In verband met onze (s)emigratie naar Normandië heb ik een nieuw blog geopend:
https://eenjaarinnormandie.blogspot.com
Daar lees je alles over onze avonturen. Dit blog staat op een laag pitje.
maandag 26 februari 2018
zaterdag 9 december 2017
Wat er gebeurt
Hij is er:
Een verhalenbundel met als thema's verdriet, veerkracht en venijn
Fragment: Wat er gebeurt
...als je de top bereikt.
Ze zijn op 1600 meter vertrokken om naar de top van de Canigou, de heilige berg van de Catalanen van 2784 meter hoog, te klimmen. Emma is haar moeder al snel voor. Ingrid moet echt zo nu en dan even stilstaan, ze is tijdens de slingerende tocht met de 4-wheeldrive onverwacht wagenziek geworden en moet diep ademhalen om haar maag weer tot rust te brengen. Ze zijn niet de enigen die vanmorgen deze klim maken: langs de westkant van de berg, die nu in de schaduw ligt, ziet ze gestaag naar boven klimmende kleine figuurtjes langs de steile flanken slingeren. Emma is haar al veel te ver voor. Als een gems danst ze over het pad, behendig en onverschrokken. Ingrid ziet haar soms op handen en voeten en roept haar naam. Natuurlijk hoort ze haar niet.
Ze probeert er vaart achter te zetten. Langzaam komt ze in een goede loopcadans en kan ze regelmatiger ademhalen. Haar maag doet niet meer vervelend. Ze wordt niet meer steeds ingehaald. Het gaat goed.
De berg wordt hogerop steeds kaler met angstwekkend steile puinhellingen, waar het pad in uitgesleten is. Ingrid begint weer sneller te lopen. Eén misstap kan fataal zijn. Ze kan het voor zich zien, hoe haar meisje als een beschadigde vlinder onderaan de helling ligt, haar lange blonde haar in een waaier om haar hoofd. Omdat ze nu aan de achterkant van de berg is ziet ze haar helemaal niet meer. Maar opeens is ze er weer, haar rode korte broekje als een dansende stip tegen de donkere berg. Er loopt iemand bij haar, het lijkt erop of ze samen praten. Ze staan even stil, ze wijst. Ingrid zwaait. Ze zwaait terug. De vrouw bij haar zwaait ook, op een manier die haar geruststelt. Haar tocht duurt nog bijna een uur maar na nog een paar korte, loodzware klimmetjes arriveert ze op de top. Er zijn daar een heleboel mensen, dat valt haar tegen. Het waait er heel hard, de zon brandt. Ze ziet Emma met de vrouw op een rotsblok zitten. Ze moet zich bijna door de menigte heen worstelen om bij hen te komen.
‘Dag mam, ben je daar eindelijk,’ Emma lacht. De vrouw naast haar draait zich ook naar Ingrid om. Verbijsterd kijken ze elkaar enkele seconden aan.
‘Josien?’
‘Ingrid’. Ze heeft haar naam onthouden. Bliksemsnel heeft haar verbaasde blik plaatsgemaakt voor een andere. Ze kijkt Ingrid vriendelijk glimlachend aan. Maar Ingrid voelt de blos die over haar gezicht schiet en ze kijkt weg, alweer.
‘Kennen jullie elkaar?’ Emma kijkt de vrouwen beurtelings aan.
‘Van vroeger,’ zegt Josien. ‘Van heel lang geleden.’ Ze lacht naar Emma. Ze maakt een volkomen ontspannen indruk. Ze zal het toch niet vergeten zijn?
‘Waren jullie vriendinnen!’ Emma lacht.
‘Eh…we zaten bij elkaar in de klas,’ zegt Ingrid.
In ieders leven komt het voor dat je onverwacht iemand uit je verleden ontmoet, op een brug in een Oostenrijks stadje, in de trein onderweg naar Berlijn. Bijna altijd is het een ontmoeting waar je later met plezier aan terugdenkt. Hoe verrassend was het je oude leraar Geschiedenis op de veerpont naar Terschelling of het meisje waar je ooit mee gekust hebt op de markt in Syracuse nog eens weer te zien! Wat kun je daar gelukkig van worden, even terug in je verleden te zijn, de lucht van warme perziken te ruiken, de warmte van die dag als een deken om je heen te voelen.
Zo’n aangename verrassing was dit niet.
woensdag 25 oktober 2017
Budapest
We vliegen naar Budapest voor een citytrip van een paar dagen. Als we dalen zie ik onder ons het tracé van een vierbaans snelweg in aanleg, met klaverbladen, keurig uitgevoerd in geel zand. Het eindigt aan de rand van een groot vierkant stuk bos, aan de andere kant gaat het verder. Er staan geen machines, het werk aan de weg is stil gelegd.
Het is al donker als we in het hotel aankomen, het is
moeilijk te zien waar we ons precies bevinden omdat alle woorden van deze taal
ons vreemd zijn. We lopen een hele tijd om iets te eten te vinden en dat wordt
uiteindelijk een heerlijk broodje kebab. Het kost weinig.
De volgende dag gaan we op pad om een hop-on-hop-off bus te
regelen. Dat lukt al gauw, de extraverte zwarte kaartjesverkoper wil graag met ons mee
naar het land waar iedereen getolereerd wordt, Nederland. Er blijken meerdere
spelers op de hop-on-hop-off markt, ze noemen zich allemaal ‘official’ en we
mogen ook overal instappen maar ze volgen niet allemaal dezelfde routes.

De bussen voeren ons langs alle highlights van Buda en Pest.
Het turbulente verleden van dit land en deze stad komen behoedzaam aan de orde.
Om het iedereen naar de zin te maken wordt het allemaal niet te moeilijk en te
diepgaand. Op de boottocht over de Donau verhaalt de Engelssprekende stem uit
de luidspreker dat aan het eind van WOII alle zeven bruggen verwoest zijn door
de Duitsers en noemt ook het aantal slachtoffers dat daarbij gevallen is, de
Duitse vertaling die volgt rept daar met geen woord over.

Er zijn veel monumenten en in de rotte kiezen die na WO II en de Russische overheersing ontstonden zijn soms mooie maar vaak ook wanstaltige gebouwen neergezet. Voor de bouw van het megalomane parlementsgebouw kon men niet kon kiezen uit de voorgestelde ontwerpen en daarom werden ze alle vier maar uitgevoerd. Samen vormen ze een suikertaart die schittert tegen de blauwe hemel.Langs de brede boulevards, die je natuurlijk vergelijkt met die in Parijs en Wenen, staan nog steeds prachtige panden. Tijdens de Belle Epoque waren het woonhuizen, nu ambassades en kantoren. Aan de Andrassy Utca zijn de grote Europese modehuizen gevestigd. De keren dat wij er langs lopen zien we geen klanten.
We lunchen in de enorme shopping mall ‘West End’, die tegen
een van de drie stations aan gebouwd is. Zoals in elke grote stad heeft ook dit
station een aantrekkingskracht op de mensen die halverwege het afvoerputje van
de samenleving vechten om boven te blijven. Overigens zien we er daar ook op
andere plaatsen in de stad veel van. Ze vormen een schril contrast met de
luxueuze winkelstraten, de Russische dames de met een gouden telefoon aan hun
oor, een DGtas over hun schouder en schoenen die het onregelmatige plaveisel
maar nauwelijks aankunnen de ene winkel in, de andere weer uit trippelen.
Zeker, toeristen uit de hele wereld hebben hun weg naar
Budapest gevonden. Het bedienend personeel is uitermate voorkomend, het eten en
drinken zijn er uitstekend, toeristen worden in de watten gelegd. Natuurlijk is er niets mis mee daarvan te genieten. Maar als ik ergens toerist ben op een plek waarvan ik de indruk krijg dat de locals er zelf niet echt gelukkig zijn, dan voel ik me een beetje opgelaten. Misplaatst. De Hongaren
die wij spraken, maken een ongelukkige indruk. Ze zijn niet blij met de kant
die de stad en hun land op gaan. Ze zijn ook niet blij met hoe het geweest is. Ze weten
niet waar ze wel blij mee moeten zijn. Een land dat zo lang overlopen is door verschillende culturen en politieke invloeden heeft ook nog een lange weg te gaan. Ik hoop dat ze 'm vinden. Of afmaken.

In november verschijnt: 'Wat er gebeurt.' Verhalen.
'Wat er gebeurt..' is een bundel van verhalen over verschillende vrouwen die zeer uiteenlopende dingen meemaken rond de thema's verlies, venijn en veerkracht.
Nu al intekenen voor een gesigneerd & mooi ingepakt exemplaar? Bestel 'm voor € 19,95 incl. verzendkosten
zaterdag 30 september 2017
Vakantie in september
De enorme hond van de man uit de Creuse blaft als zijn baas
verder dan twee meter uit de buurt is. En dat is hij nogal eens, want de man
maakt graag een praatje en hoort bij de inventaris van de camping. Hij kan dus
ook gasten ontvangen en ze wijzen op de bel waarop ze moeten drukken als de acceuil onbemand is. Dan komt de immer
in het zwart geklede, kettingrokende Jeremy op zijn fiets aangesneld. Intussen
blaft de hond met regelmatige tussenpozen, terwijl de man uit de Creuse hem
zonder enig merkbaar effect toebrult stil te zijn en niet zo’n comédie te maken. Het lijkt erop dat de
hond ‘Panache’ heet, maar het kan ook zijn dat de man iets roept dat ik
verkeerd versta. Soms eindigt een woef in een langdurig melodieus gejank, dat
langzaam verdwijnt tussen de bergen. Zo nu en dan neemt de man zijn gitaar ter
hand en barst los in Spaans gezang, hetgeen een hoop verklaart. De man en zijn
vreemd genoeg kleurloze vrouw komen hier al jaren. Ze hebben een camper maar
die verlaat de camping pas op het moment als ze daadwerkelijk gaan vertrekken.
Tot die tijd lopen ze naar het dorp, de enorme Panache tussen hen in. Er is nog
een ander bevriend stel dat in de caravan naast hen verblijft en wel over een
auto beschikt. Soms gaan de dames samen boodschappen doen. Op zondagmiddag eten
en drinken ze gezamenlijk, de hele middag lang zoals alleen Fransen dat kunnen.
Tegenover ons staat een aantal caravans waar een houten
huisje omheen gebouwd is waardoor de leefruimte verdubbelt. In één ervan woont
een jonge man met het syndroom van Down. Hij heeft de hele dag de TV aan. Soms
komt er familie op bezoek, die blijft dan ook een nacht logeren. Hij heeft Dirk
verteld dat hij tot het sluiten van de camping hier blijft en dan naar Spanje
gaat. Als Dirk een keer net voor hem de enige zitwc op de camping bezet blijft
de jongeman licht mopperend vlak voor de deur staan wachten tot hij klaar
is.
In één van de andere caravans woonde
een tijdje een atletisch gebouwde man met een witte ruwharige hond met één
bruin oor en enge rode ogen. Het was wel een aardige hond verder. De man
vervoerde hem in een karretje achter zijn fiets. We zagen hem in het dorp
koffiedrinken of boodschappen doen bij de SuperU. Op een dag arriveerde er een
man in een auto met een aanhangwagen met een motorfiets erop. Hij liep met een
blauwe plastic fles naar de plek waar de man met de witte hond woonde. Daar
zaten ze tot de schemering, de hond liep vergeten alleen over de camping en
kwam met onze honden spelen. Aan het begin van de avond keerde de man met de
blauwe fles terug. De volgende ochtend hoorde ik al vroeg de man met de
hondenkar weg fietsen. Hij is niet meer terug gekomen.
Naast ons parkeerde een pick-up truck met een enorme kajak omgekeerd
op het dak. Er sprongen drie jonge hippies met dreadlocks uit. Ze hadden veel
bonte kleren aan. Ze brachten de nacht door in hangmatten. Jeremy vertelde me
later dat zijn kantoortje zich vulde met hun lijflucht toen ze zich in kwamen
schrijven. Hij trok zijn neus op en schudde zijn hoofd. ‘Van die gasten die
drie dagen in de natuur verblijven en dan een nachtje op een camping komen
staan om te douchen.’ Ik had geen idee waarom, maar hij keurde deze handelwijze
overduidelijk af.
Jeremy en zijn vrouw onderhouden een enorme moestuin, met serres waarin de heerlijkste tomaten
groeien. In zijn kleine winkeltje naast het kantoortje verkoopt hij deze, samen
met zoete uien, pruimachtige perziken, courgettes, knapperige paprika’s in alle
kleuren. Hij heeft een uitgesproken mening over de reguliere landbouw. Hij
vertelt me dat zijn paprika’s er bijna vier maanden over doen om tot wasdom te
komen. Dat verklaart hun volle smaak. Ook de tomaten kweekt hij langzaam. Als je
sla bestelt snijdt hij een krop af en komt hem je brengen. In deze hele
omgeving is bio het toverwoord, op de markt is het merendeel van de producten
biologisch geteeld of vervaardigd. En worden ze verkocht voor een prijs die de
producent zelf bepaalt. Korte lijnen. Zoals het altijd zou moeten, maar zoals
het al lang helemaal niet meer gaat.
Op zondagochtend wordt er op everzwijnen gejaagd in de
bergen om ons heen, met honden en hoornblazers. De honden gillen van opwinding
en ook Panache doet mee. Jeremy maakt zich zorgen of er niet een aan de jacht
ontkomen wild zwijn over de camping zal rennen. Deze keer gebeurt dat niet maar
er is er een paar nachten geleden wel één op de camping geweest, ik heb hem
zelf horen snuiven in de diepte van de bijna droogstaande beek voor onze tent.
We zorgen er dus maar voor dat er geen voedsel rond de tent te vinden is. Onze nieuwe buren maken zich op voor de lange
zondaglunch, ze hebben visite. Wij eten straks een stokbroodje camembert. En
een gebakken ei. Met de chipolata’s van gisteren er in kleine stukjes in
meegebakken. Met een paar van die goddelijke tomaten.
In het dorp kun je heerlijk eten en de fraaie omgeving
ontvouwt zich voor ons. We bezoeken een stadje dat ontsnapt is aan de
kwalificatie ‘Plus beaux villages de France’ en daardoor prachtig en verrassend authentiek gebleven is. We kopen
heerlijke wijn bij de Eco Cave. Op de camping mogen onze honden loslopen. Er
is maar sporadisch 3G en open Wifi en er zijn nog hurktoiletten. De ANWB kent de camping niet en dat is
misschien ook maar beter, want er zijn zo van die plekken die je niet met
iedereen wilt delen.
In de zomer schijnt het hier evengoed vol te staan.
In de zomer schijnt het hier evengoed vol te staan.
Kamperen in de herfst heeft, als je eenmaal gewend bent aan
de koude nachten, de koele ochtenden en korte avonden, ook wel wat. Zeker als
overdag de zon uitbundig schijnt en dat doet hij, al die tijd dat we hier zijn
op één dag na.
donderdag 15 juni 2017
Klein moois
Vandaag gaat het er eindelijk van komen: ik ga fietsen naar
Bernay, hier zo’n 25 kilometer vandaan waarvan de laatste veertien over een
oude spoorbaan. Die is al járen geleden een fietspad geworden en als klein
beetje treinengek heb ik daar hele romantische ideeën over, over dat fietsen
over zo’n (nu geheel geasfalteerde) spoor. Er zijn er inmiddels nogal wat van
die voies vertes in Frankrijk. Tot de
19de eeuw werden spoorlijnen dan ook met grote voortvarendheid
aangelegd langs de riviertjes die voor aandrijving van industrietjes zorgden. Een
groot aantal spoorwegmaatschappijen exploiteerde de lijnen, maar veel ervan
waren al voor de jaren dertig alweer opgeheven dankzij het toenemend
wegverkeer.
Vanaf La Noblet ben ik naar Montreuil gefietst en daar heb
ik in het zonnetje un petit noir
gedronken alvorens door het dal van de Charentonne naar Broglie te fietsen. ‘Alles
ziet er beter uit als de zon schijnt’ zong Rudi Carrell en het mag dan een
dooddoener zijn, de wereld presenteert zich vandaag op zo’n weelderige wijze
dat ik me bij tijd en wijle in veel zuidelijker streken dan Normandië waan.
Alles bloeit en groeit en zingt en kwettert en hoe heerlijk is het te fietsen
langs een weg waar maar heel sporadisch een auto passeert. Ik rijd Broglie in
en sla af naar het beginpunt van het fietspad,
‘La voie verte’ (het groene spoor). Groen is het zeker. Aan weerszijden groeien
struiken zo hoog dat het lijkt of je door een tunnel fietst. Er zijn wat mensen
op het pad, wandelaars, oma’s met kleinkinderen
in een buggy. Geen enkele keer kom ik een fietser tegen. Van het
spoorwegverleden is nauwelijks iets waarneembaar, behalve een rangeerterrein
waar overwoekerde auto’s staan en de spoorbruggen en stationnetjes die nu
bewoond worden. En toch is alles van een ongekende, kleine schoonheid. De oude
hekken langs het pad zijn er ooit door mensen die er nu niet meer zijn
neergezet. Een ijzeren hek houdt ongewenste bezoekers buiten en gewenste
binnen. Langs het pad groeien talloze kleine margrieten, hun stralende
gezichtjes naar de zon gericht. Hoe het
precies werkt weet ik niet, maar het lijkt dat naarmate ik ouder word, het
grootse en meeslepende leven me niet meer erg kan boeien en ik veel meer de schoonheid
van wat dicht bij me is leer waarderen.

De route is ruim en vlak en voordat ik het weet ben ik in
Bernay. Ik schuif aan een tafeltje bij
een crêperie en eet een hartige en een zoete crèpe. Daarna fiets ik via een andere, iets
hobbeliger route terug. In St. Pierre- les-Cernières houdt mijn accu het voor
gezien en moet ik helemaal op eigen kracht uit het dal zien te komen. Ook met
een stevige tegenwind lukt dat maar dan vind ik het wel mooi geweest. In jaren
heb ik niet zo ver gefietst, ruim 50 km. In Montreuil pikt hoofd Bezemwagen me weer op.
Het was een prachtige dag. Die kan weer in je rugzakje, zou Els zeggen. En daar
gaat hij ook in!
dinsdag 23 mei 2017
Aangeslagen
‘Eigenlijk moet je het zien als een natuurverschijnsel,’ zei Man vanochtend nadat we het nieuws uit Manchester vernomen hadden. De wekkerradio laten we tegenwoordig uit om niet al verdrietig aan de nieuwe dag te beginnen, de krant is opgezegd, de mobiels blijven beneden, maar het nieuws overvalt je toch wel, vroeger of later.
Ik dacht er vandaag over na.
Jaren geleden trof een uit het niets opkomende bliksemschicht hier in de buurt een muziekkorps bij een begrafenis. Er kwamen drie mensen om en er waren gewonden, waaronder een paar kinderen. Deze winter was er in Italië een hevige lawine die een hotel onder de sneeuw begroef. Dit is maar een fractie van wat er zoal aan vreselijks gebeurt, want dan heb je natuurlijk nog de jaarlijkse tropische orkanen, aardbevingen, zuidwester stormen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen. Ondanks genomen maatregelen als dijken, buienradar, stormvloedkeringen en windwaarschuwingen: ze eisen allemaal slachtoffers en niemand die er iets aan kan doen.
In die zin is dat bij de terroristische aanslagen ook zo. Hoe goed je de boel ook onder controle denkt te hebben, 100% zekerheid heeft niemand. Nooit en nergens. Waar je wel zeker van kunt zijn is dat er altijd en overal (hoe dan ook gelukkig maar een paar) idioten zijn die zich het ‘recht’ menen te kunnen toe-eigenen andere mensen het leven te ontnemen. Ik vraag me af of we hier wel met mensen te maken hebben. Ze missen enkele heel essentiële menselijke waarden, zoals mededogen en empathie en vooral een geweten. Dus zijn het dan wel mensen? En als ze dat niet zijn, hoe moet je ze dan noemen? Als het inderdaad onafwendbaar, niet te voorkomen, overweldigend en met grote gevolgen voor nabestaanden is, is dit misschien het juiste woord ervoor. Een natuurverschijnsel. Maakt dat het acceptabeler? Daar ben ik nog niet uit.
donderdag 18 mei 2017
Over ‘Natuurlijk Normandië’.
Promotekstje 😃
‘Natuurlijk Normandië’ van Dienke Cazemier is verschenen in
de ‘Frankrijk Puur’ reeks van uitgeverij Edicola in Deventer. De gidsen voor
deze reeks worden geschreven door mensen die de regio van haver tot gort kennen
omdat ze er wonen of er vaak en veel verblijven en daarom een ander verhaal
vertellen dan de doorsnee reisgids. Er zijn al gidsen over o.a. de Ardèche, de
Gironde en Corsica verschenen.
‘Natuurlijk Normandië’ leest, dankzij de soepele
schrijfstijl en fijnzinnige, humoristische columns over het Franse alledaagse
leven als een roman. Natuurlijk word je
meegenomen midden-Normandië te leren kennen en zorgen de ruim 300 foto’s ervoor
dat je een goede indruk van de regio krijgt, maar het boek is, in tegenstelling
tot een ‘normale’ reisgids, geen kritiekloze opsomming van wat er allemaal zo
mooi is. Kom kijken en proeven in het
land van appels, kaas, room & honing – en val, net als Dienke, voor de
weemoed en de rust van dit bijzondere stukje Frankrijk.
Het boek is te bestellen bij je lokale boekhandel of hier: https://www.bol.com/nl/p/natuurlijk-normandie/9200000071290573 en in België bij de Standaard boekhandel. In de loop van de zomer is het ook verkrijgbaar bij de ANWB. Het boek kost 19,95.
Abonneren op:
Posts (Atom)























