donderdag 14 mei 2020

Lock down




Na acht weken in Nederland te hebben doorgebracht staan we voor de Franse grens. De marechaussee kijkt ons met licht vooruitgestoken borst vorsend aan maar bezwijkt bij het zien van ons van Belangrijke Stempels voorziene document van de burgemeester, die ons als inwoner van zijn dorp beschouwt en ons daarmee de vrijgeleide gaf naar huis te rijden.


‘Ça marche,’ wordt de gezagsdrager opeens een aardige jongeman die ons ook nog bon voyage wenst. Uit het zicht geven wij elkaar een high five. Was toch wel een beetje spannend, ook in België werden we argwanend bekeken. Men vroeg of we voedingsmiddelen aan boord hadden. Spontaan verzwegen wij de potten pindakaas, pakken hagelslag en vanillevla die voor onze Franse familieleden bestemd waren. Er werd verder ook niet gecontroleerd, dat had verregaande consequenties kunnen hebben met een twee-en-halfzits canapé mét hocker aan boord en dan de rest zó logistiek ingepakt dat zelfs de blauwe bessenstruiken en andere planten de reis ongebroken konden doorstaan.

In de lente en zomer is het altijd heerlijk bij licht aan te komen en wat we zien valt niet tegen. Het grootste deel van het gras is gemaaid en de viooltjes lachen ons met hun blije gezichtjes toe. De stokoude roos die ik in maart angstig heel kort had gesnoeid op advies van experts, heeft zich daar zo tegen verzet dat zij, meters lang en zwaar beladen met bloemen (bloeiden rozen vroeger niet pas in juni?) voorover op het gazon ligt. Dat wordt klus 1, morgenochtend. De wisteria heb ik alweer niet zien bloeien en van de blauwe morgensterren, vorig jaar in grote aantallen aanwezig, is er nu nog één over. De paars bloeiende Verbena heeft het overgenomen. 



De moestuin is verdwenen, in de kas valt het mee. We gaan eerst maar eens soep eten bij B(r)oer en zijn gezin. Geen knuffels, geen zoenen, zeker voor Fransen is dat toch een hele opgave. Giechelig geven we elkaar een elleboogstoot, iets van fysiek contact heb je toch nodig.

De lockdown, met één student en één net afgestudeerde architect daar in huis heeft voor mooie dingen gezorgd: op tal van plekken zijn er stukjes moestuin en er is een grote kas geplaatst waar mooie bedden gemaakt zijn voor tomaten, courgettes, meloenen, komkommers, noem maar op. De oogst zal enorm zijn! Zo bijzonder hoeveel aardigheid neef en nicht er aan hebben hiermee bezig te zijn, ook hun moeder is er heel blij mee. Wie weet hoe zich dit allemaal nog gaat ontwikkelen.
We slapen heerlijk en dag 1 in La Noblet staat in het teken van het opbinden van mijn roos, het terugvinden van de moestuin, het klaar maken van de kas voor ontvangst van tomatenplanten en meloenen en natuurlijk ook in etappes het gras maaien, bij B(r)oer chatten met Orange omdat ons internet niet werkt en weer aan het huis wennen. Waar lagen ook alweer…….Aan het einde van de dag zijn we uitgeput. Maar wel lekker. We slapen weer als rozen.

Op dag 2 staat er al om half negen een gemaskerde man voor de deur. De problemshooter van Orange deelt ons mee dat alles weer werkt. Om wat voor reden dan ook bleek onze kabel losgeschroefd te zijn van het hoofdnetwerk. Hij begrijpt er niets van. Leuk, dat zo’n man ook wel eens iets niet begrijpt. Maar dat het werkt is natuurlijk heel fijn. Vooral omdat ons pas op 15 mei een monteur was beloofd.

’s Middags rijd ik naar Orbec voor de boodschappen. De karren staan zonder schoongemaakt te zijn onder hun abri. Iedereen die wel eens in Frankrijk is geweest weet dat daar mensen wonen die je in Nederland eigenlijk nooit ziet.  Mensen (meest mannen) van een onbestemde leeftijd tussen de 40 en de 80, in vieze en vaak gescheurde kleren (en dan bedoel ik echt vies, overal), hun voeten zonder sokken in kapotte gymschoenen gestoken, handen met zwarte nagels en die staan dan een tijdje bij die karren te klungelen voordat ze er één uitgetrokken hebben. Ik kan er niks aan doen, ruim acht weken geleden vond ik het eigenlijk helemaal geen probleem en nu trek ik gelijk m’n flesje handgel uit m’n tas om de boel eens lekker te ontsmetten. Bij de ingang zit een slimme onderneemster zelfgemaakte mondkapjes te verkopen. Ik groet haar vriendelijk, ik doe niet mee aan die verstikkende onzin. Zeker de helft van de aanwezigen in de winkel is het niet met me eens en draagt wel zo’n nattig lapje. Daarom houden ze verder ook nergens rekening mee, laten hun kar ergens staan of reiken voor je langs naar een zak aardappels. Rijst en suiker zijn grotendeels op, ik heb het idee dat de pasta’s fors in prijs gestegen zijn want daar liggen er nog best veel van. Overal hangen A4tjes met daarop de mededeling: aanraken is kopen! Maar ja, ik wil toch echt even voelen of de camembert wel rijp is. De logistiek in de winkel is verder keurig geregeld. Aansluiten op anderhalve meter, kassières met mondkapje en handschoenen én handgel tussen iedere klant. Ik word er een beetje verdrietig van. Ik was al niet zo dol op boodschappen doen en dit maakt het allemaal alleen nog maar erger. Ik hoop dat ik genoeg eten en drinken heb ingeslagen om tenminste een week door te komen zonder supermarktbezoek. 

Weer thuis heeft Hoofd Groen ook het laatste stukje van de moestuin blootgelegd en kan ik ‘m na egaliseren en wat mest gaan inrichten. Hij kan zijn werkzaamheden hervatten met het Eden-project, van een stuk braambos een voedselbosachtig paradijsje te maken, met natuurlijk genoeg plaats om daar ook leuk te kunnen zitten. Want, zoals in onze familie gevleugelde woorden zijn: ‘Het is al wat, maar het wordt ongetwijfeld hartstikke prachtig.’  Het lijkt er soms op dat het leven een loopje met je neemt, maar je hebt er zelf nog steeds een hoop over te zeggen. Of mee te doen. 



dinsdag 10 maart 2020

Een week in de Algarve


De hoogbejaarde eigenares van de authentieke koffietent waar we zijn neergestreken, komt beverig de koffie die we binnen bij haar besteld hebben brengen. Ze lacht haar op drie tanden na lege mond breed en groet ons. Later, als ik ga afrekenen, legt ze een twee euromunt en een halve op haar vlakke hand om mij uit te leggen wat ik haar schuldig ben. Ik geef haar drie euro, dat is te veel en dat wil ze teruggeven, ik wuif dat het zo goed is, de man aan de bar zegt iets tegen haar op een toon die doet vermoeden dat hij haar zoon is en ze zwaait me uit, abrigado!





Memorabel, zo’n belevenisje in een verder voor een groot deel volgebouwd en op toeristen ingestelde Algarve. We brengen er voor het eerst een week door en genieten van de ongekende heerlijkheid van een zacht klimaat en een schitterende zon na weken grauw en regen. We verblijven in de luxe ‘Quinta Bela Vida’ in de buurt van Olhos d’ Água. De gastheer is chefkok en maakt voor ons de heerlijkste gerechten, het huis is op een heuvel gelegen en biedt rondom een prachtig uitzicht. Het is wel ongeveer het meest luxueuze verblijf dat we ooit hebben meegemaakt. Olivier is gastheer tot in zijn vingertoppen en heeft oog voor ieder detail zonder erg nadrukkelijk aanwezig te zijn. Heel bijzonder.


Natuurlijk maken de Portugezen dankbaar gebruik van wat hun zo in de schoot geworpen is: schitterende stranden, prachtige kliffen en leuke haventjes. En de daarbij behorende relaxte sfeer. Je voelt je iedere dag wat meer ontspannen. Hoewel nog net winter is het er gezellig druk, met vele overwinteraars. Inmiddels heeft men ook begrepen dat hoogbouw minder fraai staat en worden er lage appartementencomplexen gebouwd waar je voor Nederlandse prijzen een condo kunt kopen. De camperplaatsen en de campings die we onderweg zien staan grotendeels vol met mensen die op een andere manier overwinteren. Mogelijkheden te over.




Tussen de middag schuiven we aan in de lokale visrestaurants waar je vis eet die ’s ochtends nog in zee zwom. Zo ook in Fuzeta, een levendig vissersplaatsje met een volle camping overwinteraars en vele smalle straten die naar de kerk en het enorme kerkhof leiden. Een experimentje met inktvis is minder geslaagd, hoewel vers gegrild is dit beest nog het best te vergelijken met een stel in elkaar gedraaide postelastieken. Maar goed, meestal valt het mee.



Een reisje naar het einde van de wereld, de Kaap São Vicente, is ook een hoogtepunt, het waait er zo hard dat je bijna opstijgt en de zee beukt op de rotsen. Later belanden we in een visrestaurant boven de visafslag. Het is er vol lokale bevolking en we eten er voortreffelijk.

De laatste dag luieren we wat rond de Quinta. Daartoe zijn we nu in staat: go with the flow, die dit land zo onnadrukkelijk uitstraalt. We lopen naar een molen door de sinaasappelboomgaarden, waar de bomen zowel bloeien als oogst dragen.  Zoals het hoort na een mooie vakantie willen we eigenlijk niet weg. Maar we hebben nu van Portugal geproefd en er zijn vast nog meer smaken. Dus: adeus!





zondag 26 januari 2020

Nieuw jaar




We keren na zeven weken NL terug in La Noblet. De hele weg hebben we zon tegen en we komen nog nét bij licht aan. In de keuken hebben muizen huis gehouden, B(r)oer heeft er wel enkele gevangen maar een pittige graver heeft een iets diervriendelijker weg uit de keuken proberen te vinden. In D’s bureau zijn wat papieren aangevreten, waaronder eentje met precies op het knaagincident een belangrijke inlogcode. Maar goed, het kan veel erger, alle voorraden zijn, in hun veilige plastic containers, onaangetast.

Het is weer even wennen, die stilte. Heel veel veranderd is er niet, of het moest het gras zijn, dat flink gegroeid is. Ook hier is er nauwelijks sprake van winter, ‘s nachts zweeft de temperatuur rond het vriespunt. De andijvie-achtige plantjes die ik al in oktober gepoot heb zien er nu uit als echte andijvie, alleen wat klein. Er lijken ook een paar kroppen echt helemaal afgeknabbeld te zijn door konijnen of reeën? Maar goed, een stamppotje rauwe andijvie is er wel van te maken.



 


De volgende dagen is het druilerig en mistig. Het nodigt niet uit tot veel activiteit buitenshuis, hetgeen niet echt erg is want ik kan nu gestaag doorwerken aan P&M. We slaan de markt op dinsdag over, het regent. Woensdagavond zijn we uitgenodigd bij Mathilde, waar we samen met Nadine en Roger een maaltijd gaan opeten die het resultaat is van een kookles bij een chef in Argentan. Het ziet er allemaal prachtig uit en het voorgerecht smaakt navenant. Er wordt een heerlijke wijn uit de cave van Mathilde bij geserveerd. De dames staan beide over de pannen gebogen en nu vang ik zo nu en dan het woord ‘andouille’ *op. Ik besluit ter plekke nergens moeilijk over te doen, maar het gerecht gewoon op te eten en er niet aan te denken wat ik doorslik. Maar, tot mijn verbazing is het eigenlijk best lekker. Als iets met zoveel aandacht en liefde wordt klaargemaakt, moet je het wel lusten. Het toetje dat ik had meegenomen valt gelukkig ook in de smaak (perentaart met frangipane) dus deze avond kan weer in het rugzakje, zou Els wel zeggen.

We hebben aan twee kanten van het huis vetbollen en aanverwant lekkers voor de vogels opgehangen maar het kost dagen voordat ze het ontdekken en dan nog weer veel moed om er ook aan te beginnen. Maar gaandeweg wint de honger het van de angst en komen er meer vogels een kijkje en een hapje nemen. Veel variatie zien we nog niet, maar wie weet.


Inmiddels heeft Ronja na haar gebroken poot de werkzaamheden met betrekking tot de muizeneliminatie hervat. Dat graven gaat als vanouds goed, al blijft ze nog steeds kreupel lopen. Als op zaterdag de lucht opeens opklaart en je voorjaar in de lucht ruikt zijn de dames weer uren vertrokken. Tijd ook om het huis eens een flinke beurt te geven. Daarbij stuit ik op honderden leeg geknaagde lindeboom-zaadjes achter een gat in het kozijn van de voordeur. Wat is hier gebeurd? Een muizenorgie?  Ook heeft een muis voor de tweede keer de bureaulade gevonden en papier in kleine stukjes geknaagd. Ik vind wel een muis in de val in een kast, de komende dagen zal blijken of dat dezelfde is geweest.

Aan het eind van de middag wandel ik mijn HeenenWeertje naar de ‘doorgaande’ weg. De lucht is fris en helder, de ondergaande zon kleurt de akkers, tussen de hagen kruipt de nevel tevoorschijn. Het was even wennen, maar nu weet ik het weer.

Andouille is van oorsprong orgaanvlees van varkens. Bij verschillende variëteiten worden delen van het maagdarmsysteem van het varken (maag, dunne darm en dikke darm) gebruikt, wat het gerecht  een typerende smaak geeft die niet door iedereen als aangenaam wordt ervaren. De worst heet andouillette, die is eveneens van ingewanden gemaakt. (met dank aan Wikipedia, ook de zeer beschaafde omschrijving van de ‘typerende smaak’).


donderdag 21 november 2019

Een stukje lopen





Ik had natuurlijk gewaarschuwd moeten zijn, toen ik de auto parkeerde bij het vertrekpunt van de wandeling die ik samen met Luus ging maken. Ik had een prachtig mapje wandelingen aangeschaft bij de OdT in L’Aigle en er een wandeling van 5 km uitgekozen op niet al te grote afstand van huis. Er stond geen waarschuwing in tegen mogelijke jagers, dus Luus hoefde haar fluorescerende jasje niet aan. Volgens de eerste aanwijzing moest ik vertrekken vanaf het ‘panneau de départ’. De borden die ik vond verkeerden in verregaande staat van ontbinding, maar ze waren nog nét te lezen. Ach, wat kon me gebeuren, gewoon de gele strepen volgen en voor de zekerheid de folder met wandeling mét kaartje in de zak.

Maar volgens goede Franse gewoonte ging het al na een paar honderd meter mis. Dankzij de kaart was ik wel de goede kant uit gelopen, maar wat volgens de instructies een onverhard weggetje zou moeten zijn was inmiddels geasfalteerd en ook naambordjes die de route moesten verduidelijken ontbraken. De rondwandeling kruiste twee keer de A28, niet een weg om zomaar even over te steken, dus ik was heel benieuwd hoe we dat gingen oplossen. Kaart zo gedraaid dat ik snapte hoe ik verder moest en niet gehinderd door énige gele streep arriveerde ik tot mijn stomme verbazing na twee km bij een onderdoorgang voor wild. Die verbazing lag meer aan mij dan aan de bewegwijzering, want wat ik had gelezen als kunstwerk (‘un bel ouvrage d’art) dat ik niet kon vinden en waar ik al erg over had gemopperd, bleek in de praktijk een wildtunnel. 



Eenmaal daar onderdoor wees het pad zich redelijk vanzelf. We passeerden een klein kapelletje. Ik was er best trots op dat ik dat helemaal op eigen kracht bereikt had want ook hier vond men het wel gebakken met die gele strepen. Ik stak de weg over, er was maar één pad dat pittig steil omhoog liep (dat stond ook in de beschrijving) en we kwamen langs een geheel overwoekerde woning. Er stond een brievenbus voor waarvan de klep ontbrak maar die nog wel op slot zat, al had iemand hem wel geprobeerd te forceren.  Ik tuurde door de ontstane opening. Er zat een belangrijk uitziende brief in, gedateerd 5 mei. Ik had zomaar het idee dat er toen ook al niemand meer woonde maar ja, als postbode blijf je op je post. Ik liep nu langs een buurtschapje met grote huizen en gekleurde kinderfietsjes in de tuin. Bij de driesprong volgde ik de route op de kaart en toen, langs een stuk rechte weg zonder enig zijpad stond daar zomaar opeens een gele streep op een boom! 


Dat gaf moed, want nu we weer in de buurt van de A28 kwamen vreesde ik toch wel een beetje voor het vervolg van de wandeling. Die vrees bleek terecht.



Op een boom stond dat ik rechtsaf moest. En hoe ik dat ook bekeek, ik zag geen pad of weg rechtsaf. Ik kon wel de weg naar links vervolgen, dus dat deed ik maar een halve kilometer. Er kwam echter geen zijweg dus ik keerde terug op mijn schreden. Luus keek me wat ongerust aan. Het zou zomaar kunnen dat ’t arme dier best al wel een beetje moe was, ze is al elf en ze heeft de afgelopen weken niet veel training gehad. Net als haar mens, overigens, die nu begreep dat ze terug zou moeten keren en op zoek moest naar de Départementale. Na een keer vergeefs een oprit te hebben opgelopen kwamen we uiteindelijk uit op de D12. Nu moesten de laatste kilometers langs de weg gelopen worden, daar heb ik altijd een pesthekel aan. Ondertussen had ik al een heel betoog gecomponeerd om mijn beklag te gaan doe bij de OdT over wéér zo’n wandeling waar geen hout van klopt. Maar iets zegt mij dat ik met mijn commentaar de handen niet echt op elkaar zal krijgen.  Laat staan dat er op de planning voor volgend jaar het nalopen van de wandelingen uit het gidsje van de Pays d’Ouche Nord zal staan.

Overigens ken ik een wandeling rond een buurtschapje in Salland, waar je jezelf met een pontje over de beek kan trekken om aan de overkant weer verder te wandelen. In de loop der jaren heb ik het pontje langzamerhand één zien worden met zijn omgeving. De laatste keer dat ik er was het pontje half gezonken in het geboomte en was het touw doormidden.  Toen je nog wel naar de overkant kon werd het ook geheel aan je eigen initiatief overgelaten hoe nu verder. Dus enige ervaring met mislukkende wandelingen is mij niet vreemd. 

Dus nu kan ik ze daar in L’Aigle wel over de balie trekken, maar dan heb ik boter op mijn hoofd. Eerst binnenkort maar eens checken hoe het nu zit, met dat pontje. Of het alweer functioneert. 
En dan, na nog wat randonnées hier ter plaatse, misschien eens voorzichtig opmerken dat het misschien tijd is de wandelingen weer eens op te frissen. Ik wil er best op uit, met een blikje gele verf en een kwast. Wel pas na het het jachtseizoen. 


maandag 11 november 2019

Eetfeest



Het is niet voor het eerst dat ik het ga hebben over de Fransen en hun attitude ten aanzien van voedsel. Het onderwerp blijft me boeien omdat het zo héél anders is dan hoe Nederlanders met eten omgaan.

Doordeweeks is er op Radio France Blue Normandie van 9 – 12 een programma dat iedere keer een ingrediënt in het zonnetje zet, waarna luisteraars mogen inbellen met hun persoonlijke recepten. De crème, roomboter, kazen, jambon cru en crèmes fraiches vliegen je om de oren als onmisbare ingrediënten voor nagenoeg iedere schotel. Voor elk recept is er wel een persoonlijke variant die de beller graag wil delen met de luisteraars van dit uiterst populaire programma. Ook de presentatoren slagen er steeds weer in hun oprechte bewondering en appetit voor het recept breed uit te meten. Zo langzamerhand ga ik er steeds meer van verstaan en ik ben zelfs al een keer met een pen en papiertje in de weer geweest om een recept op te schrijven.

En nu gaan wij ons ook eens storten in zo’n weekend vol smaak, kleur en geur: het Coquilles-St-Jacquesfeest in Port-en-Bessin. Eens kijken hoe dat nu echt is! Op zaterdagochtend rijden we naar dit pittoreske havenstadje tussen Arromanches en Omaha Beach. Reeds in de buitenwijken wordt al duidelijk dat het niet zomaar iets is, dit feestje! Honderden campers staan hutje mudje langs de weg en op alle mogelijke andere plekken opgesteld. Hun eigenaren wandelen met hun boodschappenkar richting haven of komen er al van terug. Dit is nl het hoogtepunt van het feest: het zijn de enige twee dagen in het jaar dat de Coquilles St Jacques plus nog een aantal vissen zoals rog en schol rechtstreeks bij de groothandel kunnen worden ingekocht. Dus dan wordt de vis bepaald niet duur betaald! We worden naar een parkeerplek gedirigeerd en wandelen naar het centrum.

Op de markt kun je overal proeven van de talloze bereidingswijzen van de Coquilles en andere vissige gerechten. Zo is er ook een stand met talloze soorten vispaté in diverse samenstellingen. We proeven, rollen met onze ogen, smakken nog een keer beleefd en vinden eigenlijk alles lekker zodat we onze wandeling hervatten met een tas vol potjes. Onderweg staan mensen in de rij voor de restaurants die deze aandacht kennelijk verdienen. En dan is het nog lang geen etenstijd.

Tenslotte arriveren we in de hal, of eigenlijk, de hemel. Voetje aan voetje schuifelen we langs de bergen Coquilles, schol, rog en andere vissoorten. Ergens loopt het vast, daar demonstreert een visser hoe je zo’n schelp open snijdt. Er spuit een straaltje zeewater in het gezicht van een van de omstanders, die daar natuurlijk niet boos om wordt. En ondertussen wordt er aangeschaft of het niks kost. Wij nemen 5 kg mee voor 50 euro voor ons avondmaal met zes personen, hetgeen neerkomt op vijf noisettes per persoon.



Maar eigenlijk stelt dat helemaal niks voor. Als B(r)oer en schoonzus in de loop van de volgende ochtend terugkeren voor nog een maaltje voor thuis is er niets meer. De voor het feest ingeschatte 40 ton is niet genoeg gebleken. Alles is schoon op. En als ik nu heel eerlijk ben (en dat is vloeken in de kerk) vind ik die schelpdieren zoals men ze thuis of in de restaurants bereidt, niet eens zo heel erg lekker. Volgens goede Franse traditie worden ze heel ‘puur’ gegeten, dus met heel bescheiden toevoegingen, beetje prei, beetje zout, beetje peper,schepje warme crème fraiche. ‘Je proeft de zee.’ Dat zal, maar ik prefereer ze in stukjes gehakt in een roomsausje met en scheutje witte wijn, garnalen en nog wat witte vis met pittige Hollandse kaas en paneermeel gegratineerd in de oven. Bij het opdienen een snufje verse peterselie erover. Klinkt vast nogal patatje met in Franse oren, maar dán vind ik ze héérlijk!  Durf ik France Blue ook eens te bellen met mijn recept? Of misschien beter van niet..?







woensdag 6 november 2019

Poep


Vandaag is onze fosse septique (rioleringssysteem)  door twee officiële jongeren van de SPANC afgekeurd. We krijgen een jaar om het in orde te maken. Maar we hoeven ons niet te haasten. Als het wat langer duurt is het ook niet erg.


De jongeman en de jongedame hebben een hele stapel papier bij zich waar niet alles helemaal van klopt. Ons adres niet, wie de eigenaren zijn van de woning die nog op naam van B®oer staat en ook een aantal andere data is niet correct ingevuld. Ze hebben hele stoere modderlaarzen aan en het meisje heeft een soort stevige tentharing bij zich waarmee ze op onvoorspelbare plekken in de grond prikt. De SPANC, die erg tegen de zin van inwoners is opgericht en jaarlijks zo’n 22 euro kost waar je als particulier niets voor krijgt, heeft haar zaakjes niet echt op orde. Iedere tien jaar moet een rioleringssyteem officieel gekeurd worden en bij verkoop moet de notaris over de juiste staat van de riolering beschikken. Het is gebleken dat de laatste controle bij ons op 7 september 2009 heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat wij niet ook nog eens voor € 180 deze keuring hoeven te betalen, want zij hebben dat niet volgens hun eigen richtlijnen binnen tien jaar gedaan. En daar hebben we dan dus inmiddels zo’n 200 euro voor betaald.  

We hebben de keuring wel nodig, want wij willen La Noblet kopen van de erven, waarvan we er zelf ook één zijn. Er is uiteraard een riolering, eentje die op gezette tijden lekker verstopt raakt zodat Hoofd Uitvoering Lediging Rioleringssyteem weer een groot gat in het grint mag graven om het deksel van de beerput te lichten. Als hij heel eerlijk is vindt hij dat niet eens zulk vervelend werk. Lekker met de draailier de pijpen leeg pulken, grote brokken wittig vet loswrikken (Huid? Shampoo? Ecologisch wasmiddel?) en de boel dan weer heerlijk laten stromen. Hij neemt na deze klus wel een extra lange douche. Zonder zeep.

Onder en langs ons huis loopt dus een stelsel van overlopen en pijpen dat uiteindelijk uitloopt in de wei van B®oer. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Hoewel het hele zaakje tegen de tijd dat het daar in een zinkbed arriveert geheel schoon water is geworden mogen wij natuurlijk niet ons afvalwater in iemand anders’ wei dumpen. Dat stamt nog uit de tijd dat La Noblet een woongemeenschapje was met diverse opstallen en afvoeren met het daarbij behorende land. Overigens is er wel een aparte regenwateropvang onder een deel van het huis, die wij gebruiken om de tuin ’s zomers te sproeien. Heel eco dus.

Maar het moet anders, niet meteen deze maand, dit of volgend jaar. Beter dat we het wel goed regelen, want bij latere verkoop van het huis telt een al dan niet goedgekeurde riolering zwaar mee in de prijs. Maar eens onderzoeken of er nog ergens een subsidiepotje is met een beetje geld er in, want de kosten van deze operatie gaan al flink tegen de 10 000 euro lopen. Nog afgezien van de enorme graafwerkzaamheden die plaats zullen vinden op ons voor alle voorschriften waarschijnlijk iets te krappe erf en de daarmee gepaard gaande overlast. Wat toch een toestand voor die gewone menselijke behoeften, in ons huisje op de heuvel met dichtstbijzijnde buren op ruim een km afstand.

Maar goed, de eerste horde is genomen. Nu maar kijken hoe lang het allemaal gaat duren. Dat rapport, bedoel ik dan. 



dinsdag 10 september 2019

Opruimen





Als je naar een kleinere woning verhuist kan het niet anders of je moet opruimen. Wij verhuisden eind januari 2018 naar Normandië. Aangezien het (vakantie)huis waar we gingen wonen al helemaal was ingericht, moesten we dus van een hoop zaken afstand doen. Omdat we tegenwoordig ontspullen leuk moeten vinden, je wordt er zo ‘zen’ van, gingen we met frisse moed aan de slag.  Meubels hoefden nauwelijks mee en vonden ook een weg naar anderen. Keukenspullen idem dito. Dozen vol boeken gingen naar het Goed, evenals nog veel meer spullen die we niet meer nodig hadden of domweg niet konden plaatsen. Omdat het huis bewoond werd door Jongste Dochter en vriend hoefde nog niet álles weg, ze moesten eerst maar eens bekijken of het beviel, hier te wonen en dan misschien ons huis kopen. Uiteindelijk vertrokken we met een enorme aanhanger met nog steeds eigenlijk veel te veel spullen.


Anderhalf jaar later werd de koop gesloten en nu moest er serieus werk gemaakt worden van het leegruimen van het huis. Ik geef het je te doen. Een meter strips, behalve Asterix en Kuifje in twee talen ook nog de Gefrustreerden en de door mij gehate maar door Man zeer gewaardeerde Andy Cap. Het volledige werk van Marten Toonder. Twee meter foto-albums en nog eens een doos vol met ingelijste foto’s. Babykleertjes, mooie truitjes en broekjes, kinderbeddengoed. Een doos kerstkaarsen, het traditionele kerstcadeau van onze oppas aan de kinderen gedurende zeker tien jaar. Speelgoed, knuffels. Een bont gekleurd teiltje uit mijn 'verantwoord speelgoed tijd' met houten eendjes, een tamboer en een schaapje. Een beetje kapotgespeeld en daarna woonden ze lange tijd op een plankje in de woonkamer waar ik er elke dag naar kon kijken. En dan natuurlijk mijn poppenhuizen en kleine projectjes. Had ik er al misschien wel tien weg gedaan (en één meegenomen naar Frankrijk), ik kon het toch niet over mijn hart verkrijgen ze maar gewoon op de brandstapel te gooien. En proberen ze op Marktplaats te verkopen was grotendeels alleen maar ergernis, met mensen die het normaal vinden 15 euro te bieden op een uniek Bretons huisje. Dus dat moest ook mee. Een paar andere gaf ik weg. Overal vond ik poppenhuisminiaturen, zaken die me herinnerden aan een hele bijzondere tijd in ons leven. In ons pied-à-terre had ik al wat mooie dingen in de vitrinekast gezet en daar kon gelukkig nog wel wat bij. Andere spullen had ik zeker tien keer in handen zonder dat er een echte bestemming voor kwam.
En hoewel ik heus wel weet dat je met heel bescheiden middelen prima kunt leven (daar is ons Franse huis een goed voorbeeld van, evenals ons pied-à-terre, dat je ook een ‘tiny house’ mag noemen) is het opruimen van je leven helemaal niet leuk en word ik er ook helemaal niet blij van. Het is een definitieve stap naar een volgende fase, namelijk de ‘nu zijn we oud -fase’. We hebben zoveel meer verleden dan toekomst en dan gooi je dat verleden ook nog grotendeels weg. Ik heb in zeker acht albums alle losgeraakte foto’s weer vastgelijmd en genoten van het bekijken ervan. Maar ze gaan niet mee naar Frankrijk, we slaan ze hier op het zoldertje op en misschien komen ze er ooit nog wel weer eens van af als de dochters foto’s willen kijken, maar onherroepelijk volgt het moment dat ze gewoon bij het oud papier terecht komen. En dat geldt natuurlijk voor alles.

Er klopt helemaal niks van je verhaal, Marie Kondo. Ontspullen maakt je verdrietig. Het schiet ervan in je rug en in je gemoed. En natuurlijk komt er weer ruimte voor iets anders en zul je de meeste van die spullen ook nooit missen als ze eenmaal weg zijn, maar het opruimen zelf is geen feestje.

Die teil met houten speelgoed stond in de volgepropte auto waarmee we naar Het Goed reden. ‘Die eenden neem ik weer mee,’ zei ik. Er volgde geen commentaar. Wat ik met die eendjes ga doen, in Frankrijk? Ik geef ze een mooi plekje in de remise om ze daar vervolgens ongetwijfeld te laten verstoffen. Lekker nutteloos. Maar wel vol goede herinneringen.