vrijdag 4 december 2015

(Schone) NIEUWE borden






Alweer bijna tien jaar wonen we in het mooie Salland. Ons huis is het eerste aan een doodlopende weg. Aan de linkerkant, in onze grond en in een struik, staat het bord doodlopende weg.  Ik waagde er na een paar weken een telefoontje aan: of het niet logischer was dat bord aan de rechterzijde van de weg te plaatsen. De man van de gemeente was het helemaal met me eens en vroeg zich in alle toonaarden af hoe het mogelijk was dat dat bord ooit aan de linkerkant van de weg terechtgekomen was. Hij ging er werk van maken. Meteen!

Er gebeurde niets. Soms vroegen de mensen die aan het eind van de straat wonen of we onze struik wat vaker wilden snoeien, want mensen zagen het bord niet meer. Zo kon het gebeuren dat je op zondagochtend een peloton sportfietsers de straat in zag razen en enkele minuten later als een verward, ordeloos zootje terugkeren. Na een paar jaar plaatsten de buren zelf een extra bord, dichter bij huis. Aan de rechterkant.  

Deventer heeft  Wijkaanpak en daar kun je foute stoeptegels en verkeerde borden melden. Ik deed nog een poging. Toevallig werden we opgenomen in een  informatieve route voor ambtenaren en een hele ploeg gemeentemensen, raadsleden en al, stond afkeurend bij ons bord te kijken. Wij geloofden er weer in!  Enkele jaren verstreken.

Maar dan, in oktober 2015: het is nog vroeg in de ochtend als de mannen van het Deventer Groenbedrijf de verkeersborden in ons dorp inspecteren. Manlief haalt net de krant uit de bus en treft het dat één van de mannen komt melden dat dat bord daar in die struik helemaal verkeerd staat. Dat bord moet aan de andere kant van de weg! Hij brengt het bars, alsof het onze schuld is. Manlief druipt verbouwereerd af. Vanuit de veilige woonkamer zien we dat de mannen de lokale borden  op de viersprong wassen. Aan dezelfde viezige paal wijzen drie plaatsnaamborden van de ANWB de weg. Die zijn door weer en wind groen en bijna onleesbaar geworden en zullen flink opknappen van zo’n wasbeurt!  Maar de wisser en emmer worden weer opgeborgen.  Die borden en de paal staan niet in de taakomschrijving van deze wakkere ambtenaren.



En na deze taak volbracht te hebben tuft het volgeladen autootje weer weg. Het moet natuurlijk ingepland worden, de plaatsing van dat bord. Dat kan natuurlijk niet zomaar even, bord uitgraven, nieuw gat graven, bord er weer in. Dat is een te simpele gedachte.

We zijn nu twee maanden verder. Er is niets veranderd. Er zijn veel dingen om je over op te winden, dingen waar je niets aan kunt doen. Maar zoiets kleins, dat had toch onderhand wel een keertje opgelost kunnen worden, gemeente Deventer?

Laatste nieuws: dinsdag, 9 februari, ruim voor koffietijd, stopte er een gemeentewagentje voor het huis. Het zonnetje scheen. Het voelde naar mooie dingen. In de auto werd langdurig op een mobiel gekeken en gebeld. En toen, zomaar opeens, stond er aan de rechterkant van de weg een glimmend, nieuw bord 'Doodlopende weg.' Met daaronder het bordje 'Looweg'. Dochter er nog even op af gestuurd (moeder nog steeds geveld door griep) om dat bordje ietsje schuin te zetten. Niet iedereen weet de weg in ons dorp! Maar wat geweldig. Ik hoorde dat er nog meer nieuwe borden zijn geplaatst. Het wordt steeds mooier, bij ons in Loo!


donderdag 5 november 2015

Schokkend nieuws


Vanmorgen, toen ik de kachel wilde aansteken en nog even een ongelezen krant doorbladerde stuitte ik op het volgende nieuwsbericht: 



Omdat het nieuws al drie dagen oud was, vroeg ik me af of ik nu de enige was die het als verpletterend ervoer. Ik had er namelijk verder nog niemand over gehoord of er iets over op FB gelezen, toch de eerste plek waar je betrouwbaar nieuws vandaan haalt. En hier was zelfs sprake van de vermaarde wetenschapshistoricus Gareth Williams die beweert dat het monster gewoon een ordinaire P.R. stunt is! Maar gelukkig was Hoofd Haaknaald het met me eens: ook zij reageerde Zeer Ontdaan. Als trouwe Schotlandganger valt zoiets je nu eenmaal rauw op je dak.

Onlangs filosofeerden we nog in het land van de lochs zelf onder het genot van een glas Balvenie over de ontdekking van een verrassende trog. Die loopt van Loch Ness via de Ierse zee in de Atlantische oceaan naar de kust van Zuid-Amerika. Daar was het monster namelijk ook waargenomen en daar sponnen ze sindsdien ook garen bij! Het bood ook een volmaakte oplossing voor het vraagstuk waar men het in Schotland toch liever niet over heeft: er zit helemaal geen voedsel in Loch Ness! En zo’n groot monster moet toch echt wel flink wat naar binnen werken om monster te zijn. National Geographic had er zelfs een documentaire over. Maar nu heeft zich er een vermaard wetenschapshistoricus tegenaan bemoeid. En ja, dan zijn de rapen gaar.


In een wereld, die aan alle kanten wankelt en waar de vraagstukken ons ver boven het hoofd groeien, was er tenminste nog één zekerheid: het mysterie van het monster. En ook dat is ons nu definitief afgenomen. Er moest  een vermaard wetenschapshistoricus aan te pas komen om ons anno 2015 uit deze zoete droom te helpen. Waar zal het eindigen? Straks krijgen we ook nog te horen dat HG helemáál niet doet wat het belooft. Er echte kaas op diepvriespizza's zit. Sinterklaas niet bestaat. Laat staan Zwarte Piet. Dat die gasten gewoon één grote P.R. stunt zijn.

Wat me alleen wel weer een beetje aan het twijfelen brengt is de herkomst van het bericht. Bristol, staat er. Bristol ligt in Engeland. En daar hebben ze wel een Lake District, maar tot op heden geen monster. Het zou me niet verbazen als er daar nu binnenkort eentje opduikt. En dat zo'n vermaard wetenschapshistoricus dan beweert dat het er altijd al gezwommen heeft, in Lake Windermere. Want zo'n wetenschapper beweert natuurlijk niet zomaar iets. Die doet eerst grondig onderzoek. En komt dan tot verrassende conclusies!





maandag 26 oktober 2015

Vijftig cent



We komen uit de parkeergarage voor een ochtendje winkelen. Bij de zich automatisch openende deuren staat een man van een jaar of veertig. Hij heeft slordig, halflang blond haar, draagt een blauw-wit ski jack, een spijkerbroek en dat zie ik meteen: foute schoenen. Dit type mannen kan er nog zo ‘gewoon’ uitzien, ze worden altijd verraden door hun schoeisel. Daarbij wiebelt hij erop. Zachtjes heen en weer. Het is eigenlijk raar hoe je in een paar tellen meent te kunnen zien met wat voor persoon je van doen hebt.


Hij spreekt ons aan. Vijf karren verderop in de aan elkaar geschakelde rij ligt een verkreukelde kassabon van zeker dertig centimeter. Die wil hij graag hebben (‘Het is mijn kassabon, ik heb hem nodig’) , maar hij heeft geen vijftig centstuk. Of wij…..Ik kijk hem niet aan als ik in mijn portemonnee naar zo’n munt (ik geef toe, ik kijk eerst even of ik geen karmunt heb) zoek. Ik stop hem zelf in de gleuf van de vijfde kar. Het slotje klikt moeiteloos open en samen trekken we de voorste vier naar voren (‘Gaat het wel?’, vraagt hij zorgzaam, omdat er een kar over mijn voet rijdt). Ik pak de bon uit de kar en overhandig hem. Meteen duw ik de karren terug en haal de munt uit de gleuf.  Nu dient zich de cruciale vraag aan: zal ik hem die 50 cent geven? Was het hem daar eigenlijk niet om te doen? Of is dat een belediging?  Ik had het hem na deze bijzondere manier van bedelen best gegund.  Maar hij heeft zijn gehavende hielen al gelicht, hij loopt met te snelle junkiepassen langs de glazen wand, de bon wappert in zijn linkerhand. 

‘Hoe kan hij nu geen 50 cent hebben en wel die bon in die kar?’ vraagt Hoofd Logica zich af. 
‘Die bon was helemaal niet van hem, hij kan toch nooit zoveel boodschappen hebben gedaan.’ Want waar zijn die nu dan? Even kijken we om ons heen of er ergens een camera verborgen hangt die onze goedertierenheid gefilmd heeft. Maar nee. Wat er zojuist gebeurd is, zal altijd een raadsel blijven.

maandag 12 oktober 2015

Vijf kamelen



Soms lijkt het of het leven van toevalligheden aan elkaar hangt.  Je hebt als adolescent hijgend een hoge bergtop in de Franse alpen beklommen en wie staat daar van het uitzicht te genieten: de lerares Frans die je in het dagelijks leven verfoeit (maar die hier op die bergtop plotseling menselijk blijkt).  Je staat op een camping naast mensen met wie je het goed kunt vinden en een half jaar later kom je ze tegen op een familiereünie: de man van het stel blijkt een volle neef van je te zijn. En op een dag, rond Kerstmis, rijd je door Ede en zie je kamelen in een weiland. Nét op het moment dat Hoofd Achterbank in een avonturenroman leest over een expeditie die kamelen nodig heeft. Je zit achter het stuur en zegt: ‘Kijk, ik zie kamelen, twee, drie, nee, víjf kamelen!’ Op hetzelfde moment leest hij: ‘Vijf kamelen……!’
Op dat moment wordt in ons gezin de kamelenfactor geboren. Voortaan beoordelen we toevalstreffers op een schaal van  1 – 5 kamelen. Vijf kamelen worden zelden gehaald.

25 jaar geleden werd onze jongste dochter geboren. Ervan overtuigd dat ik zwanger was van een jongetje bleef de nummer één die al op het lijstje stond  beschikbaar: Laurens. Maar het werd een meisje. Uit mijn zwangerschapsgymgroep werd een dag later het enige jongetje geboren en hij  kreeg de naam Laurens. Nu vraag ik je, hoe groot is de kans dat dát gebeurt? Twéé kinderen in een dorp met 2500 inwoners in één klas met dezelfde bijzondere naam? Het was nog voor onze vijfkamelen index, maar opmerkelijk was het wel.

Járen later is de dochter van vriendin Jolande voor de tweede keer zwanger. In oktober 2015 is ze uitgerekend. Op 8 oktober ben ik ’s ochtends met Kleindochter op weg naar de Boreel wanneer een zwangere vrouw met een klein meisje met paardenstaart de roltrap afdaalt. Ze ziet me niet en ik kijk achterom : verdomd als dat niet Marielle is met Anna! Tegelijkertijd lijkt het me sterk: ze is toch bijna uitgerekend? Het is toch wel erg vroeg voor haar om vanuit Noord-Holland nu in de Boreel te zijn? Ik wil Jolande appen om ernaar te vragen maar de dag is vol met Kleindochter en andere zaken en net als ik zover ben komt er een app: ‘Vanmiddag is onze tweede kleindochter geboren. Marielle en Fleur komen morgen thuis! We zijn blij en héél trots!’ Onmiddellijk bel ik de opgewonden grootmoeder.

‘Ze was ervan overtuigd dat ze een jongetje zou krijgen,’vertelt Jolande. ‘Haar vriendin kreeg een paar weken geleden een jongetje, Laurens. Zij hadden ook die naam uitgekozen! ‘ Snel deel ik haar opmerking in op onze vijf kamelenschaal. Ik vind het wel een vier, op de vijf. Want het is uiteindelijk geen Laurens geworden. Maar een Roos. En dat is, voor Jolande, met haar grote voorliefde én kennis van tuinen en rozen, toch een heel bijzondere vernoeming. En eens te meer een bewijs dat toeval grootse, ongrijpbare vormen aan kan nemen. 

dinsdag 6 oktober 2015

Taart

Op een van onze zeldzame winkelmiddagjes trakteer ik Jongste Dochter op thee met een taartje bij de enige echte Deventer tearoom.
Het is moeilijk kiezen, vanuit de vitrine lachen ons wel vijftien verschillende gebakjes toe. Dochter kiest een Kasteeltje, ik neem een cassis bavarois met suikerschuim en slagroom, bestrooid met cacaopoeder. We krijgen onze gebakjes elegant geserveerd met een mes en vorkje. Ik fluister dat deze patisserie annex tearoom als de beste van de stad bekend staat. Dat wist ze niet.

Er komen twee dames binnen, waarvan één direct opvalt, niet alleen door haar omvang. Haar felroze met oranje gecombineerde outfit maakt samen met haar luide stem dat er al op afstand geen ontkomen aan is.
‘Mij is verteld dat dit de beste tearoom van de stad is,’verkondigt zij, om zich heen kijkend. Samen zoeken de dames een plekje dat na enige discussie gevonden wordt. Als het meisje hun bestelling op komt nemen vraagt het gevaarte haar welke soorten gebak ze allemaal heeft.
‘Heb je kwarkgebak?’ Het meisje antwoordt ontkennend.
‘Cheesecake?’ 
’Dat is net zoiets als kwarkgebak,’ verduidelijkt de vriendin. Het meisje adviseert om samen in de vitrine te gaan kijken naar wat er dan wel is.
‘O, moeten we zelf gaan kijken?’ Met enige moeite staat het stel weer op.

‘Heb je iets met aardbeien?’ De suikertaart, laten we haar maar Rosa noemen, knijpt haar ogen half dicht als ze in de vitrine kijkt. ‘Ik heb dertig seconden nodig om te focussen, ‘ zegt ze. ‘Ik zie het allemaal niet zo snel.’
‘Nee, het aardbeienseizoen is voorbij,’zegt het meisje.
‘Iets met kersen dan?’ Het is oktober.
‘Helemaal geen vruchtengebak, dus?’ Er klinkt lichte kregel in haar stem. ‘Ik zou dat hier wel verwachten. Wat moet ik dan kiezen?’
De vriendin wijst op het mokkagebak, de hazelnoottaartjes, de diverse smaken bavaroisgebakjes, de appeltaart met kaneel en karamel en de bananensoes.
Rosa heeft nu haar blik op het Kasteeltje gevestigd. ‘Wat zit daarin?’
‘Cake, frambozenjam, slagroom en er zit marsepein omheen.’
‘Is dat erg zoet?’ Het meisje knikt.  
‘Heb je ook nog andere soorten bavarois?’
‘Ik neem de bananensoes,’ zegt de vriendin ferm. ‘Kies jij ook wat?’
‘Nou, die appeltaart dan maar, die is met appel en kaneel en karamel?’
‘Jazeker,’ zegt het meisje. ‘Dat staat er ook bij. Appel, kaneel en karamel.’
‘Dan neem ik die maar. En wat heb je te drinken? Heb je vers sap?’
‘Sinaasappelsap,’ zegt het meisje.
‘Vers? Niet uit een pak? Vers geperst? En wat kost dat?’
‘2,75.’
‘En zit dat in een leuk glas, zo’n hoog glas, leuk voor de foto?  Ik bedoel, zo’n glas op een steel, of zit het in een gewoon sapglas?’

Op dit punt slaakt Dochter een zeer hoorbare, diepe zucht en slaat haar ogen ten hemel.
‘Ik zou dit dus nooit kunnen,’ zegt ze, iets te luid. ‘Ik was na twee minuten al gaan slaan.’ Rosa is weer naar haar tafeltje geschuifeld.
‘Ik ga afrekenen,’ zeg ik snel. Op mijn blik van verstandhouding met het meisje komt geen enkele respons. Respect!


maandag 24 augustus 2015

De kip of de soep





Een nadeel van het enigszins zelfvoorzienend leven is dat je steeds wordt geconfronteerd met eindes. Op enig moment is iets op. Het juiste tijdstip om de bonen te rooien of de aardbeienplanten op de composthoop te gooien zijn beslissingen die nog niet direct hoofdbrekens kosten. Anders wordt het als het om levende have gaat.

Al jaren hebben we legkippen, eerst wat mengelmoezerige rasjes, van kriel naar steeds groter, met haan dus ook kuikens en daar begon het: wat te doen met de haantjes? Die beslissing werd pas echt urgent wanneer de schattige kuikens echt volwassen hanen geworden waren en het hok te klein. Sommige mensen doen slinkse dingen als  hun hanen in een doos stoppen en dan ergens in de schemering op een braakliggend terrein loslaten. Ik zal eerlijk zeggen: dat is erg verleidelijk. Maar ook weer een beetje laf. Als je zelfvoorzienend bent moet je ook je eigen hanen slachten. Helemaal zelf gefokt, vlees van oorsprong, bij de bron, noem het maar. Nu ben ik, als boerenkleindochter, wat minder gevoelig aangelegd waar het kippen betreft maar dat wil niet zeggen dat ik het ook doe, die kop eraf. Ik weet wel héél goed Hoofd Kippenvel daarover aan zijn kop te zeuren. Dus die heeft wel eens zo’n haantje geslacht. Ook parelhoenders, trouwens, voor ik het vergeet. Dat zijn beesten, daar krijg je echt helemáál geen band mee, dus dat is gemakkelijker. Maar om nou te zeggen dat het z’n hobby werd, dat slachten, nee. ’s Winters mogen zijn kippen los en dan waren we stiekem blij als er één gepakt werd door een vos of een bunzing.

Een paar jaar geleden kregen we Echte legkippen. Oranje leghorns, hartstikke mak, je kon er met vier tegelijk onder je armen lopen, ze vonden alles prima. En ze legden alle vijf elke dag een ei, dus we kwamen om in de eieren. Nu is het zo dat het bij kippen opeens ‘op’ is. Dus na twee jaar was het met dat leggen van de ene op de andere dag afgelopen. Ze bleven natuurlijk wel eten, legmeel, graan, keukenafval.

Er kwamen drie jonge, fraaie maar behoorlijk schuwe Rhode Island Reds. Twee ervan gingen leggen, de derde niet en zou dat ook nooit meer gaan doen, zei een kippenkenner. De niet leggers werden gescheiden van de leggers en wekelijks meldde Hoofd Kippenvel dat hij een natuurmens  die alles weet van kippen slachten zou bellen voor een afspraak. Ondertussen bouwde hij een verplaatsbaar rennetje voor ze op het gras. 

Op een avondje Klootschieten trof hij de natuurmens. Een paar biertjes verder was de afspraak gemaakt: maandag om 10 uur ging het gebeuren. Hoofd Kippenvel sliep er slecht van, dat kon ik wel merken. Tegen tienen verdween hij schielijk maar kwam een uurtje later helemaal opgelucht terug met in een emmertje water de schamele restanten van één kip. Die zwarte die niet wou leggen. Net genoeg om een bouillonnetje van te trekken. Mijn vraag, wat er met die nietleghorns ging gebeuren, wimpelde hij af onder wat gemompel van ‘beste kippen’ en ‘gehecht aan’. Ik verdenk hem ervan dat hij ze namen heeft gegeven. En dan kun je eigenlijk niks meer beginnen.

Vanmiddag heb ik ze de restanten van ons avondmaal van gisteren gebracht. Ze waren er heel blij mee. Dus toe maar. Ik heb geen slecht gevoel over kliekjes, Hoofd Haan mag straks in het najaar weer blij met  zijn dames onder de arm lopen. En die soep, die wordt natuurlijk heerlijk!


zaterdag 15 augustus 2015

Flash


Veertien jaar is ze, onze jongste dochter, als ze me vlak voordat we een week naar ons Franse huis gaan iets in de handen drukt. Het is ingepakt en ademloos zegt ze: ‘Je mag het pas lezen als je in Frankrijk bent.’ En weg is ze.

Natuurlijk wacht ik niet tot we in Frankrijk zijn. Als ik het cadeaupapier eraf heb getrokken  zie ik een bundel  volgeschreven en met foto’s beplakte pagina’s . Tezamen vormen zij een hartstochtelijk pleidooi. Het kind wil een eigen paard. In het boekwerk bevinden zich verhalen, gedichten en praktische overwegingen. Er is een lange lijst met voor- en een korte met nadelen. Er is een kostenbegroting. Er zijn uit tijdschriften geknipte foto’s van paarden. Er zijn aandoenlijke tekeningen. En er is maar één conclusie mogelijk: als wij het kind een paard misgunnen, zal zij haar leven lang diep ongelukkig zijn. Want ze MOET een paard.  We zijn verbijsterd. Tot dan toe hebben we van deze hartenwens niet echt geweten.

We gaan erover in discussie, maar lang duurt die niet: we zien niet hoe wij een paard moeten financieren. De begroting lijkt ons veel te rooskleurig. We zijn ferm en duidelijk in ons oordeel: Geen Sprake Van.

We komen weer thuis en hebben het er niet over.  De dagen daarna verlopen wat vreemd: wij doen alsof we het hele paardengedoe gewoon vergeten zijn. De avond van de tweede dag houdt ze het niet meer en vraagt in tranen wat we hebben besloten. En wat voelen we ons wreed en machteloos als we haar grootste wens niet kunnen inwilligen. Diep verdrietig gaat ze naar haar kamer. Ik probeer het nu toch maar Knolhoofd weet van geen wijken.

En zo gaat het meisje op zaterdag en enkele avonden maar weer naar de stal van mensen verderop om uit te mesten, te voeren en soms op een van de paarden daar te rijden. Ze doet het met grote inzet en zorgvuldigheid. Soms ga ik mee om te helpen en te kijken hoe en wat ze doet, met zo’n paard. Ik heb helemaal niks met paarden, vind ze groot en griezelig. Over een eigen paard praat ze niet meer.
We worden gebeld door de eigenaar van de stal. Een vriendin van hem gaat scheiden en kan haar paard niet meer houden. Ze heeft hen gevraagd of hij haar 18jarige ruin onderdak wil verlenen. Ze wil er geen geld voor, ze wil alleen een goed tehuis.  Flash komt met z’n hele hebben en houwen, zadels, dekens  enzovoorts. ‘En toen dacht ik gelijk aan Martine,’ zegt de eigenaar. En wij, hoe kan het anders, gaan overstag.



En het moet gezegd: het gaat uitstekend. Trouw gaat ze iedere ochtend nog voordat ze naar school gaat naar de stal om Flash te voeren en  uit te mesten. Het is een braaf paard, lang manegepaard geweest, heel geschikt voor een onervaren ruiter. Ze neemt een baantje bij een verkoopstal en leert onder het strenge regime van de eigenares hoe de boel spic en span te houden. Ze ‘verdient’ er haar tweede paard, het veulen Zhara. En als we verhuizen naar een plek waar ze haar paarden aan huis kan houden, is dat natuurlijk helemaal geweldig.

Flash lijkt niet gelukkig bij ons, hij staat altijd één kant uit te kijken in de paddock. En als er nog een rijpaardje bijkomt verhuist Flash weer. Op zijn nieuwe stek leeft hij helemaal op en wordt bereden door de heer des huizes, die een warme band met hem opbouwt. Een heel enkele keer gaat Martine nog wel eens kijken.

En dan, de dag ervoor hebben we het nog over hem gehad, staat het bericht op FB dat Flash is overleden. In een prachtig in memoriam beschrijft de eigenaar op hartverscheurende wijze hoe het afscheid verliep en hoe hij hem nu al mist. En ik denk aan hoe Flash in ons leven kwam, zo toevallig op de juiste plek en de juiste tijd. En dan mis ik hem ook, opeens, na al die jaren.