze terug zou moeten keren en op zoek moest naar de Départementale. Na een keer vergeefs een oprit te hebben opgelopen kwamen we uiteindelijk uit op de D12. Nu moesten de laatste kilometers langs de weg gelopen worden, daar heb ik altijd een pesthekel aan. Ondertussen had ik al een heel betoog gecomponeerd om mijn beklag te gaan doe bij de OdT over wéér zo’n wandeling waar geen hout van klopt. Maar iets zegt mij dat ik met mijn commentaar de handen niet echt op elkaar zal krijgen.  Laat staan dat er op de planning voor volgend jaar het nalopen van de wandelingen uit het gidsje van de Pays d’Ouche Nord zal staan.

Overigens ken ik een wandeling rond een buurtschapje in Salland, waar je jezelf met een pontje over de beek kan trekken om aan de overkant weer verder te wandelen. In de loop der jaren heb ik het pontje langzamerhand één zien worden met zijn omgeving. De laatste keer dat ik er was het pontje half gezonken in het geboomte en was het touw doormidden.  Toen je nog wel naar de overkant kon werd het ook geheel aan je eigen initiatief overgelaten hoe nu verder. Dus enige ervaring met mislukkende wandelingen is mij niet vreemd. 

Dus nu kan ik ze daar in L’Aigle wel over de balie trekken, maar dan heb ik boter op mijn hoofd. Eerst binnenkort maar eens checken hoe het nu zit, met dat pontje. Of het alweer functioneert. 
En dan, na nog wat randonnées hier ter plaatse, misschien eens voorzichtig opmerken dat het misschien tijd is de wandelingen weer eens op te frissen. Ik wil er best op uit, met een blikje gele verf en een kwast. Wel pas na het het jachtseizoen. 


maandag 11 november 2019

Eetfeest



Het is niet voor het eerst dat ik het ga hebben over de Fransen en hun attitude ten aanzien van voedsel. Het onderwerp blijft me boeien omdat het zo héél anders is dan hoe Nederlanders met eten omgaan.

Doordeweeks is er op Radio France Blue Normandie van 9 – 12 een programma dat iedere keer een ingrediënt in het zonnetje zet, waarna luisteraars mogen inbellen met hun persoonlijke recepten. De crème, roomboter, kazen, jambon cru en crèmes fraiches vliegen je om de oren als onmisbare ingrediënten voor nagenoeg iedere schotel. Voor elk recept is er wel een persoonlijke variant die de beller graag wil delen met de luisteraars van dit uiterst populaire programma. Ook de presentatoren slagen er steeds weer in hun oprechte bewondering en appetit voor het recept breed uit te meten. Zo langzamerhand ga ik er steeds meer van verstaan en ik ben zelfs al een keer met een pen en papiertje in de weer geweest om een recept op te schrijven.

En nu gaan wij ons ook eens storten in zo’n weekend vol smaak, kleur en geur: het Coquilles-St-Jacquesfeest in Port-en-Bessin. Eens kijken hoe dat nu echt is! Op zaterdagochtend rijden we naar dit pittoreske havenstadje tussen Arromanches en Omaha Beach. Reeds in de buitenwijken wordt al duidelijk dat het niet zomaar iets is, dit feestje! Honderden campers staan hutje mudje langs de weg en op alle mogelijke andere plekken opgesteld. Hun eigenaren wandelen met hun boodschappenkar richting haven of komen er al van terug. Dit is nl het hoogtepunt van het feest: het zijn de enige twee dagen in het jaar dat de Coquilles St Jacques plus nog een aantal vissen zoals rog en schol rechtstreeks bij de groothandel kunnen worden ingekocht. Dus dan wordt de vis bepaald niet duur betaald! We worden naar een parkeerplek gedirigeerd en wandelen naar het centrum.

Op de markt kun je overal proeven van de talloze bereidingswijzen van de Coquilles en andere vissige gerechten. Zo is er ook een stand met talloze soorten vispaté in diverse samenstellingen. We proeven, rollen met onze ogen, smakken nog een keer beleefd en vinden eigenlijk alles lekker zodat we onze wandeling hervatten met een tas vol potjes. Onderweg staan mensen in de rij voor de restaurants die deze aandacht kennelijk verdienen. En dan is het nog lang geen etenstijd.

Tenslotte arriveren we in de hal, of eigenlijk, de hemel. Voetje aan voetje schuifelen we langs de bergen Coquilles, schol, rog en andere vissoorten. Ergens loopt het vast, daar demonstreert een visser hoe je zo’n schelp open snijdt. Er spuit een straaltje zeewater in het gezicht van een van de omstanders, die daar natuurlijk niet boos om wordt. En ondertussen wordt er aangeschaft of het niks kost. Wij nemen 5 kg mee voor 50 euro voor ons avondmaal met zes personen, hetgeen neerkomt op vijf noisettes per persoon.



Maar eigenlijk stelt dat helemaal niks voor. Als B(r)oer en schoonzus in de loop van de volgende ochtend terugkeren voor nog een maaltje voor thuis is er niets meer. De voor het feest ingeschatte 40 ton is niet genoeg gebleken. Alles is schoon op. En als ik nu heel eerlijk ben (en dat is vloeken in de kerk) vind ik die schelpdieren zoals men ze thuis of in de restaurants bereidt, niet eens zo heel erg lekker. Volgens goede Franse traditie worden ze heel ‘puur’ gegeten, dus met heel bescheiden toevoegingen, beetje prei, beetje zout, beetje peper,schepje warme crème fraiche. ‘Je proeft de zee.’ Dat zal, maar ik prefereer ze in stukjes gehakt in een roomsausje met en scheutje witte wijn, garnalen en nog wat witte vis met pittige Hollandse kaas en paneermeel gegratineerd in de oven. Bij het opdienen een snufje verse peterselie erover. Klinkt vast nogal patatje met in Franse oren, maar dán vind ik ze héérlijk!  Durf ik France Blue ook eens te bellen met mijn recept? Of misschien beter van niet..?







woensdag 6 november 2019

Poep


Vandaag is onze fosse septique (rioleringssysteem)  door twee officiële jongeren van de SPANC afgekeurd. We krijgen een jaar om het in orde te maken. Maar we hoeven ons niet te haasten. Als het wat langer duurt is het ook niet erg.


De jongeman en de jongedame hebben een hele stapel papier bij zich waar niet alles helemaal van klopt. Ons adres niet, wie de eigenaren zijn van de woning die nog op naam van B®oer staat en ook een aantal andere data is niet correct ingevuld. Ze hebben hele stoere modderlaarzen aan en het meisje heeft een soort stevige tentharing bij zich waarmee ze op onvoorspelbare plekken in de grond prikt. De SPANC, die erg tegen de zin van inwoners is opgericht en jaarlijks zo’n 22 euro kost waar je als particulier niets voor krijgt, heeft haar zaakjes niet echt op orde. Iedere tien jaar moet een rioleringssyteem officieel gekeurd worden en bij verkoop moet de notaris over de juiste staat van de riolering beschikken. Het is gebleken dat de laatste controle bij ons op 7 september 2009 heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat wij niet ook nog eens voor € 180 deze keuring hoeven te betalen, want zij hebben dat niet volgens hun eigen richtlijnen binnen tien jaar gedaan. En daar hebben we dan dus inmiddels zo’n 200 euro voor betaald.  

We hebben de keuring wel nodig, want wij willen La Noblet kopen van de erven, waarvan we er zelf ook één zijn. Er is uiteraard een riolering, eentje die op gezette tijden lekker verstopt raakt zodat Hoofd Uitvoering Lediging Rioleringssyteem weer een groot gat in het grint mag graven om het deksel van de beerput te lichten. Als hij heel eerlijk is vindt hij dat niet eens zulk vervelend werk. Lekker met de draailier de pijpen leeg pulken, grote brokken wittig vet loswrikken (Huid? Shampoo? Ecologisch wasmiddel?) en de boel dan weer heerlijk laten stromen. Hij neemt na deze klus wel een extra lange douche. Zonder zeep.

Onder en langs ons huis loopt dus een stelsel van overlopen en pijpen dat uiteindelijk uitloopt in de wei van B®oer. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hoewel het hele zaakje tegen de tijd dat het daar in een zinkbed arriveert geheel schoon water is geworden mogen wij natuurlijk niet ons afvalwater in iemand anders’ wei dumpen. Dat stamt nog uit de tijd dat La Noblet een woongemeenschapje was met diverse opstallen en afvoeren met het daarbij behorende land. Overigens is er wel een aparte regenwateropvang onder een deel van het huis, die wij gebruiken om de tuin ’s zomers te sproeien. Heel eco dus.

Maar het moet anders, niet meteen deze maand, dit of volgend jaar. Beter dat we het wel goed regelen, want bij latere verkoop van het huis telt een al dan niet goedgekeurde riolering zwaar mee in de prijs. Maar eens onderzoeken of er nog ergens een subsidiepotje is met een beetje geld er in, want de kosten van deze operatie gaan al flink tegen de 10 000 euro lopen. Nog afgezien van de enorme graafwerkzaamheden die plaats zullen vinden op ons voor alle voorschriften waarschijnlijk iets te krappe erf en de daarmee gepaard gaande overlast. Wat toch een toestand voor die gewone menselijke behoeften, in ons huisje op de heuvel met dichtstbijzijnde buren op ruim een km afstand.

Maar goed, de eerste horde is genomen. Nu maar kijken hoe lang het allemaal gaat duren. Dat rapport, bedoel ik dan. 



dinsdag 10 september 2019

Opruimen





Als je naar een kleinere woning verhuist kan het niet anders of je moet opruimen. Wij verhuisden eind januari 2018 naar Normandië. Aangezien het (vakantie)huis waar we gingen wonen al helemaal was ingericht, moesten we dus van een hoop zaken afstand doen. Omdat we tegenwoordig ontspullen leuk moeten vinden, je wordt er zo ‘zen’ van, gingen we met frisse moed aan de slag.  Meubels hoefden nauwelijks mee en vonden ook een weg naar anderen. Keukenspullen idem dito. Dozen vol boeken gingen naar het Goed, evenals nog veel meer spullen die we niet meer nodig hadden of domweg niet konden plaatsen. Omdat het huis bewoond werd door Jongste Dochter en vriend hoefde nog niet álles weg, ze moesten eerst maar eens bekijken of het beviel, hier te wonen en dan misschien ons huis kopen. Uiteindelijk vertrokken we met een enorme aanhanger met nog steeds eigenlijk veel te veel spullen.


Anderhalf jaar later werd de koop gesloten en nu moest er serieus werk gemaakt worden van het leegruimen van het huis. Ik geef het je te doen. Een meter strips, behalve Asterix en Kuifje in twee talen ook nog de Gefrustreerden en de door mij gehate maar door Man zeer gewaardeerde Andy Cap. Het volledige werk van Marten Toonder. Twee meter foto-albums en nog eens een doos vol met ingelijste foto’s. Babykleertjes, mooie truitjes en broekjes, kinderbeddengoed. Een doos kerstkaarsen, het traditionele kerstcadeau van onze oppas aan de kinderen gedurende zeker tien jaar. Speelgoed, knuffels. Een bont gekleurd teiltje uit mijn 'verantwoord speelgoed tijd' met houten eendjes, een tamboer en een schaapje. Een beetje kapotgespeeld en daarna woonden ze lange tijd op een plankje in de woonkamer waar ik er elke dag naar kon kijken. En dan natuurlijk mijn poppenhuizen en kleine projectjes. Had ik er al misschien wel tien weg gedaan (en één meegenomen naar Frankrijk), ik kon het toch niet over mijn hart verkrijgen ze maar gewoon op de brandstapel te gooien. En proberen ze op Marktplaats te verkopen was grotendeels alleen maar ergernis, met mensen die het normaal vinden 15 euro te bieden op een uniek Bretons huisje. Dus dat moest ook mee. Een paar andere gaf ik weg. Overal vond ik poppenhuisminiaturen, zaken die me herinnerden aan een hele bijzondere tijd in ons leven. In ons pied-à-terre had ik al wat mooie dingen in de vitrinekast gezet en daar kon gelukkig nog wel wat bij. Andere spullen had ik zeker tien keer in handen zonder dat er een echte bestemming voor kwam.
En hoewel ik heus wel weet dat je met heel bescheiden middelen prima kunt leven (daar is ons Franse huis een goed voorbeeld van, evenals ons pied-à-terre, dat je ook een ‘tiny house’ mag noemen) is het opruimen van je leven helemaal niet leuk en word ik er ook helemaal niet blij van. Het is een definitieve stap naar een volgende fase, namelijk de ‘nu zijn we oud -fase’. We hebben zoveel meer verleden dan toekomst en dan gooi je dat verleden ook nog grotendeels weg. Ik heb in zeker acht albums alle losgeraakte foto’s weer vastgelijmd en genoten van het bekijken ervan. Maar ze gaan niet mee naar Frankrijk, we slaan ze hier op het zoldertje op en misschien komen ze er ooit nog wel weer eens van af als de dochters foto’s willen kijken, maar onherroepelijk volgt het moment dat ze gewoon bij het oud papier terecht komen. En dat geldt natuurlijk voor alles.

Er klopt helemaal niks van je verhaal, Marie Kondo. Ontspullen maakt je verdrietig. Het schiet ervan in je rug en in je gemoed. En natuurlijk komt er weer ruimte voor iets anders en zul je de meeste van die spullen ook nooit missen als ze eenmaal weg zijn, maar het opruimen zelf is geen feestje.

Die teil met houten speelgoed stond in de volgepropte auto waarmee we naar Het Goed reden. ‘Die eenden neem ik weer mee,’ zei ik. Er volgde geen commentaar. Wat ik met die eendjes ga doen, in Frankrijk? Ik geef ze een mooi plekje in de remise om ze daar vervolgens ongetwijfeld te laten verstoffen. Lekker nutteloos. Maar wel vol goede herinneringen. 





zaterdag 17 augustus 2019

Dorpsbelevenissen





Er woont een man in het bushokje van V. Er is daar één bushokje, en in de schoolvakanties rijdt er geen bus, dus hij heeft nog even. Hij heeft zich er geïnstalleerd met allerlei lappen en dozen en een kratje dat als tafeltje dient. Schuin achter zijn huisje is sinds twee weken de slagerij weer open met een nieuwe eigenaar, de graatmagere Sylvain. Mij is verteld dat hij met vier kinderen uit de Elzas hier naartoe is gekomen nadat zijn vrouw voor de tweede keer naar Parijs was weggelopen. Wij juichen deze stap toe (evenals de lokale basisschool) dus ga ik, koud terug van onze vakantie, vlees bij hem halen. Het ziet er keurig uit, alles is fris uitgestald. De slager draagt een schoon wit schort en haalt voor mijn bestelling van o.a. mousse de canard een mes uit een speciaal hoog opgehangen messenkast in het magazijn. Je weet maar nooit met die kinderen, natuurlijk. Hij werkt zoveel (de winkel is 54 uur per week geopend) dat hij die bengels niet voortdurend in de gaten kan houden. Als ik de winkel binnenga laat de slager net de hoogbejaarde maar zeer kwieke Mme Dubois uit, zij woont aan de overkant en is ook een van onze wekelijkse klanten in de coöperatieve winkel. Ik kan niet helemaal volgen waar ze het over hebben maar ik zie dat het gaat over de man in het bushokje. 

Terwijl de slager met mijn bestelling aan de slag gaat komt de man in een wolk van stank de winkel binnen. Hij frommelt wat met de lader van een antieke mobiele telefoon, kennelijk mag hij van de slager diens stroom gebruiken. Mme Dubois maakt haar hek open en steekt de straat over met een beker en een stuk stokbrood in haar hand. Kennelijk heeft ze die in het bushok neergezet want met lege handen opent ze de winkeldeur weer: op strenge toon beveelt ze de man zijn koffie op te drinken en de bijgeleverde sandwich op te eten. Ik heb het sterke vermoeden dat hij liever wat anders heeft dan koffie, alles aan zijn kapotte lijf schudt en beeft. Hij heeft ook die merkwaardige typische alco gezichtskleur, van grijs naar paars verlopend in de jukbeenderen en neuspunt. Daarbij is hij ook gewoon enorm vervuild. Ik heb te doen met die nieuwe slager, ben je nauwelijks aan de gang, heb je zo’n man in het bushok en je winkel. 

Maar dan gebeurt er weer iets bijzonders:  een voluptueus vrouwmens  komt strak in een uitpuilend licht jurkje gekleed de winkel binnen en loopt met twee tassen vol boodschappen naar achteren. Is dit de nieuwe vrouw in Sylvains leven? Of is de oude weer terug, nu ze dichter bij Parijs kan wonen? Duidelijk is, dat deze vrouw hem wel warmte kan geven!

Een paar dagen later is het bushokje leeg. Er schijnt een oplossing voor het huisvestingsprobleem van de man te zijn gekomen, maar het fijne ervan lijkt niemand te weten.  De  vriendelijke vrouw bedient nu pontificaal voor het etalageraam de kassa terwijl de slager die nu nog kleiner en magerder lijkt dan voorheen het vlees snijdt. Heel keurig. En ik neem aan dat haar bedrijfskleding ook wel een zekere aantrekkingskracht uitoefent op de m.n. mannelijke clientèle.  Die bestaat nl uit een weinig aan de verbeelding overlatend jurkje en als ze zich omdraait om stokbrood te pakken (slim is dat de slagerij nu ook depot de pain is én er is een postagentschap in de winkel gevestigd) kan men een blik op haar rug werpen waarop zich een fraaie tattoo bevindt. Hoe dan ook, de start van de slagerij in dit dorp zal niet onbesproken blijven. En dat is ook een manier om reclame te maken!



donderdag 27 juni 2019

Frankrijk, het is een mooi land, maar......


We hebben er al bijna  tien uur rijden opzitten in de brandende hitte (airco stuk, auto misschien wat onbetrouwbaar na een riskante reparatie en dan toch de caravan mee maar niet sneller dan 90), als we in Brionne stoppen voor de boodschappen. Het is rond half zeven, in de Carrefour is het druk. Ik probeer het menu voor vanavond en morgen te bedenken hetgeen niet meevalt met een hoofd vol licht gesmolten hersens. Uiteindelijk besluit ik voor vanavond een verse pizza en voor morgen een pastasalade met verse groenten en gerookte haring. Dan nog wat Leffe blond voor de chauffeur, een flesje rosé en prikwater voor de bijrijdster en dan sta ik met weer veel te veel boodschappen in m’n mandje voor de kassa. En moet dus een tasje kopen, terwijl er in de auto zeker drie liggen.
   
Als ik aan de beurt ben blijkt dat ik de trostomaten had moeten afwegen. Ik ben gewend dat dat aan de kassa gebeurt, leg ik de caissière omstandig uit, maar goed, ik draaf toch tegen de stroom in naar de groenteafdeling en bestudeer het bedieningspaneel van de weegschaal. Ik kan kiezen tussen groenten en fruit,  dat lukt nog. Hierna raak ik het spoor bijster, het hele scherm vult zich met tomaten, gele, donkerrode, pruimvormige, Coeur de boeuf, zwarte, snoeptomaten, saustomaten, maar de trostomaten die ik heb zie ik niet. En ook niet hoe ik een volgende pagina tevoorschijn kan krijgen. Dus ik leg mijn trostomaten terug in het vak en haast mij naar de kassa, waar de rij wegens weinig open kassa’s behoorlijk gegroeid is.

‘Ik heb ze teruggelegd, ik kon ze niet vinden op de weegschaal,’ vertel ik de caissière licht hijgend. De mevrouw achter mij keurt mijn oplossing niet goed en zegt: ‘Loopt u maar even mee, dan help ik u.’ Ik probeer er nog onderuit te komen gezien de lengte van de rij maar ze is onverbiddelijk. Ik zàl tomaten eten. Bij de groenteafdeling aangekomen pak ik mijn zakje tomaten weer uit het vak en volg haar. Ze wijst me hoe de weegschaal werkt, kiest groenten, vervolgens tomaten en valt dan stil. Ze ziet mijn tomaten ook niet. Resoluut stapt ze op een medewerkster die meloenen staat aan te vullen af en neemt haar mee om ons te vertellen welke tomaten wij hier nu in handen hebben. Wat blijkt: het zijn tomates grappes. Op het plaatje zijn die piepklein. De mijne zijn gewoon formaat tros. We wandelen terug naar de kassa, waar iedereen rustig staat te wachten. De caissière kijkt zo blij als mocht zij de tomaten zelf opeten, vanuit de rij zie ik ook alleen maar vriendelijke gezichten. Ik pak m’n spullen in en roep nog eens stralend ‘merci’ naar de menigte. Wat is het toch een mooi land. En wat wonen er toch veel aardige mensen.

woensdag 5 juni 2019

Het verhaal over de valkenier



Jaren geleden, we woonden nog in Noord-Holland, bezochten een vriendin en ik met de kinderen het Archeon. Dat deden we wel vaker want we vonden het er heel relaxed en leuk opgezet. En passant stak je er ook nog wat van op, altijd leuk. We werden als gebruikelijk verwelkomd door de valkenier, een van zijn roofvogels waakzaam op zijn pols. Het was een warme dag en na het kanoën waar we allemaal nat vandaan kwamen gingen we naar de roofvogelshow. De valkenier vertelde dat er juist die ochtend een van zijn vogels was weggevlogen en niet meer teruggekomen. De show was dus wat korter zonder een van de acteurs! Iedereen vond het heel jammer voor de valkenier, want wat kost het niet een hoop tijd om zo’n vogel te trainen.

Weer thuis liet ik ’s avonds de hond uit langs het dijkje waar wij aan woonden en zag een paar buren bij elkaar staan. Ze keken allemaal naar boven. Aangekomen zag ik het ook: een roofvogel met een kapje en leren sliertjes aan zijn poten zat op een tak sikkeneurig om zich heen te kijken. Het leek me duidelijk:  ik adviseerde de buurman de volgende ochtend contact op te nemen met het Archeon. Inderdaad bleek de vogel daar te horen (en hij was ruim 85 km naar het noorden gevlogen) en ’s middags is hij opgehaald, maar daar waren wij niet bij.

Het jaar daarop reisden we tijdens de eerste zondag dat het Archeon weer open was naar Alphen a/d Rijn. De kinderen, en wij ook wel een beetje, waren opgewonden: we gingen de valkenier vertellen dat we het jaar daarvoor zijn vogel hadden teruggevonden! Bij aankomst in het park verwelkomde hij ons niet, maar dat was ook niet altijd zo dus dat verbaasde ons niet. Waar we wel een beetje ongerust van werden was dat we in het middeleeuwse dorp voor het huis van de valkenier wilde bloemen zagen liggen. En er zongen monniken voor het huis. Toen we vroegen wat er aan de hand was viel het even stil. De valkenier was de dag ervoor, terugkerend van een korte vakantie in Frankrijk, langs de snelweg onwel geworden en ter plaatse overleden, nog geen 50 jaar oud en een gezin met opgroeiende kinderen achterlatend.

We waren in shock, we waren de man in de loop der jaren ook een beetje als een soort kennis gaan beschouwen en zijn ontijdig verscheiden maakte ons heel verdrietig. Daarbij konden we ons mooie verhaal niet kwijt. De rest van de dag hebben we zoals altijd de attracties afgewerkt, vuurtje gestookt en gekanood in de steentijd, gladiatorengevecht gekeken in de arena. Maar er lag een schaduw over de dag, ook letterlijk want het lukte de zon maar niet door de wolkenlaag heen te breken.

Dit jaar viert het Archeon zijn 25-jarig bestaan en we gaan er weer naartoe, nu met de kleinkinderen. Ongetwijfeld is er een nieuwe valkenier, met vogels die we nooit in een boom bij ons thuis zullen zien zitten nu ons huis echt veel verder weg is. 

Maar ik weet het zeker, onze valkenier kijkt nog even mee.