zondag 19 juli 2015

Natuurbegraafplaats? Zo kan het ook.


                                 


Afgelopen week waren we op Schiermonnikoog en hebben we pap nog even dag gezegd.  In 2010 waren we daar met de hele familie om de as van onze vader te verstrooien. Het eiland heeft sindsdien voor ons een extra warm plekje. Omdat pap, behalve in onze geest en onze genen, daar is. Eén met de door hem zo geliefde natuur op dat eiland. Zonder steen of ander fysiek teken. Hebben wij niet nodig. En ja, ik weet dat het officieel verboden is, maar ik heb het mensen al vaak zien doen, ook hier in de Schipbeek en toevallige voorbijgangers houden in en tonen dan respect en mededogen.

Het was een prachtige dag, met zon en wind, zoals het hoort op een eiland. Schier was paps eiland. Jaarlijks bracht hij daar één of twee lange weekends door, eerst met mama, daarna met Gees.  Weer en wind, zee en duinen, de leegte van het wad: hij was er dol op.

Zijn asbus zat in een fietstas en wij fietsten met ons allen naar de Kobbeduinen. In een andere fietstas zaten witte ballonnen en een tank helium. Gees wilde graag dat we die ballonnen zouden oplaten, voor de kinderen maakte dat het gebeuren natuurlijk wel extra spannend. We zetten de fietsen neer en liepen met pap en de andere spullen een eind bij de andere bezoekers vandaan. We vonden een mooi plekje en bliezen de ballonnen op. 

Toen we er allemaal eentje hadden lieten we ze gaan en keken we ze na. Daarna begonnen we op volgorde van leeftijd met het uitstrooien van de as. Iedereen een beetje, iedereen zei iets, zong wat, soms gleed er een traan over een wang. 



De parnassia’s bloeiden, het hoge gras wuifde pap na. Voor de laatste keer uitgewaaid op Schier.

dinsdag 30 juni 2015

Wat goed voor je is


 
Er zijn weinig dingen waar ik me zo over verbaas als de stelligheid waarmee beweringen worden gedaan op het gebied van voedsel. 

Terwijl op dit moment de generatie van de tot draderige balletjes gekookte spruiten en slijmerige andijvie, de stooflappen met een lekkere rand vet gebraden in roomboter en de flinke berg aardappelen met jus met gemak 100 wordt blijken wij het Helemaal Verkeerd te doen. Griezelig magere meisjes en betweterige heren houden ons streng voor dat het Allemaal Anders moet.  We moeten aan de powerfoods!  We moeten pitten met onuitsprekelijke namen  en rauwe vergeten groenten eten, opeens blijkt havermout de oplossing voor alle kwalen en vooral: al het ons omringende onkruid zit stampvol Goeds! Met zorg rooi ik wat hanenpoot. Als ik het ruik ,wil ik het al niet meer eten, maar ja: het is Gezond Voor Me (not)!

Bij een lokaal natuurvoedingsbiologischtuinbouwbedrijf zie ik  hondsdraf, dovenetel en pinksterbloemen te koop voor toch gauw een euri of 3 per potje. Met daarbij een aantekening over de Geweldig Gezonde Eigenschappen van dit wondervoedsel. Whoehahaha, wie wordt daar errug gezond van? Juist.

Wat we in de loop van de jaren al niet aan beweringen hebben zien langskomen. Spinazie mocht je jarenlang niet opwarmen  en nu mag dat weer wel.  Halfvolle melk is véél gezonder dan wat er van nature uit de koe komt. Harde vetten, levensgevaarlijk. De leugen van de granen: eigenlijk vergiftig je je lichaam, als je die eet.  Een boterham met hagelslag is  gegarandeerd dodelijk. Roomboter is weer helemaal in de gratie. Eieren, maximaal drie per week, mogen nu weer elke dag?! Voedingsvezels: beter van niet als je er niet genoeg bij drinkt. En dan de klapper: twéé liter vocht per dag is echt noodzakelijk. Dat je lichaam voor voldoende vochtopname een fantastisch instrument bedacht heeft, namelijk het gevoel dorst, wordt hoonlachend terzijde geschoven.

Vrouwen die zwanger zijn en daarna borstvoeding willen geven, vallen helemaal ten prooi aan de voedselmaffia. Wat er allemaal níet mag als je zwanger bent! Heb je net een heerlijk bordje hachee naar binnen gelepeld, ojee: Uien! Winderigheid! Darmkrampjes! De basis van het eeuwig moederlijk schuldgevoel is gelegd.

En dan natuurlijk alcohol. Ook zo wat. Zo lang de mens bestaat, drinkt hij alcohol. Al ver voor en in de Middeleeuwen dronk iedereen bier, van klein tot groot, in verschillende percentages, gewoon de hele dag door. En oké, de medische wetenschap liep nog verder naast de kinderschoenen dan nu, maar toen had je ook al types die ondanks al dat verkeerde eten en drinken respectabele leeftijden bereikten. Dus hoe dan ook,  het menselijk ras is er desondanks in geslaagd zich in zéér korte tijd als een olievlek over de aardbol te verspreiden.


Maar hoe zit het dan? Ik heb géén idee en pretendeer niets. Ik weet alleen, dat er aan het eind van mijn leven één ding zeker is: het houdt een keer op

. Voordat ik aan de beurt ben wil ik graag met plezier leven en daar hoort nu eenmaal lekker eten en drinken bij. En voordat iemand nu met z’n vinger begint te zwaaien: ja hoor, met mate! Alleen niet altijd. Lekker.

vrijdag 12 juni 2015

Nooit meer, toch?

Nooit meer, toch?


Dat ik mezelf, ondanks mijn stellige voornemen er hélemaal mee op te houden, vanmiddag toch weer terugvond in de moestuin is gewoon de schuld van dat lapje grond zelf. 

Na de winter lag het er troosteloos bij. Er waren wat kruiwagens paardenmest overheen gestort en overal lagen ‘ingekuilde’ aardbeiplanten.  Het kweekgras stak alweer voorzichtige sprietjes boven de aarde . Voordat we op vakantie gingen zaaide ik in de laatst overgebleven palletplantagebak zonnebloemen, Cosmea en eenjarige phloxen. En in de moestuin zaaide ik met gulle hand papavers en wilde bloemenmengsels. Het zou een bloemenzee worden, daar.

Toen we terugkwamen stond de hele voormalige moestuin vol met al stevige aardappelplanten. De aardbeiplanten hadden zich tegen mijn onverschilligheid verzet en waren  tot grote pollen uitgestoeld. Van het wilde bloemenmengsel zag ik niks terug, wel kwamen er wat pietepeuterige papavertjes op. Ik zag dit alles met gemengde gevoelens aan. De aardappels waren afgelopen zomer dus duidelijk erg slordig gerooid.  Natuurlijk stond alles door elkaar en was er ook een heel stuk leeg. Ik bedacht dat ik daar dan nog wel wat bonenplanten neer zou kunnen zetten, nadat ik die eerst had voor gezaaid in een bak. Verse sperziebonen behoren tot mijn favoriete voedsel.  Op zoek naar boontjes vond ik ook nog een zakje peulenboontjes. Op een regenachtige middag stopte ik ze in de grond. En omdat verse sla en rucola ook altijd erg lekker zijn zaaide ik die ook nog maar even. En de week daarna nog een keer.

Nu had ik een paar jaar geleden een stukje beplant met frambozen, bessen en kruisbessen, tot nu toe zonder veel vrucht. Tot mijn verbazing zat de kruisbes tot z’n in de toppen van zijn takken vol bessen en ook de frambozen zagen er veelbelovend uit. Dus ook hier maar weer eens huisgehouden, brandnetels en hoog opgeschoten gras ertussen uit getrokken en de frambozentakken waar niks aan zit eraf geknipt.


Hoofd Komkommertijd had vorig jaar een overvloedige komkommeroogst en wilde dat nog wel een keer. Na enig onderhandelen beperkten we ons dit keer tot twee planten én een courgette. Voor deze kant en klaar gekochte planten maakten we een lekker bedje met een kruiwagen paardenmest en compost. Een flinke hoop versgemaaid gras eromheen tegen de slakken en meer kunnen we niet doen.

Wat zou er eigenlijk van al die AH Moestuintjes zijn  geworden? Waar ze op de vensterbank stonden  zag ik doorgaans pierige plantjes waarvoor de interesse al snel verdwenen was. AH lacht vast in zijn vuistje: zo gemakkelijk is het dus niet, je eigen groente kweken in je eigen moestuin. 

Behalve als die zelf het heft in handen neemt. Inmiddels staan de peultjes in de volle grond, keurig langs een lijntje. De aardbeien dragen vrucht, de aardappels staan er prachtig bij. En zo ben ik toch weer moestuinvrouw geworden. En ik vind het gewoon weer hartstikke leuk (en lekker)!






donderdag 4 juni 2015

De Bonte Kraai





Jaren geleden gingen Hopperhoofd, jongste dochter en ik naar Skyros, een tamelijk ‘onbedorven’ Grieks eiland op vakantie in mei. Aangezien de aanvliegroute van dat eiland nogal ingewikkeld is maakten we twee keer een doorstart, om vanaf de andere kant uiteindelijk veilig te landen. Medereizigers, twee middelbare stellen  achter ons waren het met deze gang van zaken niet zo eens en moesten er erg van overgeven. Vanaf het vliegveld werden we per bus naar de diverse onderkomens gebracht en wij troffen het  dat de Kotsers, zoals we ze inmiddels genoemd hadden, weer achter ons zaten.  We hoopten dat ze niet ook last hadden van wagenziekte. Maar nee: het bleek dat ze al snel voldoende afleiding hadden: ‘Kijk, ik zie een bonte kraai! Wat, twee bonte kraaien, nee maar, wat zeg ik , een heleboel bonte kraaien’. Dochter, niet echt op de vogelaarsleeftijd, kreeg er de slappe lach van. En deed weldra heel solidair mee: ‘Kijk! Ik zie een meeuw! Nee, twee meeuwen! Nou kijk mam, een heleboel meeuwen!’




Al snel bleek dat er op het eiland eigenlijk weinig anders te beleven viel dan vogels kijken  en dat mensen er ook speciaal daarvoor naartoe gingen, wisten wij veel want wij waren geen vogelaars. De nationale vogel daar is de Hop. Dus tja, die wilden wij dan toch ook wel eens zien. We hadden een klein autootje gehuurd en hobbelden daarmee over de vele onverharde wegen op het eiland. We picknickten in een olijvenboomgaard en toen opeens, net toen we eigenlijk niet echt zaten op te letten, vloog er iets door de bomen dat verdacht veel weg had van een Hop. En toen was de beer los. Hopperhoofd zou en moest die Hop toch echt nog eens helemaal zien. Dus reden we uren stapvoets turend door de verrekijker langs typische Hop-biotopen en zagen er geen één. Dochter achterin keek zuchtend en met haar ogen draaiend de andere kant uit en wees ons terloops op een vogeltje dat vlak langs het pad op een paaltje zat. ‘Kijk een steenuiltje… wat zeg ik nou…!’ riep ze vertwijfeld uit. In een baaitje troffen we de Kotsers hetgeen haar plots actief naar Bonte Kraaien deed uitkijken. Zo vermaakte ze zich toch nog een beetje.



Sindsdien lopen (en vliegen) Bonte Kraaien als een rode draad door onze vakanties. We verzamelen nagenoeg niets, maar inmiddels hebben foto’s van Bonte Kraaien in Ierland, Rome, Sicilië, Andalusië, Zuid-Frankrijk, Wenen en Schotland en Isle of Skye. Het kind is daar nooit meer bij, maar we sturen haar dan een Whatsappje met ‘Kijk, ik zie een bonte kraai!’ en een foto als bewijs. En wij weten dan natuurlijk dat er minstens twee, zo niet een heleboel bonte kraaien te zien waren. En die Hop: die hebben we op Skyros nooit meer gezien. Wel onlangs in Spanje, maar dat spannende verhaal staat in een vorige blog.


vrijdag 29 mei 2015

Doden in het bos





Het IJssellandschap wil op 't Hemeltje (hoe toepasselijk) in Bathmen een natuurbegraafplaats aanleggen. Op het kaartje in de krant was te zien dat ze dat precies tussen de paden waar wij met de honden lopen willen doen. Als ik het goed begrepen heb worden de overledenen op willekeurige plekken in de grond gestopt en is er na enige tijd  niets meer van te zien waar ze liggen, want er komt geen steen of struik ter nagedachtenis op of zo. We hebben het hier over uiteindelijk 6000 graven! Op dat kleine stukje? En als je dan niks meer van zo’n graf ziet, hoe weten ze dan…..brrr.  Het IJssellandschap hoopt daar 3500 euro per dode voor te vangen. Het aardse slijk, zeg maar. Hoe natuurlijk dat is, is nog maar de vraag, want de meeste mensen gaan niet gezond dood en je weet niet hoeveel chemisch afval er in de grond terecht komt.

De bosbegraafplaats blijft gewoon wandelgebied, want, zo zegt een woordvoerder van het IJssellandschap, mensen vinden het op een gewone begraafplaats ook helemaal niet eng. 
Dat zal wel zo zijn, maar ik zeg toch niet tegen mijn hondjes, kom meisjes, we gaan vanmiddag een frisse neus halen op de begraafplaats in bijvoorbeeld Bathmen! Het wandelt niet echt ontspannen als je de kans loopt op een treurende menigte te stuiten. En om er niet de hele tijd aan proberen te denken, aan al die rottende skeletten onder de grond en die maden  enzo. En miasma (dank Reina voor dit argument).


De meeste buren van de begraafplaats i.o. zijn tegen. Ze voorzien niet zo zeer overlast van de overledenen, als wel van hun aanhang. Drie per week een teraardebestelling, wordt ingeschat.  Overigens is aan mij, als toekomstige dode,  niet gevraagd of ik in het bos ter ruste gelegd wil worden. Ik vraag mij dus af of er marktonderzoek gedaan is, want wie willen er in die 6000 graven liggen? 

Mijn advies voor het IJssellandschap: doe maar niet. Bathmenaren hebben in het (recente) verleden bewezen geduchte – en succesvolle – tegenstanders te zijn. Dezer dagen komen er petities in omloop waarop u uw handtekening kunt zetten. We hopen dat u tekent voor levende natuur. Niet voor dode. 

zaterdag 16 mei 2015

In Spanje II


Vanuit  Toledo is de bestemming Soria om dan via de westelijke Pyreneeën weer terug te keren in Frankrijk. We rijden voorbij Madrid, waar we niet ontkomen aan vier prestigieuze wolkenkrabbers, elk met hun eigen architect en bijbehorende signatuur. Een uur later, tijdens een koffiestop zien we ze nog steeds, landmarks tegen een nevelig blauwe hemel.

We klimmen langzaam omhoog, het landschap onveranderd dor en stuurs. Wel verbaast het ons dat er nog nauwelijks blad aan de bomen zit, hier. De temperatuur daalt ook naar een graad of veertien. Nu heb ik wel gelezen dat de Midden-Spaanse hoogvlakte zich kenmerkt door een landklimaat met uitzonderlijk koude winters en korte, hete zomers, maar kennelijk was het niet tot me doorgedrongen dat het over dit gebied gaat.


Als we een rondje op de uitgezochte camping gereden hebben weten we het zeker: hier gaan we onze tent niet opzetten. Behalve is de kou is de aantrekkingskracht van  het bij elkaar geraapt zootje schots en scheef opgestelde tenten en caravans, bedekt met blauwe en groene zeilen miniem. We rijden door naar de volgende op het lijstje, die bij Soria, maar die blijkt onderlangs de snelweg te liggen.
We zijn het snel eens over onze volgende bestemming: terug naar Alquézar, waar alles nu opeens nog mooier lijkt dan toen we er de eerste keer waren. We rijden door de Rioja, zien de temperatuur stijgen naar 28 graden en staan om een uur of zeven weer op nr. 88. Met nog steeds niemand om ons heen.



We hebben daar nog een paar mooie dagen. Nu we er wat meer moeite voor doen ontvouwt het gebied zich en toont zijn grootse schoonheid.  De Grand Canyon in Europa. Een dag later, onderweg naar Naval om daar inderdaad authentiek Spaans aardewerk te kopen en naar de zout delving te kijken, ontwaar ik een clubje Vale Gieren op de nok van een schuurtje en als Hoofd Vogelaar er een dag later ook nog in slaagt een hop te fotograferen kan de vakantie natuurlijk al bijna niet meer stuk.


Om de tent niet voor één nacht te hoeven opzetten besluiten we de laatste dagen van de vakantie door te brengen in de Dordogne op dezelfde camping als vorig jaar, La Plage in Vézac. Dus pakken we op een warme ochtend de hele boel weer op en rijden de mooie weg via Barbastro, L’Ainsa en door de tunnel bij Bielsa terug door de Pyreneeën.




Dus dat was Spanje in onze notendop.  De heel bijzondere sfeer daar heeft waarschijnlijk ook alles te maken met de rust en het gebrek aan mensen en verkeer. De rare, nutteloze autosnelweg die is aangelegd tussen Lleisa en Huesta (maar daar 10 km van tevoren gewoon zomaar in de wereld ophoudt), de Supermercado’s met aangenaam veel minder keus dan de grote Franse, de lage prijzen,  de halflege dorpen die op aandoenlijke wijze proberen graantjes toerisme mee te pikken,  de ooievaarsnesten op de kerktorens, het altijd licht vervreemdende van mensen die een taal spreken die je niet kunt verstaan maar met wie je wel contact maakt met ogen en gebaren.





Alquézar ziet ons vast nog wel eens weer. In mei. Al was het alleen al om de nachtegalen.

donderdag 7 mei 2015

In Spanje I


Zodra je de Pyreneeën over bent, in dit geval door de tunnel van Bielsa, ben je in een andere wereld. Andere vegetatie, stof. Het heeft iets weg van Arizona of New Mexico.  En dan is dit nog Noord-Spanje, waar het aan de akkers te zien toch nog wel de moeite waard is iets te zaaien wat ook te oogsten valt.



We blijven eerst een paar dagen op de camping in Alquezar. Het is weekend en best druk op de camping. Nadat we eerst twee keer naar een plek zijn gewezen waar onze combinatie Caddy + aanplaktent niet past, belanden we op plaats 88. Hier zijn we tamelijk ver weg van bijna alles, zeker op maandag, wanneer iedereen weer naar huis gaat. Voor de honden is dat fijn, die mogen dan ook zo nu en dan eens even lekker los lopen. Op de camping tieren de nachtegalen welig: hun oorverdovend gezang gaat dag en nacht door. Dat moet je natuurlijk prachtig vinden. We gaan een dagje toeren in het natuurpark van Guara en spotten op één dag de meeste soorten vogels ooit. Zal het dan hier in Spanje dan toch eindelijk gebeuren dat we echte vogelaars worden? Maar de weergaloos mooie Hop, de prachtige Rode Wouw, de sierlijke bijeneters met hun melodieuze zang, de majestueuze gieren en de steenarend en natuurlijk de onvolprezen wielewaal: die wil iedereen wel zien, toch?


( Die zwarte spikkels zijn gieren)






We breken de boel weer op en rijden naar Toledo. De weg er heen is niet bijzonder boeiend. Het Spaanse landschap is vooral veel van hetzelfde: olijf- en amandelboomgaarden, dorre hellingen met bossige vegetatie of grotendeels kaal. Op de snelweg rijdt niet veel verkeer, daarom is het des te verbazingwekkender dat er om de vijf kilometer een uitspanning is. We stoppen er bij één op de parking om de honden even uit te laten en verbazen ons weer eens over de onverschilligheid waarmee de bewoners van Zuid-Europa met hun omgeving omgaan. We hebben het overal gezien, in Griekenland, Italië: wil je je koelkast of je dooie geit kwijt, dump hem maar over een richel, dan ben jij ervan af.


Toledo dient zich aan, schitterend gelegen op een heuvel in het omringende Italiaans aandoende landschap. Hier stroomt de rivier de Taag, waardoor alles groener is. We komen via een heuse oprijlaan op de deftige camping aan waar voor iedereen een beschaduwd hokje van 60m2 beschikbaar is. Veel forse campers, natuurlijk. En magere katten, waar onze dames luid en duidelijk niets van moeten hebben. We drinken wijn en bier en eten tapas in La Olivilla, een tentje aan de weg richting stad. Het restaurant bij de camping is te chique voor bij een camping.


De volgende ochtend zetten we de auto in een parkeergarage in het centrum en kunnen de hondjes koel in de auto blijven. Het is nog vroeg en de levendige stad dient bevoorraad te worden. Met enige regelmaat drukken wij ons plat tegen een gevel omdat er een auto langs moet, tot in de nauwste straatjes manoeuvreren bestelbusjes met uiterste precisie langs de eeuwenoude muren. De kathedraal is zonder twijfel prachtig. Even aarzelde ik in het kader van: ik heb ze wel gezien, kathedralen, maar ik heb er geen spijt van. En zo vroeg in het seizoen is het niet vreselijk druk. Wel duizend Chinezen, die met hun smartphones op sticks alles filmen zonder ergens naar te kijken.




We halen de honden uit de auto en lunchen heerlijk op een terras. Twee uitermate chagrijnig kijkende oudere toeristes schuiven aan een tafeltje naast ons aan. De goedgemutste ober trekt met duim en wijsvinger zijn eigen mondhoeken omhoog. De boodschap komt niet echt over, de dames kijken nu verontwaardigd. Ze hoeven alleen maar soep en water. Hij raadt ze de gazpacho aan: het verbaast me niet dat ze als ze ervan beginnen te eten elkaar boos aankijken: deze soep wordt koud geserveerd. We wandelen nog een uurtje door de stad en vinden dan probleemloos de parkeergarage weer terug.

De volgende ochtend vroeg keren we nog een keer terug om de Romeinse baden en de tentoonstelling over de Visigoten te bekijken. Een gedienstige beambte komt zijn hokje uit om ons uit te leggen hoe je een kaartje voor die tentoonstelling uit een machine moet trekken nadat je daar een euro per kaartje voor hebt ingestopt en na enkele minuten hebben we dat gezamenlijk voor elkaar. Hij gaat weer achter zijn loket zitten om de volgende bezoekers op te wachten. De tentoonstelling is in één van de vele kerken die Toledo rijk is en we mogen ook helemaal in de toren klimmen.


We drinken koffie in een tent waar vooral mensen uit het centrum komen en waarvan de eigenaar geroutineerd iedereen tegelijk van zijn of haar favoriete soort koffie voorziet. We kopen mazapan en gaan dan maar eens een middagje chillen op de camping. In de schaduw. 27 graden. Heerlijk.