Posts tonen met het label Hop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hop. Alle posts tonen

donderdag 4 juni 2015

De Bonte Kraai





Jaren geleden gingen Hopperhoofd, jongste dochter en ik naar Skyros, een tamelijk ‘onbedorven’ Grieks eiland op vakantie in mei. Aangezien de aanvliegroute van dat eiland nogal ingewikkeld is maakten we twee keer een doorstart, om vanaf de andere kant uiteindelijk veilig te landen. Medereizigers, twee middelbare stellen  achter ons waren het met deze gang van zaken niet zo eens en moesten er erg van overgeven. Vanaf het vliegveld werden we per bus naar de diverse onderkomens gebracht en wij troffen het  dat de Kotsers, zoals we ze inmiddels genoemd hadden, weer achter ons zaten.  We hoopten dat ze niet ook last hadden van wagenziekte. Maar nee: het bleek dat ze al snel voldoende afleiding hadden: ‘Kijk, ik zie een bonte kraai! Wat, twee bonte kraaien, nee maar, wat zeg ik , een heleboel bonte kraaien’. Dochter, niet echt op de vogelaarsleeftijd, kreeg er de slappe lach van. En deed weldra heel solidair mee: ‘Kijk! Ik zie een meeuw! Nee, twee meeuwen! Nou kijk mam, een heleboel meeuwen!’




Al snel bleek dat er op het eiland eigenlijk weinig anders te beleven viel dan vogels kijken  en dat mensen er ook speciaal daarvoor naartoe gingen, wisten wij veel want wij waren geen vogelaars. De nationale vogel daar is de Hop. Dus tja, die wilden wij dan toch ook wel eens zien. We hadden een klein autootje gehuurd en hobbelden daarmee over de vele onverharde wegen op het eiland. We picknickten in een olijvenboomgaard en toen opeens, net toen we eigenlijk niet echt zaten op te letten, vloog er iets door de bomen dat verdacht veel weg had van een Hop. En toen was de beer los. Hopperhoofd zou en moest die Hop toch echt nog eens helemaal zien. Dus reden we uren stapvoets turend door de verrekijker langs typische Hop-biotopen en zagen er geen één. Dochter achterin keek zuchtend en met haar ogen draaiend de andere kant uit en wees ons terloops op een vogeltje dat vlak langs het pad op een paaltje zat. ‘Kijk een steenuiltje… wat zeg ik nou…!’ riep ze vertwijfeld uit. In een baaitje troffen we de Kotsers hetgeen haar plots actief naar Bonte Kraaien deed uitkijken. Zo vermaakte ze zich toch nog een beetje.



Sindsdien lopen (en vliegen) Bonte Kraaien als een rode draad door onze vakanties. We verzamelen nagenoeg niets, maar inmiddels hebben foto’s van Bonte Kraaien in Ierland, Rome, Sicilië, Andalusië, Zuid-Frankrijk, Wenen en Schotland en Isle of Skye. Het kind is daar nooit meer bij, maar we sturen haar dan een Whatsappje met ‘Kijk, ik zie een bonte kraai!’ en een foto als bewijs. En wij weten dan natuurlijk dat er minstens twee, zo niet een heleboel bonte kraaien te zien waren. En die Hop: die hebben we op Skyros nooit meer gezien. Wel onlangs in Spanje, maar dat spannende verhaal staat in een vorige blog.


zaterdag 16 mei 2015

In Spanje II


Vanuit  Toledo is de bestemming Soria om dan via de westelijke Pyreneeën weer terug te keren in Frankrijk. We rijden voorbij Madrid, waar we niet ontkomen aan vier prestigieuze wolkenkrabbers, elk met hun eigen architect en bijbehorende signatuur. Een uur later, tijdens een koffiestop zien we ze nog steeds, landmarks tegen een nevelig blauwe hemel.

We klimmen langzaam omhoog, het landschap onveranderd dor en stuurs. Wel verbaast het ons dat er nog nauwelijks blad aan de bomen zit, hier. De temperatuur daalt ook naar een graad of veertien. Nu heb ik wel gelezen dat de Midden-Spaanse hoogvlakte zich kenmerkt door een landklimaat met uitzonderlijk koude winters en korte, hete zomers, maar kennelijk was het niet tot me doorgedrongen dat het over dit gebied gaat.


Als we een rondje op de uitgezochte camping gereden hebben weten we het zeker: hier gaan we onze tent niet opzetten. Behalve is de kou is de aantrekkingskracht van  het bij elkaar geraapt zootje schots en scheef opgestelde tenten en caravans, bedekt met blauwe en groene zeilen miniem. We rijden door naar de volgende op het lijstje, die bij Soria, maar die blijkt onderlangs de snelweg te liggen.
We zijn het snel eens over onze volgende bestemming: terug naar Alquézar, waar alles nu opeens nog mooier lijkt dan toen we er de eerste keer waren. We rijden door de Rioja, zien de temperatuur stijgen naar 28 graden en staan om een uur of zeven weer op nr. 88. Met nog steeds niemand om ons heen.



We hebben daar nog een paar mooie dagen. Nu we er wat meer moeite voor doen ontvouwt het gebied zich en toont zijn grootse schoonheid.  De Grand Canyon in Europa. Een dag later, onderweg naar Naval om daar inderdaad authentiek Spaans aardewerk te kopen en naar de zout delving te kijken, ontwaar ik een clubje Vale Gieren op de nok van een schuurtje en als Hoofd Vogelaar er een dag later ook nog in slaagt een hop te fotograferen kan de vakantie natuurlijk al bijna niet meer stuk.


Om de tent niet voor één nacht te hoeven opzetten besluiten we de laatste dagen van de vakantie door te brengen in de Dordogne op dezelfde camping als vorig jaar, La Plage in Vézac. Dus pakken we op een warme ochtend de hele boel weer op en rijden de mooie weg via Barbastro, L’Ainsa en door de tunnel bij Bielsa terug door de Pyreneeën.




Dus dat was Spanje in onze notendop.  De heel bijzondere sfeer daar heeft waarschijnlijk ook alles te maken met de rust en het gebrek aan mensen en verkeer. De rare, nutteloze autosnelweg die is aangelegd tussen Lleisa en Huesta (maar daar 10 km van tevoren gewoon zomaar in de wereld ophoudt), de Supermercado’s met aangenaam veel minder keus dan de grote Franse, de lage prijzen,  de halflege dorpen die op aandoenlijke wijze proberen graantjes toerisme mee te pikken,  de ooievaarsnesten op de kerktorens, het altijd licht vervreemdende van mensen die een taal spreken die je niet kunt verstaan maar met wie je wel contact maakt met ogen en gebaren.





Alquézar ziet ons vast nog wel eens weer. In mei. Al was het alleen al om de nachtegalen.