dinsdag 9 maart 2021

Blauwe regen

 




 Hsiao Aristides on Unsplash


In het eerste jaar van ons verblijf in La Noblet kochten we een Blauwe Regenstruik. De Wisteria, in het Frans heet hij Glycine, vind ik echt horen bij een Frans huis. De Blauwe Regen klimt langs de gevel omhoog (ook wel geholpen met draad) en kan enorm groot worden. Daar was het eerste jaar natuurlijk weinig van te zien. De plant moest haar weg vinden en dat duurt wel even. Het tweede jaar schoot het al wel iets op, maar bloemen, ho maar. In het derde jaar bereikten de ranken de ramen op de 1e etage en nu kon ik haar ook vanuit mijn slaapkamerraam in toom houden. Maar ja, kennelijk hadden we door een verblijf in NL de bloei net gemist want ik zag bij terugkomst wel een stuk of vijf uitgebloeide trosjes. Maar hij schoot wel lekker op nu! In jaar vier zou het helemaal goed komen.

Deze winter kregen we het lumineuze idee een aanbouwtje aan de voorzijde van het huis te maken, zodat we meer ruimte voor jassen en schoeisel hebben én er aangenaam kunnen zitten in het vroege voorjaar. Nu hebben we een architect nicht in de familie en haar zetten we aan het werk zo’n erker te tekenen. Pas toen realiseerden we ons dat de Wisteria voor de uitbreiding zou moeten wijken. Dat was een beetje een domper. We tekenden de serre af op de muur en toen bleek dat we de struik naar links op konden schuiven. Daarvoor moesten we wel een hele partij narcisbollen uitgraven en mijn kruidentuintje opofferen maar dat zou toch moeten. Het was een zonnige, maar ijskoude zaterdagmiddag en de zon was nét weg daar waar wij bezig gingen, dus gelukkig kregen we het wel warm van het werk. Graven in Normandische klei is geen sinecure, er zitten ongeveer evenveel keien als klei in de grond en daarbij moet je dan ook nog de wortels van de struik ontzien dus met de houweel kun je niks beginnen. De Wisteria had goed haar best gedaan zich in de afgelopen droge zomers zo diep mogelijk te wortelen. Ik zal het geraas en getier bij het uitgraven laten voor wat het was, op enig moment opperde ik dat we ook voor 20 euro een nieuwe konden kopen, maar toen was het leed al bijna geleden en kon, door met een laatste schier bovenmenselijke krachtsinspanning de diepste wortel los te trekken, het hele zaakje 30 cm opzij gezet worden. Vervolgens nog even de rolsteiger in elkaar zetten om de plant in te korten zodat ze haar energie in nieuwe wortels kan steken en toen was het klaar.

Inmiddels had ik er een paar zaaddozen afgeknipt en die meegenomen naar binnen. Met geen mogelijkheid waren ze open te krijgen. Ik zat te lezen toen ik plotseling een soort pistoolschot hoorde en ik iets met hoge snelheid voorbij zag vliegen. Het duurde even voordat ik vond waar het vandaan kwam. Tot mijn stomme verbazing was er zo’n peul uit elkaar geknald waardoor de zaden met kracht door de keuken geslingerd waren. Gelukkig vonden we ze wel terug. Twee. We hebben nog twee van die tijdbommen op tafel liggen.

Ik heb ze in een bekertje water gedaan om sneller te ontkiemen en vandaag in een potje aarde in de kas gezet. Ik las dat het wel tien jaar kan duren voor zo’n uit zaad gewonnen plant wil bloeien. Voor deze moederstruik hopen we vooral dat zij het overleeft en ons toch binnen enkele jaren zal verrassen met overvloedige bloemtrossen. Voor haar eventuele dochters weet ik wel een paar bestemmingen.

Nu nog even goedkeuring krijgen van de gemeente van onze negentien pagina’s tellende bouwaanvraag voor 6m2 extra ruimte. Aangezien de kadastertekening van geen kanten klopt en er een nieuwe wet is die bepaalt dat iedere woning op 400 m afstand van een brandkraan óf waterbuffer moet staan kan dat nog wel eens een probleem geven, maar over een maand! weten we meer. In elk geval weten we dan wel of onze Wisteria het overleefd heeft en we ooit een vergelijkbaar plaatje kunnen zien….





Beth Macdonald on Unsplash

maandag 4 januari 2021

Nieuwe bakker

 


Ook al ben je al jaren in Frankrijk,  je blijft je verbazen over zaken die je als praktisch ingestelde Hollander heel anders aan zou pakken. Waarbij opgemerkt moet worden dat als je afleert je er druk over te maken, het in de meeste gevallen wel went.

Er is weer een bakker in het dichtstbijzijnde (6 km) dorp V. Er was al lange tijd sprake van, hij zou eerst op 1 september opengaan, toen 1 oktober en uiteindelijk is dat dan 2 januari geworden. Leek mij een verkeerde tijd, zo vlak ná de feestdagen maar ik was even vergeten dat die nog niet voorbij zijn: rond Driekoningen eet men ‘la galette des rois’, een soort zoete pastei van bladerdeeg, gevuld met verschillende ingrediënten zoals appels  of frangipane, een soort amandelspijs. In de taart verborgen zit een ‘fève’, vroeger een boon, inmiddels een porseleinen poppetje uit de kerststal of een andere figuur. De fèves zijn  een verzamelobject geworden. Als je het treft dat de fève in jouw taartpunt zit ben je de koning en mag je de rest van de dag de gouden kroon, die wordt meegeleverd met de taart, op je hoofd zetten. En een wens doen natuurlijk.

Ik bestelde zaterdag zo’n taartje (voor 8 personen, 23 euro) en ik was bepaald niet de enige, het liep storm bij de bakker. Ik nam gelijk een stokbroodje mee, de maat der dingen. We vonden ‘m een beetje compact, maar hij had wel een bite.

De commune had erg veel behoefte aan een bakker en daarom ondersteunt de gemeenschap zo’n ondernemer financieel. De bakker en zijn gezin woonden al een paar maanden in het pand, maar de bakkerij zelf verkeerde nog in dezelfde staat als waarin hij ongeveer een jaar geleden verlaten was. Tikje verveloos, dezelfde stickers op de etalageruit, dezelfde naam op het mooie uithangbord, hetzelfde lijstje met openingstijden. Eind december hing er een klein roze briefje op de deur waarop stond dat ze op 2 januari weer open gingen. Het is een heel klein winkeltje en nu met de Covid mogen er maximaal twee personen binnen zijn, maar veel meer past eigenlijk ook niet. Nieuw is het sandwichbord buiten met daarop vermeld dat je er ambachtelijk ijs kunt kopen. Ook in januari.

Zondagochtend waren we laat op, maar ik toog toch vol goede moed naar de bakker om z’n pains-au- chocolat te testen en m’n galette op te halen. Ik moest buiten aansluiten in de rij. Eenmaal binnen waren de pains-au-chocolat op en bleek je niet met je bankpas te kunnen betalen. De moeder van de bakkersvrouw was overduidelijk gestrest door het feit dat er van alles op was en ging informeren hoe het met de pains was. Dat ging nog een kwartier duren en aangezien een kwartier gemakkelijk uitloopt tot een half uur zag ik ervan af. De kleine meid van de bakkersvrouw vond het allemaal maar niks dat ze haar maman met klanten moest delen en simuleerde hevige buikpijn. Ze liet zich uiteindelijk onder luid gejammer van de werkvloer af duwen, haar handje omklemde nog even de deurpost, maar dat zag maman gelukkig. Ik heb zelf ook een winkel aan huis gehad dus ik ervoer een soort déja vu. Ik had ook geen cheque of voldoende cash bij me om de galette kunnen betalen, dus ik kon met lege handen naar huis.

Een uur later was ik weer terug, met cheque. Ik vroeg nog even voor de zekerheid naar de openingstijden en die waren, zoals al verwacht, anders dan op het bord voor het raam. Je zal toch op woensdagochtend tevergeefs voor de deur staan voor een ontbijtje terwijl er staat dat de winkel open is. Ook de naam van de bakkerij was veranderd: op de cheque mocht ik ‘Aux saveurs de V.’ invullen. Prachtig. De galette was heerlijk en smaakt naar meer.

Nu nog even een ander uithangbord, nieuwe stickers op de ramen, de kozijnen in de verf en een pinapparaat, de juiste openingstijden op de deur en dan kan de zaak open.

O, o nee, dat waren ze al.

 

woensdag 4 november 2020

 Mutuelle

Een van de onaangename taken in het leven is het afsluiten van verzekeringen. Op zoek naar een voordelige aanbieder raak je verstrikt in het enorme en onoverzichtelijke aanbod.

Ons Franse huis was al verzekerd bij Parapluie toen wij het kochten. Ik belde met Parapluie en de dame die ik aan de telefoon kreeg zou wel even langskomen. Aldus gebeurde. Een voluptueus type van  onbestemde leeftijd met perfect gelakte nagels en een iets te kleine en te korte rok stapte uit een naar mijn smaak te dure auto. Ze wiebelde op haar naaldhakken door het grind. Madame Charlier en ik hadden een langdurig gesprek waarin ze een voordeliger variant van de verzekering voorstelde en ondertussen onze gegevens allemaal probeerde in te voeren op een gammele laptop (‘Volgende week krijg ik een nieuwe’). Ze kirde en babbelde ondertussen door.  Zo begon ze over D, dat leek haar een handige man, een ‘vrai bricoleur.’ Volgens mij had ze hem drie tellen gezien, buiten. Daar had zij dé perfecte verzekering voor, voor stel, hij viel van de ladder of zaagde in zijn been. Een verzekering, speciaal voor handige senioren. Slechts 63 euro per maand. Ik sputterde nog wat maar ze zette door. Onmisbaar. Onverantwoordelijk zoiets niet te doen. Ze vertrok, met de belofte terug te keren als D. zijn Carte Vitale had. In Frankrijk dekt zo’n kaart veel, maar niet alles en daarvoor sluit je dan een aanvullende verzekering af, de zg. mutuelle. Ik kreeg het er al warm van als ik alleen maar dat woord las in de talloze Frankrijkgroepen die FB rijk is. Er zijn er misschien wel honderd mutuelles. En vind daar dan maar eens de juiste tussen. Dus dacht ik, laat Parapluie het maar voor ons uitzoeken.

Madame Charlier belde me op om te vragen of de Carte Vitale inmiddels aangekomen was en op mijn bevestigend antwoord liet ze weten de volgende dag om 1700 uur langs te komen. Inmiddels had ik de ‘accidents de la vie’ verzekering weer opgezegd, dat kan binnen veertien dagen na afsluiting. We begonnen dus al op een licht onprettige basis, want ze vond onze beslissing uiterst onverstandig. Dit liet ze herhaaldelijk weten, ‘c’est très malavisé’ terwijl ze een mutuelle voor Monsieur samenstelde. Ze bleef maar tikken op haar laptop en maakte het allemaal erg spannend. Haar stemming werd er niet beter op toen ze een mutuelle voorstelde van 113 euro per maand en wij dat veel te duur vonden. Uiteindelijk kreeg ze ons zover dat we voor een lager bedrag instapten, al had die verzekering een ‘zeer onvolledige dekking.’ Toen bleek dat ze met haar nog steeds oude laptop niet op onze Wifi kon, en er vervolgens een probleem ontstond met het invoeren van betalingsgegevens, omdat ze niets begreep van IBAN, kirde ze niet meer. Ze vertrok met volle zeilen met de belofte morgen terug te komen met een andere laptop.  Gelukkig kwam ze niet maar stuurde een week later een contract dat wij niet tekenden. Maar ondertussen had D. nog steeds geen mutuelle.

Ik vulde wat gegevens in op een vergelijkingssite en binnen het uur werd ik gebeld. Ik was net druk bezig met de voorbereidingen voor het bakken van een appeltaart.

Een goedlachse jongeman ging in sneltreinvaart van start met zijn onovertroffen aanbod voor een op het lijf geschreven mutuelle. Het duurde even voor hij begreep dat ik een Nederlandse was en dat het even wat langzamer moest. Hierop begon hij een heel verhaal over hoeveel hij van Nederland hield waarna hij voor mij onbegrijpelijke redenen in Barcelona belandde. Pas toen ik het bevrijdende ‘Van Basten’ hoorde begreep ik dat hij over voetbal had. Nu vroeg hij of ik niet liever met een Engels sprekende collega door wilde. Licht beledigd, want we waren al voorbij de geboortedatum en andere essentialia, gaf ik toe. In hoog tempo  loodste Marjorie me opnieuw door het fantastische aanbod. Je zou bijna willen dat je ziek werd, zo geweldig waren de dekkingen en de voorwaarden. Het probleem was alleen dat dit het aanbod was van Parapluie, hoewel wel 40 euro minder dan Madame Charlier ons had willen laten betalen. Ik legde haar uit dat ik dat dus niet kon doen, ik vreesde die knalrode nagels en naaldhakken als zij er achter zou komen. Schaterlachend legde zij uit dat dat echt niets uitmaakte. Zij waren nu de tussenpersoon. Maar gelukkig vond ze toch nog zomaar een maatschappij die misschien nog wel een beter aanbod had dan Parapluie! Na anderhalf uur praten was ik om en de appeltaart gaar. Vanaf 1 januari heeft D. een mutuelle die alles dekt, brillen, tanden, de hele mikmak. Zegt Marjorie. We gaan het zien. We kunnen nog terug, maar waarheen? We beschouwen ook deze hobbel als weer genomen. 

Namen zijn veranderd!

zaterdag 20 juni 2020

Caravan kopen




Hoofd Aankoop vindt dat de caravanverkoopster lijkt op ‘die mooie blonde uit Casa de Papel’ en daarmee heeft ze de strijd natuurlijk al bijna gewonnen. Ze laat er geen gras over groeien, trekt niet eens haar regenjas uit, plant ons voor haar grote beeldscherm en biedt ons geen koffie aan. Een mondkapje draagt ze niet, dus wij doen die van ons ook opgelucht weer af.

Ik heb een uitdraai van hun website bij me met daarop een tweedehands caravannetje van het formaat dat wij maximaal willen hebben. Ze weet binnen drie seconden te melden dat die is verkocht. Ze buigt zich over haar bureau om ons recht in de ogen te krijgen: was het de prijs die deze caravan aantrekkelijk maakte of is het type caravan de eerste keuze. Dat laatste is het geval. Ik krijg mijn chauffeur maar met moeite aan het rijden met een caravan en het oude beestje dat we nu hebben heeft vanaf het begin af aan zijn afkeer alleen maar aangewakkerd. Dus het moet ook absoluut geen centimeter groter kavalje worden dan 4 meter.

De volgende vraag is wat onze auto mag trekken. Veel, maar daar draaien we een beetje omheen. ‘Het is namelijk zo, ‘zegt ze streng,’ dat de meeste mensen een te grote caravan achter hun auto willen hangen. ‘Et ça, je ne supporte pas!’ Ik ben blij dat wij dat niet willen.  Ze vertelt ons nu dat ze  helemaal verslingerd is aan caravans en daarom ook de volle verantwoordelijkheid draagt van de juiste keuze voor de juiste auto. Ze moet ook wel met haar klanten door één deur kunnen. Ze praat over die klanten alsof het haar vrienden zijn.  Ondertussen wordt ze voortdurend gebeld en slaagt ze er in de gesprekken precies zo kort te houden dat je als live klant niet het gevoel krijgt dat je er een beetje voor de kat z’n viool bij zit. Praktisch elk gesprek wordt beëindigd met vele kussen en enthousiaste liefdesbetuigingen.

Inmiddels heeft ze uit de schijnbaar ordeloze stapels papieren en folders de Caravelair brochure te pakken met daarin een wel héél verleidelijke lente-aanbieding van precies het type caravan waar wij naar op zoek zijn. En laat die nu ook gewoon buiten op het plein staan! Voor we het goed en wel doorhebben staat zij al bij de deuropening van haar kantoortje en even later stappen we met gezwinde spoed naar buiten. En daar staat hij, onze toekomstige reisgenoot. Zal het dan toch nog gebeuren, dat wij een spiksplinternieuwe caravan gaan kopen?

Ze opent de deur en laat ons binnen. Tja. Nieuw, fris, bedlampjes, riant vast matras, alles topmodern (wordt even wennen), prachtig badkamertje (ze laat zien hoe je de boel kunt opklappen) en spreekt ons toe als we onderling wat dingen bespreken: ‘Ik ben hier hè? Vragen stel je niet aan elkaar, maar aan mij!’ Ze is dol op kleine caravans. Ze verkoopt ze het liefst. Kijk, er zit een vijfliter warmwatertank in, hoe gaaf is dat….’ We lopen er nog eens omheen. Wijselijk laat ik het eindoordeel over aan aan D. ‘Ça vous plait?’ Ze ziet heus wel dat we ervoor vallen. Ze vindt het nog even nodig om ons erop te wijzen dat de caravan waar we voor kwamen acht jaar oud was. We knikken.
Maar dan wil ik het toch nog even over de prijs hebben. Ik moet zeggen, ik vraag het heel voorzichtig want ik zie die bos krullen alweer woest heen en weer schudden. Ze knijpt haar lippen op elkaar, rukt het papier met de prijs en specificatie van de caravan en vraagt ons haar te volgen. In lichte draf gaan we achter haar aan. Ze bespuit haar handen nog even met gel, een detail waarvan ze weet dat wij dat zullen opmerken.

We zitten weer in het kamertje. Ze buigt zich naar me over en begint een verhaal dat ze NOOIT, nee, NOOIT korting geeft. Liever biedt ze een cadeau aan. Willen we een TV? Nee, we willen geen TV. We kijken nooit TV als we op vakantie zijn en dat willen we zo houden. Ze draait haar ogen naar boven. Dan komt het voorstel om het kentekenbewijs en alles wat daar bij komt kijken voor haar rekening te nemen en wat er dan overblijft van de prijs af te halen. Dat vinden we goed. ‘En dat doe ik alleen maar omdat u het zo heel vriendelijk gevraagd heeft, die korting! Er komen van die kerels die meteen beginnen om korting te vragen, daar ga ik HELEMAAL niet op in.’ Vuurspuwend begint ze driftig op haar toetsenbord te tikken. ‘En ik doe dit alleen maar omdat u het zo áárdig vroeg.’ We zitten elkaar een beetje beduusd aan te kijken. Maar daar is de stralende lach weer, we moeten wat informatie aanleveren, uiteraard weer het bewijs van domicilie, paspoorten etc. Bijna alles kan ik direct aan haar doormailen, ze vindt het FANTASTISCH. Ik betaal met mijn telefoon en dat heeft ze nog nooit meegemaakt dus ze maakt een foto van mijn betaling (voor de baas) en we spreken af wanneer we onze caravan gaan halen. We moeten wel stipt op tijd komen, want ze trekt een uur voor ons uit. Geen idee waarom die afspraak een uur moet duren, maar volgens haar zijn er nog een hoop dingen te bespreken.
Nu alles is afgehandeld staan we op om te vertrekken. “Ik breng u naar de uitgang!” Daar aangekomen bedanken we elkaar en wuift ze ons uit met kushanden.

De volgende ochtend stuur ik haar nog een paar noodzakelijke gegevens via de mail. De reactie komt binnen vijf minuten: MERCI BEAUCOUP C EST PARFAIT !!! BON JOURNEE A VOUS DEUX!



Ik verheug me nu al op volgende week.

woensdag 3 juni 2020

Arabella




Ik zit op de bank tv te kijken en dan gebeurt het. Vanuit een ooghoek zie ik iets bewegen. Het wordt snel groter, ik hoor het nu ook, het rent dwars de kamer door, van de ene hoek naar de andere. Ik heb al uit puur instinct m’n benen opgetrokken. Het duurt even voor ik zeker weet dat het weg is. Zich weer verstopt heeft op een plek waarvan je hoopt dat het er zal blijven. Voorgoed.

Ik heb er eens één met trillende handen en ingehouden adem gevangen in een jampot en ‘m op tafel gezet om naar te kijken. Dan werd hij vast minder eng. Maar nee. Mijn oerinstinct zei me het beest te vermoorden. Dat deed ik dan weer net niet, ik kiepte het potje achter in de tuin om en rende hard weg, zonder achterom te kijken.

En toch trad er in de jaren die volgden gewenning op. Zeker is, dat ze er altijd zijn, of jij ze nu wel of niet wilt zien. En behalve hun afzichtelijke uiterlijk hebben ze wel iets dat onze waardering kan verdienen: ze vangen insecten die wij hinderlijk vinden: (steek)vliegen en muggen. Je kunt in de weer met vliegenmepper en plakstrips, of nog veel kwalijker middelen, maar zo’n eigen terminator is natuurlijk wel top.
Het begon ermee dat ik op sommige plekken de webben liet hangen. Behalve dat het vaak onvoorstelbaar mooie objecten zijn, zitten ze je doorgaans ook helemaal niet in de weg, Onder een kast, in de tuin, in een hoek van het plafond, plekken waar je er eigenlijk geen last van hebt.  Het vereist omdenken én tijd, maar op een dag is het dan zover: je realiseert je dat je die primitieve moordlust waar het deze achtpotige griezels betreft voorbij bent en dat het fascinerende schepsels zijn. Bondgenoten in de strijd tegen echt lastige steekbeesten. Én dat deze vriend(inn)en een hoop van hun afschrikwekkende uiterlijk verliezen als we ze een naam geven.

En zo kwam het dat Arabella, de kelderspin die zich eind januari vestigde tussen de chaudière en het raamkozijn in, mocht blijven. Ze had een klein web geweven tussen haar schuilplaats en de vitrage van het raam. Als we in de buurt kwamen schoot ze schielijk haar hol in en kwam ze er voorlopig niet uit. We vroegen ons af wat ze at, zo in de winter. Veel kon het niet zijn. Tijdens het confinement verbleven we acht weken in Nederland en bij terugkeer in Normandië was Arabella er nog steeds, onveranderd. Wel had ze haar web flink uitgebreid en hing er een met zijde gesponnen zakje met slachtoffers in.

In de weken die volgden raakte Arabella aan ons gewend en schoot ze niet bij iedere beweging in de stress. Op een ochtend hing er een prachtig glanzend wit eivormig bouwsel en wij dachten: ‘ze krijgt baby’s!’ Maar nee, een paar dagen later waren er gaatjes in het ei te zien en bleek ook dit spinsel een voorraadkast. 




Inmiddels maakt Arabella dus al zeker een half jaar gebruik van haar hoekje in onze keuken. Haar onbewegelijkheid zorgt ervoor dat ze het maanden kan uithouden op weinig voedsel. Haar leven lijkt ons uiterst saai. Zo nu een dan een vlieg vangen moet wel een hoogtepunt zijn. ’s Nachts bouwt ze verder aan haar web, dat nu de hele onderkant van de vitrage beslaat. Tot onze verbazing heeft ze er, om er gemakkelijk bij te kunnen, een poort in de franje geweven. Denk eens in, de sublieme gedachtegang die de speldenknop hersens van het dier gevolgd moet hebben om dit voor elkaar te krijgen. Geen haar op mijn hoofd die er nu nog aan denkt om dit fraaie bouwsel te vernietigen.
Inmiddels is er in de gang boven de kapstok een meneer neergestreken. Zijn naam is Maurice. Wij laten de keukendeur openstaan en hopen op fysiek contact. Zeker is dat Arabella’s poort voor hem openstaat. Hoe Maurice het er daarna van af gaat brengen hangt van zijn snelheid af, maar voor het einde van de zomer verheugen we ons op een pluizenbol vol nakomelingen. Zo schattig.



dinsdag 26 mei 2020

Le canapé de mon père




Rond het jaar 2000 schafte mijn vader een nieuw bankstel aan. Na het overlijden van mijn moeder enkele jaren eerder had hij een nieuwe vriendin met een moderne smaak en zo kon het gebeuren dat hij een loeiduur, eigentijds stel met een drie-, een twee-en-halfzits bank en een hocker aanschafte van roodbruin leer. We vonden het geloof ik allemaal mooi, al vraag ik me achteraf af of ik geen commentaar had op dat leer. Praktisch was het wel, met een stel voor een deel nog jonge kleinkinderen en op enig moment ook vier honden als iedereen er was.

In 2003 kocht mijn vader het huis, dat tot dan toe in bezit was van B(r)oer, in Normandië. De voorwaarden waren dat Hoofd Verbouw en ik samen verantwoordelijk waren voor het opknappen en aankleden van het huis en met hulp van vrienden lukte dat in een sneltreinvaart. Dat verbouwen en behangen en schilderen was allemaal onze taak, mijn vader was van het opruimen en vuur stoken. Nooit heb ik hem vergenoegder gezien dan in die periode dat we daar met z’n allen aan het werk waren. Hij stopte zijn pijp, greep een hark en ging aan de slag. Hij had wel op sommige punten een wat andere insteek over hoe alles met name rondom het huis eruit moest zien. Zo vond hij een oud, vervallen stalletje dat een 100 meter verderop in het land stond een storend element in het beeld vanaf het huis, dus dat moest worden opgeruimd. Wij vonden dat juist wel authentiek maar ach, we lieten hem maar begaan. Hij had er zoveel plezier in de boel daar aan kant te krijgen.





Een nicht van hem overleed en uit de boedel kocht ik een authentiek Frans bankstel van gestreept gouden pluche met franje. Het stond perfect in de salon maar het zat voor geen meter. Dat geef ik nu toe, toen, vanwege het mooie plaatje, natuurlijk niet. Als pa en z’n vriendin kwamen zaten ze op comfortabele tuinstoelen in de keuken, want het haardvuur in de salon kregen ze ook niet aan zonder dat de hele kamer blauw stond. Maar, verder vond hij het allemaal prachtig en er was geen groter plezier denkbaar dan dat we daar allemaal tegelijk waren om te eten, drinken en te spelen.
Hij overleed in 2009 en het was voor ons geen enkele vraag wat er met La Noblet moest gebeuren: dat bleef in de familie. Zo werden mijn twee broers en ik eigenaar.


Bij het uitruimen van zijn woonhuis bleven we zitten met het bankstel. Niemand wilde het hebben, we hadden allemaal al een bank. Ik zette het op MP en er reageerde een vrouw die wel wilde komen kijken. Ze kwam met de bus uit een belendend dorp en had haar dochter van een jaar of 9 bij zich. De vrouw stak zodra ze binnen was een sigaret op, wierp nauwelijks een blik op het bankstel en bood de helft van onze vraagprijs. Meer kon ze niet betalen. Haar dochter klom op een van de banken en begon er op te springen, met haar schoenen aan. De moeder stond er glimlachend naar te kijken, ik vroeg het kind daarmee op te houden. Hier zei de moeder iets van en toen zei ik: ‘Ik wil jullie hier niet in dit huis hebben, ga weg.’ Ze begon nog te piepen over de bijstand en het kaartje voor de bus en ik heb haar 20 euro gegeven om op te rotten.

En zo kwam het bankstel toch in onze woonkamer te staan en bleek het wonderwel te passen. Het kon overal tegen. We hadden eens een nest pups, dat we op een gegeven moment kwijt waren (zeven stuks) en die bleken zich in een gat aan de onderkant van de hocker verstopt te hebben waar ze heerlijk lagen te slapen. De honden konden languit liggen of op de rugleuning zittend naar buiten kijken en je kon er met gemak met z’n vijven op zitten, het was voor ons gemaakt.
Tot we naar Frankrijk gingen verhuizen. 

Daar stond al jaren de bank die voor dit stel had moeten wijken. De grote leren bank moest nu echt weg, de kleinere paste in ons pied-à-terre. Daar stond hij twee jaar in. Om ook de kleinkinderen eens te logeren te kunnen hebben besloten we tot aanschaf van een slaapbank. Onze roodbruine bank stond nu buiten onder een afdak en er kwamen mensen via MP kijken. Om ‘m voor verkoop aantrekkelijk te maken hadden we de bank gepoetst met schoensmeer, hij zag er prachtig uit. Het waren hele áárdige mensen en ik gunde ze mijn bank.  Maar helaas, de kleur die ze in gedachten hadden was het niet.  En toen zei ik tegen Hoofd Logistiek: 'kunnen wij ‘m niet meenemen naar La Noblet?' Wij hebben een ruime VW Caddy en de bank met de hocker paste precies. Maar er bleef wel weinig ruimte over. Ik denk niet dat we ooit zo volgepropt op reis zijn gegaan.
En nu staat de bank, met de hocker waarop we allebei naast elkaar onze benen kunnen leggen in de salon. Het is er maar een beetje voller van geworden. We moeten nu wel een muur schilderen en er moeten nieuwe gordijnen komen, maar dat moest toch al.

Vandaag tekenen we het koopcontract voor La Noblet. Op dezelfde dag tekenen Oudste Dochter en Vriend voor hun nieuwe woning. En ik weet zeker dat er ergens een man tevreden z’n pijpje stopt, een glas rode wijn inschenkt en met ons proost op de aanschaf van dit bijzondere huis. Wie weet zit hij straks wel op de canapé als we terug komen van de notaris. Ik hoop het.

donderdag 14 mei 2020

Lock down




Na acht weken in Nederland te hebben doorgebracht staan we voor de Franse grens. De marechaussee kijkt ons met licht vooruitgestoken borst vorsend aan maar bezwijkt bij het zien van ons van Belangrijke Stempels voorziene document van de burgemeester, die ons als inwoner van zijn dorp beschouwt en ons daarmee de vrijgeleide gaf naar huis te rijden.


‘Ça marche,’ wordt de gezagsdrager opeens een aardige jongeman die ons ook nog bon voyage wenst. Uit het zicht geven wij elkaar een high five. Was toch wel een beetje spannend, ook in België werden we argwanend bekeken. Men vroeg of we voedingsmiddelen aan boord hadden. Spontaan verzwegen wij de potten pindakaas, pakken hagelslag en vanillevla die voor onze Franse familieleden bestemd waren. Er werd verder ook niet gecontroleerd, dat had verregaande consequenties kunnen hebben met een twee-en-halfzits canapé mét hocker aan boord en dan de rest zó logistiek ingepakt dat zelfs de blauwe bessenstruiken en andere planten de reis ongebroken konden doorstaan.

In de lente en zomer is het altijd heerlijk bij licht aan te komen en wat we zien valt niet tegen. Het grootste deel van het gras is gemaaid en de viooltjes lachen ons met hun blije gezichtjes toe. De stokoude roos die ik in maart angstig heel kort had gesnoeid op advies van experts, heeft zich daar zo tegen verzet dat zij, meters lang en zwaar beladen met bloemen (bloeiden rozen vroeger niet pas in juni?) voorover op het gazon ligt. Dat wordt klus 1, morgenochtend. De wisteria heb ik alweer niet zien bloeien en van de blauwe morgensterren, vorig jaar in grote aantallen aanwezig, is er nu nog één over. De paars bloeiende Verbena heeft het overgenomen. 



De moestuin is verdwenen, in de kas valt het mee. We gaan eerst maar eens soep eten bij B(r)oer en zijn gezin. Geen knuffels, geen zoenen, zeker voor Fransen is dat toch een hele opgave. Giechelig geven we elkaar een elleboogstoot, iets van fysiek contact heb je toch nodig.

De lockdown, met één student en één net afgestudeerde architect daar in huis heeft voor mooie dingen gezorgd: op tal van plekken zijn er stukjes moestuin en er is een grote kas geplaatst waar mooie bedden gemaakt zijn voor tomaten, courgettes, meloenen, komkommers, noem maar op. De oogst zal enorm zijn! Zo bijzonder hoeveel aardigheid neef en nicht er aan hebben hiermee bezig te zijn, ook hun moeder is er heel blij mee. Wie weet hoe zich dit allemaal nog gaat ontwikkelen.
We slapen heerlijk en dag 1 in La Noblet staat in het teken van het opbinden van mijn roos, het terugvinden van de moestuin, het klaar maken van de kas voor ontvangst van tomatenplanten en meloenen en natuurlijk ook in etappes het gras maaien, bij B(r)oer chatten met Orange omdat ons internet niet werkt en weer aan het huis wennen. Waar lagen ook alweer…….Aan het einde van de dag zijn we uitgeput. Maar wel lekker. We slapen weer als rozen.

Op dag 2 staat er al om half negen een gemaskerde man voor de deur. De problemshooter van Orange deelt ons mee dat alles weer werkt. Om wat voor reden dan ook bleek onze kabel losgeschroefd te zijn van het hoofdnetwerk. Hij begrijpt er niets van. Leuk, dat zo’n man ook wel eens iets niet begrijpt. Maar dat het werkt is natuurlijk heel fijn. Vooral omdat ons pas op 15 mei een monteur was beloofd.

’s Middags rijd ik naar Orbec voor de boodschappen. De karren staan zonder schoongemaakt te zijn onder hun abri. Iedereen die wel eens in Frankrijk is geweest weet dat daar mensen wonen die je in Nederland eigenlijk nooit ziet.  Mensen (meest mannen) van een onbestemde leeftijd tussen de 40 en de 80, in vieze en vaak gescheurde kleren (en dan bedoel ik echt vies, overal), hun voeten zonder sokken in kapotte gymschoenen gestoken, handen met zwarte nagels en die staan dan een tijdje bij die karren te klungelen voordat ze er één uitgetrokken hebben. Ik kan er niks aan doen, ruim acht weken geleden vond ik het eigenlijk helemaal geen probleem en nu trek ik gelijk m’n flesje handgel uit m’n tas om de boel eens lekker te ontsmetten. Bij de ingang zit een slimme onderneemster zelfgemaakte mondkapjes te verkopen. Ik groet haar vriendelijk, ik doe niet mee aan die verstikkende onzin. Zeker de helft van de aanwezigen in de winkel is het niet met me eens en draagt wel zo’n nattig lapje. Daarom houden ze verder ook nergens rekening mee, laten hun kar ergens staan of reiken voor je langs naar een zak aardappels. Rijst en suiker zijn grotendeels op, ik heb het idee dat de pasta’s fors in prijs gestegen zijn want daar liggen er nog best veel van. Overal hangen A4tjes met daarop de mededeling: aanraken is kopen! Maar ja, ik wil toch echt even voelen of de camembert wel rijp is. De logistiek in de winkel is verder keurig geregeld. Aansluiten op anderhalve meter, kassières met mondkapje en handschoenen én handgel tussen iedere klant. Ik word er een beetje verdrietig van. Ik was al niet zo dol op boodschappen doen en dit maakt het allemaal alleen nog maar erger. Ik hoop dat ik genoeg eten en drinken heb ingeslagen om tenminste een week door te komen zonder supermarktbezoek. 

Weer thuis heeft Hoofd Groen ook het laatste stukje van de moestuin blootgelegd en kan ik ‘m na egaliseren en wat mest gaan inrichten. Hij kan zijn werkzaamheden hervatten met het Eden-project, van een stuk braambos een voedselbosachtig paradijsje te maken, met natuurlijk genoeg plaats om daar ook leuk te kunnen zitten. Want, zoals in onze familie gevleugelde woorden zijn: ‘Het is al wat, maar het wordt ongetwijfeld hartstikke prachtig.’  Het lijkt er soms op dat het leven een loopje met je neemt, maar je hebt er zelf nog steeds een hoop over te zeggen. Of mee te doen.