dinsdag 21 oktober 2014

Het liefste dat er is







Sinds januari zijn wij trotse grootouders van Eefje. Hoewel we aan het woord ‘grootouders’ nog niet helemaal kunnen wennen, kunnen we dat aan Eefje wel. Met de week wordt het leuker, oma en opa zijn. Het kleine ding straalt als ze ons ziet, lijkt ons echt te herkennen en ze slaagt er natuurlijk in ons om haar minuscule pinkje te winden. Het allerliefst is het natuurlijk als je haar op de arm hebt en ze haar gezichtje in je nek duwt als ze verlegen is een nieuw persoon te zien. Dat jij dus te vertrouwen bent. Ik vind het ook geweldig om gewoon alleen maar te kijken naar wat ze doet. Het razendsnelle leren, niet alleen lichamelijk, maar ook hoe je met elkaar omgaat. Ze merkt precies wanneer ze met bepaalde handelingen succes heeft: gaan mensen lachen omdat ze bellen blaast, dan doet ze dat nog een keer. En nog een keer.

Waar ik ook blij mee ben is dat haar ouders haar gewoon in het gras laten kruipen. Dat het een lekker vies meisje wordt, bij tijd en wijle. Dat ze de aarde waarop ze leeft letterlijk leert proeven en niet straks voor elk torretje en spinnetje bang is.

Het is natuurlijk heel ‘gewoon’,  de voortplanting, die biologische drang je stempel op je nageslacht te zetten, maar tegelijkertijd is het ook weer uniek, zo’n nieuw klein mensje.  Vind jij, als oma. Dan stuurt een andere oma je een whatsappje met een filmpje van haar kleinzoon. En die doet preciés hetzelfde als dat kleine meisje van jou. Op de tafel meppen en babababa gillen. Zo word je weer even op je plek gezet. Want al kan het tempo verschillen, we doen dus gewoon allemaal hetzelfde en uiteindelijk worden we, met vallen en opstaan, groot. En met een beetje geluk, grootouder.

www.naober.nl  Column week 42

dinsdag 7 oktober 2014

Naober.nl 3 oktober Strijkplank





Laatst zette een FB vriendin haar strijkplank op de foto. Uit haar onderschrift sprak een warme waardering voor deze onmisbare huishoudhulp. Ik heb een tijdje naar die foto zitten kijken en er over nagedacht hoe aardig het is zo’n oude, trouwe dienares eens in het zonnetje te zetten.

Met mijn eigen strijkplank heb ik al zo lang ik haar heb een haat-liefde verhouding. Ik kreeg haar mee toen ik op 17-jarige leeftijd op kamers ging. Mijn moeder, kringloopster avant la lettre, had haar uit de boedel van de bejaarde buren gered. Het is een Brabantia, misschien wel van vlak na de oorlog, ze weegt volgens mij een kilootje of twintig. Omdat ze een door merg en been gaand geluid maakt als je haar uitklapt (of invouwt) vluchten Suus en Ronja de kamer uit als ik alleen de kast waarin zij staat maar open doe. Vervolgens wil die plank halsstarrig niet in de hoogste stand. Om dat voor elkaar te krijgen moet ik levensgevaarlijke capriolen uithalen, namelijk mijn voet in de ene helft van het onderstel plaatsen en het andere deel dan omhoog sjorren.  Pas dan krijgt de plank de voor mij ideale hoogte.

Nu zult u zeggen, waarom heb je dan nooit een andere gekocht? Deze suggestie is mij ook al vaak door Hoofd Binnendienst gedaan, als hij mij weer eens  foeterend aantrof met mijn onhandelbare plank. Maar misschien heb ik toch wel een beetje hetzelfde als Beppie. Uiteindelijk verleent die plank bij elkaar al wel zo’n zestig jaar trouwe dienst. Ik ben helemaal niet zo’n strijkster, maar ik houd ervan theedoeken en kussenslopen mooi glad te strijken, het geeft me rust. En daar helpt zij me bij. Dus bij dezen: een eerbetoon aan deze weerbarstige, maar solide dame. Ik ga een mooi nieuw overtrekje voor haar kopen.




donderdag 2 oktober 2014

Iglo Fishcuisine - een graatje met een staartje




“Lieve Mevr. Cazemier,
Wij hebben uw klacht in verband met ons product, de Iglo Fishcuisine Bretagne, goed ontvangen en danken u voor het melden ervan.”

Zo begon de brief die ik ontving na het melden van een stuk verwrongen ijzerdraad dat ik tussen mijn kiezen vandaan peuterde tijdens het eten van bovengenoemd gerecht. In ieder geval had ik het niet doorgeslikt, dat was al wat. Ik fotografeerde het vreemde voorwerp van alle kanten, maakte een kopie van de verpakking + productiecode en stuurde alles per mail naar de Iglo Consumentenservice.

Na enkele dagen kreeg ik een telefoontje uit Engeland met het dringende verzoek het item op te sturen naar een adres in Breda. En natuurlijk deed ik dat.

Vervolgens ontving ik de brief waaruit ik de aanhef heb geciteerd. En er kwam nog meer:
‘Als commercieel gebaar sturen wij u graag deze VVV cadeaubon ter waarde van 5,-- Euro.’
Toch enigszins verbijsterd door dit royale gebaar legde ik e.e.a. aan de kant en ging verder met op dat moment belangrijker zaken. In juni vond ik de brief weer en besloot er toch nog eens een mailtje aan te wagen. Dat ik het eigenlijk een lachertje vond, dit ‘commerciële’ gebaar van een grootmacht als Unilever. Dat het héél anders af had kunnen lopen, met dat ijzerdraadje en dat ik deze gebeurtenis eigenlijk wel 100 euro waard vond.

Er gebeurde niets. Ik ging op vakantie en stuurde nadat ik terug was het mailtje nog een keer, nu begeleid met de vraag waarom er niet op het mailtje geantwoord was?
Na een paar dagen zag ik weer het Engelse landennummer op de display van mijn telefoon. Ik kreeg een soort stagiaire aan de lijn die mij, namens haar manager, een paar vragen moest stellen. 

‘Shoot,’ zei ik.
‘Waarom ik zo lang gewacht had met reageren?’ Of dat iets ter zake deed, maar dat wilde ik best even uitleggen. ‘Waarom ik honderd euro wilde hebben?’ Omdat ik maar net zo’n willekeurig bedrag noemde als zij mij gestuurd hadden: de kosten van een bakje Fishcuisine bedragen 5,--  en ik had nogal wat kosten meer gemaakt. Zo babbelden we nog wat door, met op de achtergrond soms gefluister. We hingen op. Na een half uurtje belde ze nog een keer. ‘Of ik ook naar de tandarts had gemoeten?’  Nee, ik was er zelf in geslaagd het voorwerp tussen mijn kiezen vandaan te peuteren. Maar dat ik vooral toch wel erg blij was dat het niet ergens in mijn strottenhoofd was blijven steken, met alle fatale gevolgen van dien. 
Ze hield even haar adem in voordat ze het gesprek beëindigde.


Dat was eind juli en hierna is het stil gebleven. Dus daarom dacht ik, kom, ik schrijf er maar eens een blogje over!


UPDATE: op donderdag 8 januari werd ik gebeld door Mevrouw Iglo: excusus dat het éven geduurd heeft, maar: ze gaan me een cadeaubon van 50 euro toesturen, de lieverds! We gaan het zien.

vrijdag 12 september 2014

Meisjes, overal meisjes




Een ambitieus en tikje heikel plan: Hema zet zichzelf in de etalage door ‘gewone klanten’ te laten bloggen.  Met nog dik 900 uitverkorenen neem ik deel aan de eerste Hema Blog Academy.

CEO Ron van Zetten (50+) trapt af en houdt ons voor hoe snel de tijden veranderen, maar dat het aloude Hema adagio: ‘een goed product voor een goede prijs’ blijft. Is vandaag de gemiddelde leeftijd van Nederlanders 40 jaar, over tien jaar is dat 50! In de veronderstelling met dit marketinggegeven aan de slag te gaan, verheug ik mij op de rest van de middag.

De Hema heeft Fashiolista Agency ingehuurd: een club bloggers over mode. Er blijken al 22 ‘echte’ Hemabloggers aan het werk: vier ervan mogen vertellen over hun blog. Met stijgende verbazing hoor ik hun verhalen aan. Het schattige meisje dat haar vriendje belde om te vragen welk van de twee serumpjes ze nu zou kiezen en hij haar suggereerde een blog te beginnen waar ze met dit soort problemen aan de slag kan. Inmiddels wordt ze helemaal blij van het mooi fotograferen van lipsticks. De zonder enig spoor van dialect pratende ukkepuk die het vanuit zijn Noord-Drentse gehucht heeft geschopt tot modeblogger. Mode? Waarom gaat het steeds over mode? Dat is toch niet de eerste associatie die ik heb met Hema. Ik kijk voorzichtig om me heen. Ik voel de generatiekloof gapen. Hoeveel leeftijdgenoten zie ik? Volgende vraag: waarom zijn wij oudjes eigenlijk uitgenodigd? Op de uitnodiging sta ik te boek als ‘ervaren blogger.’ Dat klopt ook, maar daar sluit het programma bepaald niet bij aan.

Want na de pauze komt Lara Michels aan het woord, modeblogster van het eerste uur. Gelauwerde meid, enthousiast en reeds op 25jarige leeftijd flink door de wol geverfd. Zij praat ons bij over de ins en outs van het succesvol bloggen. Ze vertelt het type successtory dat de aanwezige meisjes heel graag horen. Eentje vraagt bezorgd of ze er wel aan gedacht heeft een KvK nummer aan te vragen toen ze van haar hobby haar beroep maakte. En een andere blogster-in-spé vraagt haar of ze ook een gezin heeft. Lara blogt in het Engels. Stelt de doorsnee Hemaklant dat ook op prijs? Ik kan er niks aan doen, maar ik begin toch echt een beetje op mijn stoel te draaien.

Waarom ben ik hier? Ik draag vandaag een bh en sokken van de Hema. Ik had verwacht dat we mooie Echt Hema verhalen zouden mogen schrijven. Een verslag over mijn laatste aankoop, een digitale weegschaal, een liefdesverhaal over de marsepeinen aardappeltjes, een lofzang op de Hema cappuccino. Verhalen waarin de consument zich kan herkennen.

Maar nu geloof ik dat ik er niet helemaal bij hoor, bij de Hemaconsument. De fashionista’s dat ik hier vanmiddag heb gezien kom ik in de Hema nauwelijks tegen. Wel ‘gewone’ vrouwen van allerlei leeftijden die kaarsen, ondergoed en panty’s kopen. De trouwe Hema-klant, dus. Daar zou ik graag over en voor willen bloggen. Hema maakt het gewone bijzonder. Zullen we dan nu weer gewoon gaan doen en dáár iets bijzonders van maken?


zondag 31 augustus 2014

Sprei

Op de Vide Grenier in Beaumont-le-Roger is het al druk op de vroege morgen. Er wordt flink gesnuffeld tussen de tafels en de grote variëteit aan spullen die de verkopers op kleedjes op de grond uitgespreid hebben. Gelukkig is het mooi weer, maar nog fris.
Twee jonge vrouwen, dertigers, staan rillend tussen hun aanbod. Zo te zien hebben ze het kabinet van oma uitgepakt. Keurig gesteven theedoeken, lakens en slopen, zwarte kousen en een doos vol kant en band. En dan zie ik een openstaande koffer met geborduurde tafelkleden en gehaakte spreien. Ik trek er één uit, het is een enorme katoenen sprei, zeker 240x220, bijzonder voor de toch meest kleine en korte Franse bedden. Het is gehaakt op haaknaald 2, schat ik en het is onnavolgbaar netjes gedaan. Het is ook nergens verkleurd maar heeft een mooie, warme slagroomkleurige tint.





 ‘Dat heeft mijn oma gehaakt,’ prijst één van de vrouwen haar waar aan. Of ze zelf kan haken? Nee, natuurlijk niet. Ze lacht: ze heeft wel wat anders te doen. Op mijn vraag of ze zoiets niet zelf willen houden, wordt nee geschud. Ik begrijp het ook wel: tijden veranderen. Maar ik sta met het sprei in mijn handen en zie een nijvere, kleine vrouw voor me die, bij de kachel, ongetwijfeld maandenlang avond aan avond geduldig heeft zitten haken. Haar kleindochters hebben geen idee. Op mijn vraag wat ze ervoor willen hebben trekken ze vragend hun wenkbrauwen op. Is tien euro goed? Ik knik. Had ik vijf geboden, had ik ‘m ook gehad.




Een half uurtje later, op de terugweg, zie ik dat het andere sprei nog niet verkocht is. De komende weken leg ik de laatste hand aan mijn eigen gehaakte sprei. En wie weet, over dertig jaar, staan mijn kleindochters er ook mee op de markt. Niets is voor de eeuwigheid.

Meer Franse belevenissen lezen?  Begin mei 2017 verschijnt bij Uitgeverij Edicola 'Natuurlijk Normandië'!

zondag 24 augustus 2014

Liedje

Op de FB pagina van Nederlanders in Frankrijk werd gevraagd:

Welk Frans liedje was het eerste liedje dat u naar Frankrijk deed verlangen?

Dat bracht herinneringen boven!

"Zjezz kie sel poer peelesie de uune poepelison, poepeelesie de poepelisier poer pelesie pour peleson!" Ik was 10 en ging met papa en mama en mijn twee broertjes voor het allereerst van mijn leven op vakantie, en wel meteen naar de baai van Arcachon. Dat liedje zong ik keihard mee met de autoradio. 
Wij zaten met ons drieën op de achterbank en ik had een hele mooie, knalroze hoofddoek met franje er aan en bloemetjes er op en die liet ik uit het achterraampje wapperen in de wind. Mijn vader verbood me dat steeds maar ik deed het stiekem toch. En toen waaide hij opeens het raam uit, zoals mij voorspeld was. Ik heb het nooit verteld. 
Het liedje had dat jaar  meegedaan aan het songfestival en of het gewonnen had weet ik eigenlijk niet eens en bovendien heb ik het bijna nooit meer op de radio gehoord. Er komt wel een naam bovendrijven: France Gal?! En dan kan ik dat natuurlijk zo opzoeken maar ik wil het eigenlijk liever gewoon zo laten. Niet iedere kennis draagt bij tot een groter geluk.

Pas vele jaren later kwam daar nog een ander nummer bij: 'Paris 's éveille' klonk op uit een openstaand venster toen ik op de tweede dag van onze vakantie ergens in de buurt van Metz vanaf de camping naar de bakker wandelde. Op dat moment schoot ik in vakantiestand. En altijd als ik dat liedje hoor, dat zie ik mezelf daar weer lopen. Ik kan alleen niet uitstaan dat ik de camping niet meer weet. Toch maar weer eens dezelfde route rijden, dan komen we hem vast wel tegen...!

zondag 17 augustus 2014

Kamperen III




Vroeger kon je nog wel eens lachen op een camping. Er arriveerden altijd mensen die overduidelijk nog nooit gekampeerd hadden en ook thuis niet even de moeite hadden genomen hun bungalowtent een keertje op te zetten. Dan hadden ze zo slim kunnen zijn de bij elkaar horende stokken te nummeren dan wel van gekleurd tape te voorzien en was hen een hoop leedvermaak bespaard gebleven. Maar goed,  het kon ook leiden tot een enorme verbroedering, want  er zijn maar weinig mensen zo hulpvaardig als kampeerders.
Vaker leidde het tot uiterst pijnlijke echtelijke ruzies, huilende kinderen en een withete papa, want hij was al zo moe van dat hele eind rijden.  Je hoorde dan hoe het kleine woordje ‘jij’ met héle verschillende intonaties kan worden uitgesproken. Eens waren wij, warm en droog in onze caravan, getuige van het opzetten van zo’n gevaarte in de stromende regen. Toen alles na drie uur in elkaar zat stond de tent half op de weg. De kampeerders hebben die nacht in een hotel doorgebracht.

Tegenwoordig is er niet zoveel te lachen meer. De camping wordt bevolkt door de Witte Vloot van de Gouden Generatie: Tachtigers die hun minstens 7 meter lange camper dankzij uitgekiende boordcomputers precies op de plek krijgen waar ze hem hebben willen. Ze hebben alles bij zich, hun schotels rijzen automatisch op in de goede richting en ze kijken niet met ons, het gewone volk, in de bar naar de wedstrijd. Als ze van de camping af gaan blijven hun tafeltje en stoeltjes op ze wachten, want ze willen wel op dezelfde plek terugkomen! Ze zijn dan verder zo over de dag wel druk in de weer met emmertjes en kleine wasjes. Zodat het toch een beetje lijkt op kamperen, wat ze doen. En ik bekijk dat dan allemaal, vanuit mijn caravan achter de laptop.