zondag 30 maart 2025

Encombrant

 



Hoe we het doen, geen idee, maar toch slagen we erin afval of ongewenste spullen op zodanige wijze te verzamelen, dat we toch zeker twee keer per maand op een onderwegje naar de déchetterie/afvalstraat in Broglie moeten. Voorheen ging D. meestal alleen, want hij moet toch naar de muziekschool in Bernay en komt er dan langs. Ik krijg sterk de indruk dat het ook een soort uitje voor hem is, nu de oorspronkelijk beheerder is vervangen door iemand van een heel ander kaliber.

Van de eerste, laten we hem Paul noemen, werd je spontaan verdrietig. Hij keek altijd of hij ieder moment in tranen uit kon barsten, verplaatste zich met slepende tred en wees ongeïnteresseerd naar de verschillende containers zodat je eigenlijk nog niet wist waar je met de zooi heen moest. Paul nodigde niet echt uit je afval bij hem te brengen. We lieten het vaak dan ook best wel een beetje oplopen, voor we genoeg moed verzameld hadden er weer eens langs te gaan.

Tot op een dag D. opgetogen thuiskwam met een lege auto en een grote glimlach. Er was iets gebeurd bij de déchetterie. Er was een nieuwe beheerder, wat zeg ik, gastheer. Hij was klein, mager, uitermate goedlachs en had oranje haar. Niet een béétje oranje, nee, echt knal. Handenschuddend draafde hij tussen de aanwezigen door, keek in de auto wat er waar moest, hielp zelf mee het eruit te tillen en riep bij alles waarvan we niet wisten of het ijzer, kunststof of hout was: ‘Encombrant’ Dat is nl wat encombrant is, grofvuil waar je niks mee kunt. Sindsdien ga ik ook weer mee. Laatst mocht ik zomaar een ‘Dame Jeanne’ (10 l stopfles om drankjes in te maken) die naast de glasbak stond, meenemen. Hij kneep omzichtig gebarend een oogje toe. Je mag nl niks mee terugnemen van de déchetterie, ook al is het nog best goed. Inmiddels is zijn oranje haar uitgegroeid maar zijn enthousiaste manier van doen is nog onverminderd groot. Bijna dansend beweegt hij zich tussen het groenafval en de gipscontainer. Met een ferme zwaai verdwijnt een kapotte kampeerstoel in de encombrant. Hij reikt breed lachend een bezem uit naar degene die heeft lopen morsen met z’n bouwafval en hij heeft het de hele dag druk want ik heb de indruk dat men van heinde en verre zijn afval komt brengen. Hij is er nl oprecht blij mee. Hij vindt het heerlijk dat je komt. D. merkte op dat zijn werkgever bedacht had dat het na Paul anders moest. Dat er misschien gerekruteerd moest worden op de toneelschool. Naar iemand met uitstraling. Dat is gelukt.

Vanmorgen bezochten we de déchetterie. Ik liep vragend kijkend met een fles afgewerkte frituurolie rond en de beheerder kwam op zijn eigen kittige wijze aan gelopen. Hij nam met oprechte vreugde mijn fles in ontvangst en werd daarna opeens gewichtig. ‘Ik moet u iets vertellen. Het is vandaag mijn laatste werkdag,’ sprak hij. ‘Ik ga met pensioen. Ik ben blij dat ik nog even afscheid van jullie kan nemen, want het is nu echt klaar.’ ‘Wat jammer, ‘ zei ik, ‘maar fijn voor u natuurlijk. Maar we gaan u missen!’ D. was er inmiddels bij komen staan en werd ook ingelicht. We schudden handen en zwaaiden.

We waren er verbouwereerd van. ‘We gaan wat lekkers voor ‘m kopen, toch?’ We deden boodschappen in Broglie en kochten een doos Ferrero Rochers. ‘Merci’ hadden ze niet.

Tot tranen toe geroerd was hij. We omhelsden elkaar nu. Het was een waardig afscheid. Er liep een forse vrouw rond die ik ervan verdacht zijn opvolger te zijn.  Ze maakte niet diezelfde bevlogen indruk als onze vuilnisman. Gelukkig zijn we inmiddels aardig door onze troep heen en moeten we haar het voordeel van de twijfel gunnen.. Maar we missen ‘m nu al, zeker weten.

 

 

maandag 13 januari 2025

La galette des rois

 

Zondagmiddag waren we naar de nieuwjaarsreceptie in V. We zijn eigenlijk geen inwoners van dit 327 mensen tellende dorp, maar de burgemeester die wij al jaren kennen als een van de beste  vrienden van B(r)oer, had ons ’s ochtends op de markt uitgenodigd om ook te komen. Aangezien we meestal in Nederland zijn in januari, hadden we zo’n bijeenkomst nog nooit mee gemaakt en die in onze eigen gemeente waren we vergeten. Bovendien speelt zich wat wij aan sociaal leven hebben grotendeels in V. af, dus namen we zijn uitnodiging graag aan.

Er was best al een flinke menigte toen wij tegen 14.45 arriveerden. We wensten iedereen gelukkig nieuwjaar, er werd opvallend weinig gekust en dat vind ik niet erg. Tegen 15.00 uur schoven we aan in de feestzaal. De lange tafels waren gedekt voor het nuttigen van de  galette des rois,  de driekoningenwafel die gemaakt wordt van bladerdeeg gevuld met frangipane (een soort amandelspijs) of appel. Natuurlijk stonden er bescheiden glaasjes klaar voor een vloeibare versnapering. Er moesten zelfs nog twee tafels en zestien stoelen bij geplaatst worden, zó druk was het!

De burgemeester betrad met zijn helpers het podium en gaf een korte terugblik op het afgelopen jaar. Ik kreeg er niet alles van mee, maar er was vooral veel goeds te melden én voor het eerst sinds jaren was het geboortecijfer hoger dan het sterftecijfer! Dit vroeg om luid applaus. Vervolgens kwam de toekomst aan de beurt. Er was het afgelopen jaar een stuk grond bouwrijp gemaakt, maar ik begreep dat daarvoor de animo nog niet groot was, net zomin als voor het verbouwen van de oude school tot appartementen.

Hierna werden de nieuwe inwoners voorgesteld. Twee jonge stellen met allebei één peuter hetgeen onder de ouders van de basisschoolkinderen voor enthousiasme zorgde: dat was goed voor de school! Ook was per eind januari de slagerij weer verhuurd en degenen die hem gingen uitbaten vertelden over de plannen en hoopten ons allemaal te mogen verwelkomen in hun winkel! Hierna kwamen de flessen op tafel en werden de stukken galette verdeeld. In de galette zat vroeger een boon en zit er nu een klein beeldje in verstopt. Wie dat aantreft in zijn baksel is een koning en mag de hele dag een kroon dragen. De lokale bakker, die uiteraard deze wafels gebakken had, deed er ook nog een taartschep en een tasje voor de gelukkige winnaars bij. Onder het gejoel, geren, gegil en gehuil van de generatie die V. op de kaart moet houden aten we van de heerlijke wafel en proostten op het nieuwe jaar.

Het vertrek van wellicht de oudste aanwezigen, een stel van respectievelijk 97 en 93 jaar oud, luidde het einde van de bijeenkomst in. Tafelgenote L. vond het leuk dat wij nu weer kennis hadden gemaakt met een echt Franse plattelandstraditie. Daar waren wij het mee eens. Ook dat je in plaats van met een vorkje zo’n punt taart met een lepeltje te lijf moet gaan. Het was er niet minder lekker om, natuurlijk!

 

 

 

 

Photo libre de droit de Galette Des Rois Épiphanie Gâteau Et Couronne banque d'images et plus d'images libres de droit de Galette des Rois - Galette des Rois, Galette, Couronne - Couvre-chef - iStock

zaterdag 30 november 2024

Bon appetit


We gaan uit eten met de ouderen van ons dorp. Dit jaarlijkse repas des Anciens wordt ons aangeboden door de burgemeester en is bedoeld voor 65 plussers: de jongere partner mag mee maar moet wel 49 euro betalen. Veel dorpen in Frankrijk hebben deze traditie en sinds een paar jaar worden wij ook uitgenodigd en we maken er dan graag gebruik van. We eten altijd in een luxe restaurant waar we met z’n tweeën niet zo snel zouden aanschuiven. Deze keer wordt het feestmaal gehouden in het gerenommeerde etablissement, laat ik het de Appel noemen, in de buurt van Bernay. Vanaf 12 00 uur druppelen de gasten binnen, uiteindelijk zullen er zo’n 44 eters aanschuiven. We schudden handen en ik word ‘herkend’ als de zus van mijn broer, die ze allemaal kennen. Hij is nog te jong voor het repas.  Er zijn voor ons twee lange tafels gedekt en op iedere servet ligt een met huisvlijt versierd bierviltje met onze naam erop. We zijn schuin tegenover elkaar ingedeeld naast mensen die we niet kennen. Dat is niet zo raar, want we kennen eigenlijk nagenoeg niemand in het dorp, we wonen er drie km vandaan en er wordt nooit iets georganiseerd waardoor je mensen zou kunnen leren kennen.

We nemen onze plaatsen in en net als we goed en wel zitten valt de stroom uit. De plafondspots knipperen nog een paar keer en dan is het licht uit. Vervolgens gebeurt er ongeveer een half uur niks, behalve dat één van de drie aanwezige personeelsleden zich bezig houdt met het op met precisie uitgevoerde vouwen van de damasten servetten. Er liggen een paar stapels schone en hoewel wij allemaal al een servet hebben, lijkt het op dit moment het uitgelezen moment om die servetten na gevouwen te zijn in een mandje te leggen en ze dan naar een andere ruimte te brengen.


 

Tegen 12.45 uur arriveert ook de burgemeester, die joviaal de tafels af gaat, de dames zoent en de heren de hand schudt. De man naast me vindt dat het inmiddels wel eens tijd wordt voor het apéro en als ook de burgemeester zit komen er twee obers met kannen de champagneglazen vullen met een overheerlijke cocktail. Aangezien iedereen waarschijnlijk met een lege maag zit, komt de conversatie nu goed op gang en ben ik al vrij snel gewikkeld in een gesprek met buurvrouw C. Zij is een goedlachse dame die in rap tempo vertelt waar ze woont, wat haar hobby’s zijn (porselein schilderen) en foto’s van haar St Bernard en nog een andere enorme hond laat zien. 

De man tegenover mij is duidelijk jonger dan 65 dus ik begrijp eigenlijk niet wat hij hier doet (hij heeft geen vrouw of man bij zich) en lijkt niet helemaal tevreden met de gang van zaken. Nog steeds is het licht uit en het personeel lijkt zich daar niet echt over op te winden. Er volgt een tweede ronde apéro en dan komen er opeens waxinelichten op tafel waarvan niemand begrijpt waarom, het is een zonnige dag. Eindelijk, kort na 14 00 uur, komt het voorgerecht, een schoteltje met mooi opgemaakte hapjes. Volgens het menu had dit tegelijk met het drankje geserveerd moeten worden, maar met twee obers waarvan er één steeds servetten staat te vouwen is dat natuurlijk lastig. We waarschuwen elkaar vooral lang van het hapje te genieten, want het kan nog wel even duren voor we weer een gang krijgen. Er wordt nu witte wijn ingeschonken en inmiddels ben ik met mijn buurman ter rechterzijde in gesprek. Hij was vrachtwagenchauffeur bij Vos en reed veel op Groningen. Hij vat zijn ervaring met Nederland samen met: ‘Kopje koffie?’. Ja, dat krijg je in Frankrijk niet zomaar overal.

De ober met het knotje vouwt een nieuwe stapel servetten. De andere begint de tafels af te ruimen en maakt plaats voor het volgende gerecht, een soort gebakje en ook zoet. Als garnering zit er een minuscuul dobbelsteentje foie gras op het taartje, dus ik neem maar aan dat het hartig moet lijken. Ze komen langs met rode wijn. Die laat ik maar aan mij voorbij gaan, eerst nog maar eens wat te eten. Er staat zelfs geen brood op tafel!

Ons bereikt het bericht dat de stroomstoring buiten is, er zitten dorpen zonder stroom. D. vindt dat je als restaurant eigenlijk wel een aggregaat moet hebben. De oudjes die naar de WC moeten, nemen iemand mee om de deur op een kier te houden want het is er stikdonker.

Aan tafel wordt er gepraat over mensen die er niet zijn. Er is ook een Italiaanse met haar man en zo komt het gesprek al snel op eten, wat in Frankrijk  niet ongebruikelijk is en zeker niet als je scheurt van de trek. We krijgen nu een sorbet: een borrelglaasje met een hapje frisse frambozenlikeur ‘begoten met crémant’. Deze ‘plaatsmaker’ wordt met licht sarcasme ontvangen. Nadat het servetten vouwen voorlopig klaar is, komt het hoofdgerecht op tafel. Je kunt kiezen tussen vis en vlees en in beide gevallen is de buitenkant lauw en de binnenkant koud.

Mijn disgenoot aan de overkant begint nu te mopperen dat hij geen 50 euro gaat betalen voor deze maaltijd. Hij heeft het gerecht ook in drie minuten naar binnen gewerkt.

Het mag duidelijk zijn dat er nog steeds niemand van het restaurant is opgestaan om te vertellen wat er nu precies aan de hand is en op wat voor manier excuses worden aangeboden. Nee, ze kunnen er niets aan doen, maar toch! Men had de eigenares wel even verwacht.

Na het toetje (het is inmiddels 16 30 uur) staan er mensen op om te vertrekken. Bij ons aan tafel wordt nog op koffie gewacht, maar dan realiseert men zich dat dat er natuurlijk ook niet is, koffie. Wij gaan ook, maar niet voordat ik telefoonnummers heb uitgewisseld met mijn buurvrouw. Op haar verzoek, dat is dan wel weer leuk.

De burgemeester biedt bij het afscheid wel zijn excuses aan, maar hij kan er natuurlijk niks aan doen.

Het schemert. Maar goed dat het repas overdag was. Met die twaalf waxinelichtjes had je op de tast moeten eten en veel warmte komt er ook al niet af. In het dorp waar we doorheen rijden brandt gewoon overal licht. Misschien is het probleem inmiddels opgelost. Maar ik verwacht niet dat we hier volgend jaar weer gaan eten.

 

 

dinsdag 16 juli 2024

Marktdag

 


Op de markt waar we ongeveer eens per maand komen staat een voor ons nieuwe kraam met olijven en ander lekkers. Er staan geen prijzen bij de koopwaar, maar daar heb ik wel enig idee van. De uitbater is uiterst voorkomend een schept een plastic zakje vol knoflookolijven met peterselie. Dat mag wel iets minder, dus schudt hij er weer een paar uit. We willen ook nog een flinke handvol zwarte Griekse olijven en dat is het dan. Weten we zeker dat we geen zongedroogde tomaten willen? Zó lekker! Vooruit dan maar, zo’n aardige man gun je wel wat. Bij het afwegen zie ik de ingetikte  kiloprijs: 49,90. 49,90 voor een kilo gedroogde tomaten?! Behulpzaam stopt hij alles in onze boodschappentas en nu gaan we afrekenen: € 35,68. Ik zeg: Pardon? 35 euro voor een paar olijven en tomaten? Hij kijkt me onschuldig aan, ja, dat kost het nou eenmaal. Ik ga er absoluut niet mee akkoord, dit is pure oplichting!  D. vist de zakjes weer uit de tas en wil ze teruggeven maar dat pikt hij niet: ze zijn al afgewogen en kunnen niet teruggegeven worden. ‘Moet jij eens opletten,’ zegt D., legt de zakjes op de kraam en loopt weg. Uiteraard ga ik achter hem aan. We zijn nog niet bekomen van de schrik of er staat opeens een politieagent naast ons. Wat is er precies gebeurd bij die kraam? Wij leggen het uit. Hij zegt een heleboel wat we niet 100% verstaan maar tenslotte neerkomt op de vraag of er sprake was van fysiek geweld. Nee hoor, er is verder niets gebeurd, we hebben de koopwaar achtergelaten en daarmee is ook voor hem de kous af.

We gaan door naar een andere kraam waar we wel vaker olijven halen, alles geprijsd is en rekenen voor ongeveer dezelfde hoeveelheid € 11, 40 af. En daar zit nog een onsje kokosblokjes bij.

We nemen wel een andere weg terug, door de arcade. Al zal hij ons vast niet bekogelen met zijn dure tomaten, je kunt beter maar voorzichtig zijn.

maandag 11 december 2023

Boodschappen


 

Niet mijn hobby, boodschappen doen, zeker niet nu met mr P als gezelschap. Een beetje boodschappen wil wel lukken, maar een hele band vol en die artikelen dan ook nog pijlsnel in je kar te moeten plaatsen is geen pretje. Ondertussen je klantenkaart op je telefoon opzoeken en vervolgens weer je pas om te betalen (ik weet dat dat ook met je mobiel kan maar ik wil na al dat getreuzel met die boodschappen nu ook niet nog eens gaan klungelen met die ING app. 

Ik ben dus een voorstander van de zelfscan, want dan is alles al geregeld als je bij de kassa komt. Helaas doen ze daar in Frankrijk nauwelijks aan. Of dat uit solidariteit met het personeel of wantrouwen in de klant is, daar heb ik wel een idee over. Feit is dat er in de meeste grote supers misschien net een hoekje voor vier scanners is ingericht maar daar staat zo’n strenge meneer of mevrouw bij dat dat niet echt stimulerend werkt. Dus bij meer dan twaalf artikelen op het boodschappenlijstje gaat Dirk mee. Want het wordt altijd meer.

Nu had ik afgelopen week niet heel veel nodig en ik had gewoon zin in m’n eentje op stap te gaan dus ik reed om te beginnen naar Bernay. Ik wilde naar een paar truien kijken. Ging allemaal prima, het riedeltje Kiabi, Action (aanmaakblokjes kachel weer duurder geworden) even langs de Aldi (op zoek naar een elektrisch espressopotje) en toen stond daar een meneer mensen plastic zakjes in hun handen de duwen om de minder bedeelde medemens te helpen. Natuurlijk pakte ik zo’n tasje aan maar het espressopotje hadden ze niet. Dus toen moest ik boodschappen voor een ander doen. Ik had gelezen dat iedereen altijd pasta en rode saus geeft maar dat er behoefte is aan luiers en maandverband en wc papier en afwasmachinetabletten (ik zal eerlijk zijn, dit laatste zorgde toch voor licht opgetrokken wenkbrauwen) dus ik rende in die winkel heen en weer voor dat maandverband (tampons en extra absorberende), babydoekjes en om in stijl te blijven, een pak toiletpapier. 

Toen vond ik het toch een beetje ongezellig en deed er nog een grootverpakking roomboterkoekjes bij. Omdat ik alleen maar even was komen kijken naar  een elektrisch espressopotje liep ik nu met mijn plastic tasje te vol met boodschappen die ik niet nodig had en waar een pakje maandverband af gleed wat ik niet kon oprapen en een behulpzame meneer me aankeek van ‘wat moet jij met dit spul’  en het vervolgens in het tasje stopte.  Op de kassaband  moest het er allemaal weer uit en toen moest ik haast maken om alles weer in dat tasje te proppen. En toen deed m’n pasje het pas na drie keer proberen. Inmiddels had ik het best warm gekregen en ik was blij mijn tasje aan de meneer, die zich nu zo voor de buitendeur geposteerd had dat je niet langs hem heen kon, kon overhandigen. Eenmaal terug bij de auto had ik het pak WC papier nog onder m’n arm. Wel sneu voor die mensen. Tenslotte kan iedereen dat gebruiken. Ook als je geen afwasmachine hebt.

zondag 10 december 2023

Nattigheid

 


Ik ben aan het stofzuigen op de slaapkamer als me opvalt dat er een zwart randje langs de plint loopt. Ik trek de kast waarin de CV ketel hangt open en zie dan dat de bodem van de kast kletsnat is. Er staat gelukkig niet heel  veel in die kast, maar dit hoort natuurlijk niet. Het blijkt ook al door de vloer gelekt te zijn langs de keukenmuur beneden. Mijn  Dirk heeft waterleiding aangelegd en buitenkranen gemonteerd,  maar aan zoiets delicaats als een CV ketel van 20 jaar oud gaat hij zich niet wagen. Dus nadat hij zonder resultaat aan wat kraantjes gedraaid heeft besluit hij dat hier een vakman naar moet kijken. Dat betekent dus bellen en omdat ik zo goed in het Frans kan telefoneren is dat mijn taakje. Het aantal loodgieters in de omgeving is aanzienlijk, maar na het eerste telefoontje weet ik al: dit gaat ‘m niet worden, ik kom terecht in een soort pool en er is niemand bij die in de buurt woont terwijl ik wel door allerlei mensen gebeld wordt die ik helemaal niet wil spreken.

We hebben een jaar of vijf geleden eens een lokale vakman gehad die het expansievat vervangen heeft, maar hoe heet die man nou toch ook weer….Ondertussen is Dirk naar een bevriende gepensioneerde loodgieter geweest die heeft gezegd dat het gewoon een kwestie is van de juiste kraantjes in de juiste volgorde dicht draaien. Inmiddels heb ik via B(r)oer de juiste loodgieter gevonden maar die heeft z’n antwoordapparaat aan. B(r)oer komt langs om zich ermee te bemoeien en juist dan belt de loodgieter en kan ik de telefoon aan B(r)oer overhandigen. Er ontspint zich een levendig gesprek over lekkage en kraantjes. De loodgieter zal even opzoeken hoe dat met de volgorde bij dit type ketel zit en dan terugbellen. B(r)oer is alweer aan het werk als de loodgieter terugbelt. ‘Dommage’ (jammer) mompelt hij, nu moet hij het met mij doen. Dat dat ‘m niet gaat worden heeft hij snel in de gaten en hij belooft vanavond nog langs te komen, om 19 00 uur. Okay, het wordt uiteindelijk 19 45 maar dan staat er ook een stralende loodgieter voor de deur die eruit ziet alsof hij zich niets leukers kan wensen dan op vrijdagavond bij een stel Hollanders wat kraantjes open en dicht te draaien. Zonder ook maar een seconde gas terug te nemen legt hij bij de ketel aangekomen uit hoe je dat moet doen. Als alles weer goed vast zit en er geen druppel water meer te zien is,  wil hij alleen een tientje voor de brandstof en vertrekt hij.

Hij staat nu in m’n bellijst, onder ‘plombier.’ Want dan weten we wie we moeten bellen als er weer eens een kraantje los zit.

vrijdag 31 maart 2023

Storing

Het is alweer weken aan de gang, de interrupties of langdurige storingen bij onze internetprovider Orange. Omdat we nu ook een 4g box hebben met 200 Gig van Red-by-SFR kunnen we de noodzaak contact met de Orange storingslijn te zoeken dagelijks voor ons uitschuiven. Totdat blijkt dat die 200 G niet voldoende is. Ik moet veel fotomateriaal in- en versturen voor mijn werk en dat gaat ook allemaal niet zo vlot en opeens is het op en zijn we weer aangewezen op de haperende lijn van Orange. Nu speelt dit al zo’n 2,5 jaar, nadat de kabel er een keer is afgereden door een te hoog geladen landbouwvoertuig. Alles wordt weer een beetje aan elkaar geknoopt en dat gebeurt zo eens in de twee, drie maanden. De laatste keer hebben we ook een nieuwe livebox ontvangen en ging het een tijdje best goed. Maar nu, bij wat wind en wapperende kabel, weg signaal. Dus ik bereid me voor op een nieuw gesprek.

Gelukkig kan ik tegenwoordig aardig omgaan met het storingsnummer 3900 maar dan is het altijd even afwachten wie je aan de lijn krijgt. De kans op een ratelende Française met een zwaar accent is ongeveer 80%, dus ik was nu al blij dat ik iemand trof die ik redelijk kon verstaan, maar toen was de kwaliteit van de lijn weer beneden peil….dus hoe dan ook, ze ging me doorverbinden met een technicien. Die staan doorgaans in zo’n bakkie aan een bovengrondse lijn te werken, waarbij de wind tijdens zo’n gesprek ook steeds een duit in het zakje doet. Maar uiteindelijk begreep ik van de man dat het probleem in de (nagenoeg spiksplinternieuwe) livebox moest zitten. Hoezeer ik hem dat ook probeerde uit het hoofd te praten, hij hield halsstarrig vol dat ik naar de boutique Orange (minstens 28 km hier vandaan) moest gaan zodat ze hem dáár konden testen. Op mijn suggestie dat hij zelf even kwam om de box te testen waarna hij dan gelijk de kapotte lijn kon repareren, gaf hij geen sjoege. Tot dan toe had ik me beleefd een keurig gedragen, maar nu werd ik boos en vroeg de man wie dat ging betalen, die kilometers, en dat dit de 35e keer was dat ik met Orange contact had over storingen en dat ik er SCHOON genoeg van had (J’en ai marre, als je ’t wilt weten en verder nog zo wat) en zonder netjes af te sluiten beëindigde ik het gesprek. Een tijdje liep ik stampvoetend door de kamer. Wat dachten ze wel, maar weer even naar zo’n Boutique rijden om daar te horen dat er met die box niks aan de hand was.

Dus dat was precies wat ik deed en wat er gebeurde, na een paar dagen. Na enig aandringen van mijn kant wilde de medewerker in de Boutique wel een afspraak met me maken voor het langskomen van een technicien. En wel meteen al morgenochtend! Ja, vast. Ik kreeg een airbox mee (voor twee maanden) en de ‘oude’ livebox. Die wilden we thuis weer aansluiten toen ik een sms kreeg dat dat weer kon. Ik plugde de boel in en kreeg weer een bericht: het vorige bericht (verzonden 13h01 was te laat geopend 13h03) dus nu moest de box eerst aan een computer worden aangesloten met een kabel



en dan moest ik naar een website en dan…..ammehoela. Er zou toch een technicien komen, die kon dat regelen!

Ik kreeg weer een sms met een foto van de technicien en ook dat hij tussen 8 en 13 uur zou arriveren. Vroeg op dus! Om 10 uur kreeg ik bericht dat hij er tussen 10.45 u en 11.00 zou zijn. Om 10.59 kreeg ik een telefoontje dat de lijn gerepareerd was en alles in orde. Ik riep nog wat over een niet aangesloten livebox maar dat heeft hij niet meer gehoord.

Bij nadere inspectie van de SMS zag ik dat je een bericht kon sturen! Heerlijk, schriftelijk! Dus dat deed ik. Ik werd gebeld door hetzelfde meisje. Dat ik een nieuwe livebox moest halen. Daarvoor ontving ik een code die ik niet zo snel kon opschrijven als zij die uitsprak, wat voor enige kriegel bij ons allebei zorgde. En wanneer ze terug kon bellen of hij geïnstalleerd was. Maandag?

Inmiddels is de airbox geïnstalleerd en werkt alles als een zonnetje. Dus die livebox? Die stel ik nog maar even uit.

 

vrijdag 3 december 2021

Dag Suus

 

                       

Ruim 13 jaar geleden haalden we Suus op uit Leeuwarden. Ze kwam uit een nest van vijf pups en fokster Suzanne Zaal had haar voor ons uitgekozen en zodoende kozen wij haar naam voor onze tweede Smous. Een paar maanden daarvoor was onze herplaatser Noa praktisch voor de deur doodgereden en dat was een schok die we nog maar nauwelijks te boven waren.

Zo brachten we haar thuis, bij de oude mopperpot Jack the Russell die al heel snel duidelijk maakte dat dat puppengedoe helemaal niks voor hem was. Vanaf dag 1 had Suus een erg enthousiaste manier van begroeten, ze begon dan te juichen, sprong tegen mensen op, moest iets in de bek nemen anders vergreep ze zich uit puur enthousiasme aan loshangende jaspanden of zijden sjaals. We hebben haar dat niet echt af kunnen leren. Het duurde ook nooit zo lang, daarna zocht ze haar plek weer op en had je geen kind aan haar. Dan haar neiging schoenen, sokken, pantoffels, alles wat  ze op de grond aantrof in uitzinnige vreugde bij je te brengen of ergens binnen of buiten achter te laten. Hoe vaak we haar niet verwenst hebben als we al haast hadden en er miste de helft van ons schoeisel!

Toen ze, héél schoorvoetend, een nieuwe huisgenoot, de kitten Spookje, had leren accepteren bleek dat laagje beschaving maar heel dun.  Een jaar later kreeg Spookje vier kittens. Terwijl ik even wegliep van de doos waarin ze geboren waren miste er bij terugkeer één, de enige rode van het stel. Suus werd uitvoerig ondervraagd maar wist van niks. Tot Suus’ vriend Spike een week later op kraamvisite kwam. Daar was Suus opeens met iets rossigs waar een staartje aan zat in de bek. Ze liet dat dingetje aan Spike zien en echt, ze was er gewoon trots op.

Suus kreeg op 22 november 2013 een nest met vijf pups. Eentje hielden we er, dat werd roversdochter Ronja. Ronja was heel anders dan haar moeder, geen gejuich, geen gesleep met schoeisel, geen kapsones waar te plassen en te poepen. Wel net zo’n goede muizen-, ratten- en mollenjager als haar moeder, zo niet beter. Samen hadden ze daar een hele strategie voor ontwikkeld. Ze konden ook soms opeens geweldig vechten en dan was het een hele toer ze uit elkaar te krijgen.

En opeens was Suus 13 en was er iets mis. Ze ging heel vaak zitten persen en dan kwam er niks. Bezoeken aan verschillende dierenartsen gaven geen uitsluitsel, tot de laatste. Die constateerde een gezwel ter grootte van een golfbal in haar buik tussen haar baarmoeder, blaas en endeldarm in. Er werden diverse opties aangedragen, scannen, operatie met onzekere afloop, mogelijke beschadiging van essentiële zenuwen. En toen we dat allemaal niet wilden voor Suus, restte er uiteraard maar één ding. We gingen naar huis met prednison en een middel om haar gemakkelijker te laten poepen.

De prednison zorgde voor een enorme opleving. We hadden onze Suus terug! Ze ging op jacht met haar dochter, ik wandelde alle weggetjes die we ooit samen hadden gelopen, ze was bijna net als voorheen. Maar dat ze om de 100 meter ging zitten persen door de druk van de tumor veranderde niet echt. We besloten het van dag tot dag te bekijken. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk. Maar langzamerhand ging ze achteruit. Ze moest ’s nachts een paar keer uit de bench om te plassen, ze trilde, het plassen en persen werd steeds frequenter.

En zo kwam de dag na een nacht waarin ze er vijf keer uit moest dat we besloten dat het moment daar was. De dierenarts die ons had bijgestaan heeft haar ook geëuthanaseerd. Ronja probeerde haar nog in beweging te krijgen en keek me niet-begrijpend aan.

We hebben haar in een warm dekentje gewikkeld en begraven op haar favoriete plek achter de kachel aan de buitenkant van het huis.

Dag Suus, dag liefste Suus.

 

 



woensdag 3 november 2021

Boleten eten

 


Het paddenstoelenseizoen is volop aan de gang. Soms kom je tijdens een wandeling mensen tegen met aan hun arm een mandje waar zorgvuldig een schone theedoek overheen is gedrapeerd. Ze kijken meestal nét de andere kant uit om een begroeting te vermijden en haasten zich steels verder. We hebben het al vaker gemerkt: je paddenstoelenvindplaats deel je niet. Die houd je voor jezelf en je naasten. Jaren geleden, toen ik bij een etentje, naïef als ik was, trots vertelde dat de parasolzwammen in het gerecht gewoon bij ons langs de weg groeiden, legde men de wijsvinger tegen de lippen en siste Mathilde dat je nooit, maar dan ook nooit je vindplaats onthult. Je eigen paddenstoelenplek moet je koesteren. Dus voortaan zwegen wij en lieten de parasolzwam voor wat hij was, zo lekker was hij nu ook weer niet.

We eten wel eens een kip uit de oven bij B(r)oer en ik trof daar in de saus zwarte sliertjes. Wat was dat voor griezeligs? Moest je die opeten? Er werd licht meewarig geglimlacht. Het betrof hier één van de smakelijkste paddenstoelen van Frankrijk, de chanterelle. Niet te verwarren met onze cantharel, want die is helemaal goudgeel en heet hier Girolle. De Chanterelle heet in het Nederlands ‘Hoorn van overvloed.’ Of misschien ook niet, in de paddenstoelennaamgeving is de laatste jaren veel gewijzigd.  Desalniettemin, prachtige naam. Toen ik er voorzichtig van proefde moest ik toegeven: zeer smakelijk. De daaropvolgende uren hield ik nauwlettend de situatie in mijn ingewanden in de gaten maar behalve misschien wat extra boertjes gebeurde er niets alarmerends. En de volgende ochtend werd ik ook net als altijd weer wakker.

We waren dan ook zeer vereerd toen we door nicht R. en haar vriend P. werden uitgenodigd op een zondagmorgen paddenstoelen te gaan plukken op de Geheime Plek van P. Compleet met mandje (te klein, vond P. maar je wilt ook niet gulzig overkomen, natuurlijk), speciaal paddenstoelenmesje, laarzen en regenkleding gingen we op pad. Het was uitstekend paddenstoelenweer, zacht, stormachtig en het regende pijpenstelen. Heerlijk zo, struinen door het bos! We reden eerst tijd met de auto door het woud en plotseling stonden we stil. We waren er. Na een korte instructie werden we erop uit gestuurd Chanterelles te vinden. De te kleine lieten we staan. We ontwikkelden al snel het juiste oog voor deze toch vrij onopvallende paddenstoeltjes en de mandjes vulden zich. We zagen ook wel andere paddenstoelensoorten maar we hielden ons bij de veilige chanterelles. In onze jacht drongen we steeds dieper het woud in. Het had iets oerwoudachtigs, oud, niet onderhouden, een rijke vegetatie, prachtig.

Na een uur hadden we genoeg, en passant vonden we ook nog wat eekhoorntjesbrood en vervolgens gingen we weer naar huis. Een deel van de oogst aten we met de familie direct op, gebakken met stukjes kalkoenfilet, flink wat knoflook en zure room. Er werden grote plakken gebakken aardappel bij geserveerd. Zó lekker! De avond daarop maakte ik er een overheerlijke omelet mee en de rest is gedroogd in de dehydrator.

Vandaag dronk ik koffie bij Mathilde. Ze vertelde dat ze gisteren in het bos geweest was, met zoon en schoondochter en een vriend uit het dorp. Ze hadden bijna niks gevonden. ‘Waar?’ vroeg ik achteloos. Ze vertelde het me. Het woud is groot, maar ik wist waar ze had gezocht. De werkster die even was aangeschoven voor een bakje koffie was ook wezen zoeken. ‘Niks, drie kleine cèpes.’ Even streden de waarheid en ‘m verzwijgen om het hardst. Toen zei ik dat wij er met P. waren geweest. Oh, P! Die had zoveel verstand van paddenstoelen! Hij ging ook altijd diep het bos in, vond Mathilde. Zij zocht dichter bij de weg, lees: ze speurden al rijdend  in hun auto vanuit het open raampje de bosrand af. Mijn romantische idee van ‘iedere Fransman zijn eigen plukplek’ verdampte daar in het stralende herfstzonlicht. 

Het is jammer, maar niet anders: met zoveel kapers op de kust en maar een beperkt aantal bossen is dat dus eigenlijk gewoon gezwam.

zondag 23 mei 2021

Taart


 

Frankrijk kent een rijke patisseriegeschiedenis en het maken van gebak en taartjes is een kunst waar je je echt aan kunt vergapen. De gebakjes hebben de prachtigste namen zoals Millefeuilles, Amandine en Paris-Brest en er zijn allerlei tartes met fruit en natuurlijk de flans en éclairs. Al dit lekkers wil graag opgegeten worden.

De vraag is alleen wanneer.  ‘s Ochtends bij de koffie is het eten van gebak hoogst ongebruikelijk en taartjes bij de goutter (het vieruurtje) eten is ook niet de gewoonte, behalve misschien met een verjaardag of iets anders feestelijks. Dus wordt een taartje vaak als dessert gegeten, wat ik persoonlijk jammer vindt want dan heb je doorgaans niet zo’n trek meer. Wij houden onder ons dus het Hollandse tijdstip theetijd aan.

Het aanschaffen van een gebakje in een boulangerie/patisserie is niet zomaar even wat. Je wijst aan wat je wilt hebben en afhankelijk van de hoeveelheid taartjes én de behendigheid van de bakkersmedewerkster worden  ze dan op een kartonnetje of in een doosje geschoven. Een enkele keer is het doosje te klein en moet alles weer omzichtig omgepakt worden, we gaan niet proppen.  Om het kartonnetje heen wordt een mooi papiertje gevouwen dat aan de onderkant wordt vastgeplakt met enkele flinke stukken plakband. Dan wordt er bovenop een mooi puntje in het papier gedraaid, daaromheen gaat vaak een bijpassend lintje dat nog eens weer omhoog gehaald wordt in een mooie strik die dan met een sticker van de winkel wordt vastgezet. Je kunt het geheel dan dus dragend aan die punt vervoeren. Gaat het gebak in een doos, dan wordt ook altijd het deksel met een stuk tape aan de onderkant vastgemaakt, soms aan drie kanten. Allemaal met aandacht gedaan en heel stevig, maar zie jij bij thuiskomst er maar eens in te slagen je taartjes heel uit de verpakking te krijgen. 

Vooral die eerste versie is echt werk voor twee personen, de één houdt het pakketje aan de punt in de lucht, de tweede doet haar best het plakband zo door te snijden dat niet al het lekkers zo op de vloer ploft. Ook met de doos gevuld met taart is het even goed opletten de boel horizontaal te houden. Het is misschien een beetje gezeur op niks af, maar ik geef het je te doen, zo’n prachtig opgemaakt Frans gebakje ongeschonden op een bordje te krijgen.

En als je het dan in Frans gezelschap gaat opeten kijkt men verbaasd naar het vorkje dat je bij het gebakje geserveerd hebt. Want zij eten het met de koffielepel. Ook de Millefeuilles.

Zo zitten er ook in een gebakje toch zomaar weer een paar cultuurverschillen! 

 

donderdag 6 mei 2021

Prikken

 


 

Afgelopen week was het zover: man en ik zouden gevaccineerd worden. Man had met de huisarts gebeld en zij vertelde hem dat hij een week later mocht komen. Hij was een beetje vergeten te vragen of ik ook mocht en dat bleek geen probleem, dus  stapten wij om 13.00 uur de spiksplinternieuwe Pôle Santé van La Ferté binnen. In de wachtkamer zaten zo’n tien te vaccineren personen op gemiddeld minder dan een meter van elkaar af en er was een jonge moeder met haar zieke peuter. Die vertelde dat ze een afspraak had om 12.15, dus de rest van de aanwezigen bereidde zich zonder veel gemopper voor op een uurtje wachten. Er kwam een oudere dame met een sandwich binnen en die stapte gelijk door naar de behandelkamer. Wij in de wachtkamer keken elkaar verwonderd aan: wat deed zij voor te dringen? Maar al gauw bleek deze dame ingezet te zijn voor de administratie. De moeder met haar zieke kind was inmiddels naar binnen en wij kregen een formulier om in te vullen. Als je geen pen bij je had, kreeg je er een van de medewerkster, niet ontsmet ofzo. Ik sta nog steeds in Nederland ingeschreven en beschik daardoor niet over de pas  die alle deuren opent: de Carte Vitale. Maar dat was geen enkel probleem, vaccins genoeg.

Het zieke kind keek een heel stuk vrolijker toen ze weer bij de dokter vandaan kwam en toen ging het los. Er werd ons verteld dat er vier mensen voor mochten want die moesten nog aan het werk. Dat gaf gemor in de gelederen, want er bleken er meer die moesten werken. Er kwamen vanuit een andere gang twee mensen die bij de huisarts naar binnenliepen. Vervolgens mocht ik, samen met een andere mevrouw, die haar buurman had meegenomen. Ik begreep dat het met deze meneer niet zo goed ging. De dokter sprak haar streng toe waarom ze hem had meegenomen nadat deze mantelzorger had  verteld dat hij gisteravond niet had gegeten en vanmorgen nog had overgegeven. Intussen werd zij door een derde persoon geprikt.

Toen was ik aan de beurt en kreeg ik een bloeddrukmeter omgeslingerd. Bloeddruk prima. Ik vertelde dat ik op 25 maart positief getest was op Covid 19 maar maar een weekje ziek geweest was. Dan waren we snel klaar: ik hoefde pas over drie maanden terug te komen voor een vaccinatie. Ik vertelde nog dat mijn huisarts in NL had gezegd dat dat na vier weken kon, maar kennelijk hebben we het hier over een verschillend virus want volgens haar was er geen noodzaak nu te prikken: ‘vous-êtes immunisée.’ Over een paar maanden met alle plezier, maar nu niet. Ik vond het prima. Ik moest in een andere wachtkamer plaatsnemen, mijn man kwam er zo aan, hij moest een kwartiertje blijven na de Pfizerprik.

Er zat nog een stel te wachten en de mantelzorger wachtte op haar buurman, die door de arts naar de wachtkamer werd teruggebracht. Hier voer ze tegen hem (en haar) uit over dat hij GEEN vet mocht eten en GEEN gasvormende groenten. Ter verduidelijking noemde ze het hele scala van broccoli tot witte kool aan toe. En wat hij dan wel at. Gezien zijn algehele broze uiterlijk leek mij dat hij niet veel voedsel tot zich nam, maar dát hij moest eten, brood of groentesoep, bijvoorbeeld, verdeeld in kleine porties over de hele dag, werd hem luid en duidelijk meegedeeld. En deze dwingende en luidruchtige vorm van hulpverlening vond ik ook best wel een beetje apart. Ook tegen man voer ze uit omdat ze zijn bloeddruk te hoog vindt (elke keer als hij haar ziet schiet die de hoogte in) en ook dat werd uitgebreid besproken waar iedereen bij zat. Na deze nieuwe ervaring stonden we na het vereiste kwartier weer buiten in de zon en mogen we in juni terugkomen.

Ter geruststelling: thuis was die bloeddruk weer prima. En maakt hij voor haar een lijstje.

dinsdag 9 maart 2021

Blauwe regen

 




 Hsiao Aristides on Unsplash


In het eerste jaar van ons verblijf in La Noblet kochten we een Blauwe Regenstruik. De Wisteria, in het Frans heet hij Glycine, vind ik echt horen bij een Frans huis. De Blauwe Regen klimt langs de gevel omhoog (ook wel geholpen met draad) en kan enorm groot worden. Daar was het eerste jaar natuurlijk weinig van te zien. De plant moest haar weg vinden en dat duurt wel even. Het tweede jaar schoot het al wel iets op, maar bloemen, ho maar. In het derde jaar bereikten de ranken de ramen op de 1e etage en nu kon ik haar ook vanuit mijn slaapkamerraam in toom houden. Maar ja, kennelijk hadden we door een verblijf in NL de bloei net gemist want ik zag bij terugkomst wel een stuk of vijf uitgebloeide trosjes. Maar hij schoot wel lekker op nu! In jaar vier zou het helemaal goed komen.

Deze winter kregen we het lumineuze idee een aanbouwtje aan de voorzijde van het huis te maken, zodat we meer ruimte voor jassen en schoeisel hebben én er aangenaam kunnen zitten in het vroege voorjaar. Nu hebben we een architect nicht in de familie en haar zetten we aan het werk zo’n erker te tekenen. Pas toen realiseerden we ons dat de Wisteria voor de uitbreiding zou moeten wijken. Dat was een beetje een domper. We tekenden de serre af op de muur en toen bleek dat we de struik naar links op konden schuiven. Daarvoor moesten we wel een hele partij narcisbollen uitgraven en mijn kruidentuintje opofferen maar dat zou toch moeten. Het was een zonnige, maar ijskoude zaterdagmiddag en de zon was nét weg daar waar wij bezig gingen, dus gelukkig kregen we het wel warm van het werk. Graven in Normandische klei is geen sinecure, er zitten ongeveer evenveel keien als klei in de grond en daarbij moet je dan ook nog de wortels van de struik ontzien dus met de houweel kun je niks beginnen. De Wisteria had goed haar best gedaan zich in de afgelopen droge zomers zo diep mogelijk te wortelen. Ik zal het geraas en getier bij het uitgraven laten voor wat het was, op enig moment opperde ik dat we ook voor 20 euro een nieuwe konden kopen, maar toen was het leed al bijna geleden en kon, door met een laatste schier bovenmenselijke krachtsinspanning de diepste wortel los te trekken, het hele zaakje 30 cm opzij gezet worden. Vervolgens nog even de rolsteiger in elkaar zetten om de plant in te korten zodat ze haar energie in nieuwe wortels kan steken en toen was het klaar.

Inmiddels had ik er een paar zaaddozen afgeknipt en die meegenomen naar binnen. Met geen mogelijkheid waren ze open te krijgen. Ik zat te lezen toen ik plotseling een soort pistoolschot hoorde en ik iets met hoge snelheid voorbij zag vliegen. Het duurde even voordat ik vond waar het vandaan kwam. Tot mijn stomme verbazing was er zo’n peul uit elkaar geknald waardoor de zaden met kracht door de keuken geslingerd waren. Gelukkig vonden we ze wel terug. Twee. We hebben nog twee van die tijdbommen op tafel liggen.

Ik heb ze in een bekertje water gedaan om sneller te ontkiemen en vandaag in een potje aarde in de kas gezet. Ik las dat het wel tien jaar kan duren voor zo’n uit zaad gewonnen plant wil bloeien. Voor deze moederstruik hopen we vooral dat zij het overleeft en ons toch binnen enkele jaren zal verrassen met overvloedige bloemtrossen. Voor haar eventuele dochters weet ik wel een paar bestemmingen.

Nu nog even goedkeuring krijgen van de gemeente van onze negentien pagina’s tellende bouwaanvraag voor 6m2 extra ruimte. Aangezien de kadastertekening van geen kanten klopt en er een nieuwe wet is die bepaalt dat iedere woning op 400 m afstand van een brandkraan óf waterbuffer moet staan kan dat nog wel eens een probleem geven, maar over een maand! weten we meer. In elk geval weten we dan wel of onze Wisteria het overleefd heeft en we ooit een vergelijkbaar plaatje kunnen zien….





Beth Macdonald on Unsplash

maandag 4 januari 2021

Nieuwe bakker

 


Ook al ben je al jaren in Frankrijk,  je blijft je verbazen over zaken die je als praktisch ingestelde Hollander heel anders aan zou pakken. Waarbij opgemerkt moet worden dat als je afleert je er druk over te maken, het in de meeste gevallen wel went.

Er is weer een bakker in het dichtstbijzijnde (6 km) dorp V. Er was al lange tijd sprake van, hij zou eerst op 1 september opengaan, toen 1 oktober en uiteindelijk is dat dan 2 januari geworden. Leek mij een verkeerde tijd, zo vlak ná de feestdagen maar ik was even vergeten dat die nog niet voorbij zijn: rond Driekoningen eet men ‘la galette des rois’, een soort zoete pastei van bladerdeeg, gevuld met verschillende ingrediënten zoals appels  of frangipane, een soort amandelspijs. In de taart verborgen zit een ‘fève’, vroeger een boon, inmiddels een porseleinen poppetje uit de kerststal of een andere figuur. De fèves zijn  een verzamelobject geworden. Als je het treft dat de fève in jouw taartpunt zit ben je de koning en mag je de rest van de dag de gouden kroon, die wordt meegeleverd met de taart, op je hoofd zetten. En een wens doen natuurlijk.

Ik bestelde zaterdag zo’n taartje (voor 8 personen, 23 euro) en ik was bepaald niet de enige, het liep storm bij de bakker. Ik nam gelijk een stokbroodje mee, de maat der dingen. We vonden ‘m een beetje compact, maar hij had wel een bite.

De commune had erg veel behoefte aan een bakker en daarom ondersteunt de gemeenschap zo’n ondernemer financieel. De bakker en zijn gezin woonden al een paar maanden in het pand, maar de bakkerij zelf verkeerde nog in dezelfde staat als waarin hij ongeveer een jaar geleden verlaten was. Tikje verveloos, dezelfde stickers op de etalageruit, dezelfde naam op het mooie uithangbord, hetzelfde lijstje met openingstijden. Eind december hing er een klein roze briefje op de deur waarop stond dat ze op 2 januari weer open gingen. Het is een heel klein winkeltje en nu met de Covid mogen er maximaal twee personen binnen zijn, maar veel meer past eigenlijk ook niet. Nieuw is het sandwichbord buiten met daarop vermeld dat je er ambachtelijk ijs kunt kopen. Ook in januari.

Zondagochtend waren we laat op, maar ik toog toch vol goede moed naar de bakker om z’n pains-au- chocolat te testen en m’n galette op te halen. Ik moest buiten aansluiten in de rij. Eenmaal binnen waren de pains-au-chocolat op en bleek je niet met je bankpas te kunnen betalen. De moeder van de bakkersvrouw was overduidelijk gestrest door het feit dat er van alles op was en ging informeren hoe het met de pains was. Dat ging nog een kwartier duren en aangezien een kwartier gemakkelijk uitloopt tot een half uur zag ik ervan af. De kleine meid van de bakkersvrouw vond het allemaal maar niks dat ze haar maman met klanten moest delen en simuleerde hevige buikpijn. Ze liet zich uiteindelijk onder luid gejammer van de werkvloer af duwen, haar handje omklemde nog even de deurpost, maar dat zag maman gelukkig. Ik heb zelf ook een winkel aan huis gehad dus ik ervoer een soort déja vu. Ik had ook geen cheque of voldoende cash bij me om de galette kunnen betalen, dus ik kon met lege handen naar huis.

Een uur later was ik weer terug, met cheque. Ik vroeg nog even voor de zekerheid naar de openingstijden en die waren, zoals al verwacht, anders dan op het bord voor het raam. Je zal toch op woensdagochtend tevergeefs voor de deur staan voor een ontbijtje terwijl er staat dat de winkel open is. Ook de naam van de bakkerij was veranderd: op de cheque mocht ik ‘Aux saveurs de V.’ invullen. Prachtig. De galette was heerlijk en smaakt naar meer.

Nu nog even een ander uithangbord, nieuwe stickers op de ramen, de kozijnen in de verf en een pinapparaat, de juiste openingstijden op de deur en dan kan de zaak open.

O, o nee, dat waren ze al.

 

woensdag 4 november 2020

 Mutuelle

Een van de onaangename taken in het leven is het afsluiten van verzekeringen. Op zoek naar een voordelige aanbieder raak je verstrikt in het enorme en onoverzichtelijke aanbod.

Ons Franse huis was al verzekerd bij Parapluie toen wij het kochten. Ik belde met Parapluie en de dame die ik aan de telefoon kreeg zou wel even langskomen. Aldus gebeurde. Een voluptueus type van  onbestemde leeftijd met perfect gelakte nagels en een iets te kleine en te korte rok stapte uit een naar mijn smaak te dure auto. Ze wiebelde op haar naaldhakken door het grind. Madame Charlier en ik hadden een langdurig gesprek waarin ze een voordeliger variant van de verzekering voorstelde en ondertussen onze gegevens allemaal probeerde in te voeren op een gammele laptop (‘Volgende week krijg ik een nieuwe’). Ze kirde en babbelde ondertussen door.  Zo begon ze over D, dat leek haar een handige man, een ‘vrai bricoleur.’ Volgens mij had ze hem drie tellen gezien, buiten. Daar had zij dé perfecte verzekering voor, voor stel, hij viel van de ladder of zaagde in zijn been. Een verzekering, speciaal voor handige senioren. Slechts 63 euro per maand. Ik sputterde nog wat maar ze zette door. Onmisbaar. Onverantwoordelijk zoiets niet te doen. Ze vertrok, met de belofte terug te keren als D. zijn Carte Vitale had. In Frankrijk dekt zo’n kaart veel, maar niet alles en daarvoor sluit je dan een aanvullende verzekering af, de zg. mutuelle. Ik kreeg het er al warm van als ik alleen maar dat woord las in de talloze Frankrijkgroepen die FB rijk is. Er zijn er misschien wel honderd mutuelles. En vind daar dan maar eens de juiste tussen. Dus dacht ik, laat Parapluie het maar voor ons uitzoeken.

Madame Charlier belde me op om te vragen of de Carte Vitale inmiddels aangekomen was en op mijn bevestigend antwoord liet ze weten de volgende dag om 1700 uur langs te komen. Inmiddels had ik de ‘accidents de la vie’ verzekering weer opgezegd, dat kan binnen veertien dagen na afsluiting. We begonnen dus al op een licht onprettige basis, want ze vond onze beslissing uiterst onverstandig. Dit liet ze herhaaldelijk weten, ‘c’est très malavisé’ terwijl ze een mutuelle voor Monsieur samenstelde. Ze bleef maar tikken op haar laptop en maakte het allemaal erg spannend. Haar stemming werd er niet beter op toen ze een mutuelle voorstelde van 113 euro per maand en wij dat veel te duur vonden. Uiteindelijk kreeg ze ons zover dat we voor een lager bedrag instapten, al had die verzekering een ‘zeer onvolledige dekking.’ Toen bleek dat ze met haar nog steeds oude laptop niet op onze Wifi kon, en er vervolgens een probleem ontstond met het invoeren van betalingsgegevens, omdat ze niets begreep van IBAN, kirde ze niet meer. Ze vertrok met volle zeilen met de belofte morgen terug te komen met een andere laptop.  Gelukkig kwam ze niet maar stuurde een week later een contract dat wij niet tekenden. Maar ondertussen had D. nog steeds geen mutuelle.

Ik vulde wat gegevens in op een vergelijkingssite en binnen het uur werd ik gebeld. Ik was net druk bezig met de voorbereidingen voor het bakken van een appeltaart.

Een goedlachse jongeman ging in sneltreinvaart van start met zijn onovertroffen aanbod voor een op het lijf geschreven mutuelle. Het duurde even voor hij begreep dat ik een Nederlandse was en dat het even wat langzamer moest. Hierop begon hij een heel verhaal over hoeveel hij van Nederland hield waarna hij voor mij onbegrijpelijke redenen in Barcelona belandde. Pas toen ik het bevrijdende ‘Van Basten’ hoorde begreep ik dat hij over voetbal had. Nu vroeg hij of ik niet liever met een Engels sprekende collega door wilde. Licht beledigd, want we waren al voorbij de geboortedatum en andere essentialia, gaf ik toe. In hoog tempo  loodste Marjorie me opnieuw door het fantastische aanbod. Je zou bijna willen dat je ziek werd, zo geweldig waren de dekkingen en de voorwaarden. Het probleem was alleen dat dit het aanbod was van Parapluie, hoewel wel 40 euro minder dan Madame Charlier ons had willen laten betalen. Ik legde haar uit dat ik dat dus niet kon doen, ik vreesde die knalrode nagels en naaldhakken als zij er achter zou komen. Schaterlachend legde zij uit dat dat echt niets uitmaakte. Zij waren nu de tussenpersoon. Maar gelukkig vond ze toch nog zomaar een maatschappij die misschien nog wel een beter aanbod had dan Parapluie! Na anderhalf uur praten was ik om en de appeltaart gaar. Vanaf 1 januari heeft D. een mutuelle die alles dekt, brillen, tanden, de hele mikmak. Zegt Marjorie. We gaan het zien. We kunnen nog terug, maar waarheen? We beschouwen ook deze hobbel als weer genomen. 

Namen zijn veranderd!

zaterdag 20 juni 2020

Caravan kopen




Hoofd Aankoop vindt dat de caravanverkoopster lijkt op ‘die mooie blonde uit Casa de Papel’ en daarmee heeft ze de strijd natuurlijk al bijna gewonnen. Ze laat er geen gras over groeien, trekt niet eens haar regenjas uit, plant ons voor haar grote beeldscherm en biedt ons geen koffie aan. Een mondkapje draagt ze niet, dus wij doen die van ons ook opgelucht weer af.

Ik heb een uitdraai van hun website bij me met daarop een tweedehands caravannetje van het formaat dat wij maximaal willen hebben. Ze weet binnen drie seconden te melden dat die is verkocht. Ze buigt zich over haar bureau om ons recht in de ogen te krijgen: was het de prijs die deze caravan aantrekkelijk maakte of is het type caravan de eerste keuze. Dat laatste is het geval. Ik krijg mijn chauffeur maar met moeite aan het rijden met een caravan en het oude beestje dat we nu hebben heeft vanaf het begin af aan zijn afkeer alleen maar aangewakkerd. Dus het moet ook absoluut geen centimeter groter kavalje worden dan 4 meter.

De volgende vraag is wat onze auto mag trekken. Veel, maar daar draaien we een beetje omheen. ‘Het is namelijk zo, ‘zegt ze streng,’ dat de meeste mensen een te grote caravan achter hun auto willen hangen. ‘Et ça, je ne supporte pas!’ Ik ben blij dat wij dat niet willen.  Ze vertelt ons nu dat ze  helemaal verslingerd is aan caravans en daarom ook de volle verantwoordelijkheid draagt van de juiste keuze voor de juiste auto. Ze moet ook wel met haar klanten door één deur kunnen. Ze praat over die klanten alsof het haar vrienden zijn.  Ondertussen wordt ze voortdurend gebeld en slaagt ze er in de gesprekken precies zo kort te houden dat je als live klant niet het gevoel krijgt dat je er een beetje voor de kat z’n viool bij zit. Praktisch elk gesprek wordt beëindigd met vele kussen en enthousiaste liefdesbetuigingen.

Inmiddels heeft ze uit de schijnbaar ordeloze stapels papieren en folders de Caravelair brochure te pakken met daarin een wel héél verleidelijke lente-aanbieding van precies het type caravan waar wij naar op zoek zijn. En laat die nu ook gewoon buiten op het plein staan! Voor we het goed en wel doorhebben staat zij al bij de deuropening van haar kantoortje en even later stappen we met gezwinde spoed naar buiten. En daar staat hij, onze toekomstige reisgenoot. Zal het dan toch nog gebeuren, dat wij een spiksplinternieuwe caravan gaan kopen?

Ze opent de deur en laat ons binnen. Tja. Nieuw, fris, bedlampjes, riant vast matras, alles topmodern (wordt even wennen), prachtig badkamertje (ze laat zien hoe je de boel kunt opklappen) en spreekt ons toe als we onderling wat dingen bespreken: ‘Ik ben hier hè? Vragen stel je niet aan elkaar, maar aan mij!’ Ze is dol op kleine caravans. Ze verkoopt ze het liefst. Kijk, er zit een vijfliter warmwatertank in, hoe gaaf is dat….’ We lopen er nog eens omheen. Wijselijk laat ik het eindoordeel over aan aan D. ‘Ça vous plait?’ Ze ziet heus wel dat we ervoor vallen. Ze vindt het nog even nodig om ons erop te wijzen dat de caravan waar we voor kwamen acht jaar oud was. We knikken.
Maar dan wil ik het toch nog even over de prijs hebben. Ik moet zeggen, ik vraag het heel voorzichtig want ik zie die bos krullen alweer woest heen en weer schudden. Ze knijpt haar lippen op elkaar, rukt het papier met de prijs en specificatie van de caravan en vraagt ons haar te volgen. In lichte draf gaan we achter haar aan. Ze bespuit haar handen nog even met gel, een detail waarvan ze weet dat wij dat zullen opmerken.

We zitten weer in het kamertje. Ze buigt zich naar me over en begint een verhaal dat ze NOOIT, nee, NOOIT korting geeft. Liever biedt ze een cadeau aan. Willen we een TV? Nee, we willen geen TV. We kijken nooit TV als we op vakantie zijn en dat willen we zo houden. Ze draait haar ogen naar boven. Dan komt het voorstel om het kentekenbewijs en alles wat daar bij komt kijken voor haar rekening te nemen en wat er dan overblijft van de prijs af te halen. Dat vinden we goed. ‘En dat doe ik alleen maar omdat u het zo heel vriendelijk gevraagd heeft, die korting! Er komen van die kerels die meteen beginnen om korting te vragen, daar ga ik HELEMAAL niet op in.’ Vuurspuwend begint ze driftig op haar toetsenbord te tikken. ‘En ik doe dit alleen maar omdat u het zo áárdig vroeg.’ We zitten elkaar een beetje beduusd aan te kijken. Maar daar is de stralende lach weer, we moeten wat informatie aanleveren, uiteraard weer het bewijs van domicilie, paspoorten etc. Bijna alles kan ik direct aan haar doormailen, ze vindt het FANTASTISCH. Ik betaal met mijn telefoon en dat heeft ze nog nooit meegemaakt dus ze maakt een foto van mijn betaling (voor de baas) en we spreken af wanneer we onze caravan gaan halen. We moeten wel stipt op tijd komen, want ze trekt een uur voor ons uit. Geen idee waarom die afspraak een uur moet duren, maar volgens haar zijn er nog een hoop dingen te bespreken.
Nu alles is afgehandeld staan we op om te vertrekken. “Ik breng u naar de uitgang!” Daar aangekomen bedanken we elkaar en wuift ze ons uit met kushanden.

De volgende ochtend stuur ik haar nog een paar noodzakelijke gegevens via de mail. De reactie komt binnen vijf minuten: MERCI BEAUCOUP C EST PARFAIT !!! BON JOURNEE A VOUS DEUX!



Ik verheug me nu al op volgende week.

woensdag 3 juni 2020

Arabella




Ik zit op de bank tv te kijken en dan gebeurt het. Vanuit een ooghoek zie ik iets bewegen. Het wordt snel groter, ik hoor het nu ook, het rent dwars de kamer door, van de ene hoek naar de andere. Ik heb al uit puur instinct m’n benen opgetrokken. Het duurt even voor ik zeker weet dat het weg is. Zich weer verstopt heeft op een plek waarvan je hoopt dat het er zal blijven. Voorgoed.

Ik heb er eens één met trillende handen en ingehouden adem gevangen in een jampot en ‘m op tafel gezet om naar te kijken. Dan werd hij vast minder eng. Maar nee. Mijn oerinstinct zei me het beest te vermoorden. Dat deed ik dan weer net niet, ik kiepte het potje achter in de tuin om en rende hard weg, zonder achterom te kijken.

En toch trad er in de jaren die volgden gewenning op. Zeker is, dat ze er altijd zijn, of jij ze nu wel of niet wilt zien. En behalve hun afzichtelijke uiterlijk hebben ze wel iets dat onze waardering kan verdienen: ze vangen insecten die wij hinderlijk vinden: (steek)vliegen en muggen. Je kunt in de weer met vliegenmepper en plakstrips, of nog veel kwalijker middelen, maar zo’n eigen terminator is natuurlijk wel top.
Het begon ermee dat ik op sommige plekken de webben liet hangen. Behalve dat het vaak onvoorstelbaar mooie objecten zijn, zitten ze je doorgaans ook helemaal niet in de weg, Onder een kast, in de tuin, in een hoek van het plafond, plekken waar je er eigenlijk geen last van hebt.  Het vereist omdenken én tijd, maar op een dag is het dan zover: je realiseert je dat je die primitieve moordlust waar het deze achtpotige griezels betreft voorbij bent en dat het fascinerende schepsels zijn. Bondgenoten in de strijd tegen echt lastige steekbeesten. Én dat deze vriend(inn)en een hoop van hun afschrikwekkende uiterlijk verliezen als we ze een naam geven.

En zo kwam het dat Arabella, de kelderspin die zich eind januari vestigde tussen de chaudière en het raamkozijn in, mocht blijven. Ze had een klein web geweven tussen haar schuilplaats en de vitrage van het raam. Als we in de buurt kwamen schoot ze schielijk haar hol in en kwam ze er voorlopig niet uit. We vroegen ons af wat ze at, zo in de winter. Veel kon het niet zijn. Tijdens het confinement verbleven we acht weken in Nederland en bij terugkeer in Normandië was Arabella er nog steeds, onveranderd. Wel had ze haar web flink uitgebreid en hing er een met zijde gesponnen zakje met slachtoffers in.

In de weken die volgden raakte Arabella aan ons gewend en schoot ze niet bij iedere beweging in de stress. Op een ochtend hing er een prachtig glanzend wit eivormig bouwsel en wij dachten: ‘ze krijgt baby’s!’ Maar nee, een paar dagen later waren er gaatjes in het ei te zien en bleek ook dit spinsel een voorraadkast. 




Inmiddels maakt Arabella dus al zeker een half jaar gebruik van haar hoekje in onze keuken. Haar onbewegelijkheid zorgt ervoor dat ze het maanden kan uithouden op weinig voedsel. Haar leven lijkt ons uiterst saai. Zo nu een dan een vlieg vangen moet wel een hoogtepunt zijn. ’s Nachts bouwt ze verder aan haar web, dat nu de hele onderkant van de vitrage beslaat. Tot onze verbazing heeft ze er, om er gemakkelijk bij te kunnen, een poort in de franje geweven. Denk eens in, de sublieme gedachtegang die de speldenknop hersens van het dier gevolgd moet hebben om dit voor elkaar te krijgen. Geen haar op mijn hoofd die er nu nog aan denkt om dit fraaie bouwsel te vernietigen.
Inmiddels is er in de gang boven de kapstok een meneer neergestreken. Zijn naam is Maurice. Wij laten de keukendeur openstaan en hopen op fysiek contact. Zeker is dat Arabella’s poort voor hem openstaat. Hoe Maurice het er daarna van af gaat brengen hangt van zijn snelheid af, maar voor het einde van de zomer verheugen we ons op een pluizenbol vol nakomelingen. Zo schattig.



dinsdag 26 mei 2020

Le canapé de mon père




Rond het jaar 2000 schafte mijn vader een nieuw bankstel aan. Na het overlijden van mijn moeder enkele jaren eerder had hij een nieuwe vriendin met een moderne smaak en zo kon het gebeuren dat hij een loeiduur, eigentijds stel met een drie-, een twee-en-halfzits bank en een hocker aanschafte van roodbruin leer. We vonden het geloof ik allemaal mooi, al vraag ik me achteraf af of ik geen commentaar had op dat leer. Praktisch was het wel, met een stel voor een deel nog jonge kleinkinderen en op enig moment ook vier honden als iedereen er was.

In 2003 kocht mijn vader het huis, dat tot dan toe in bezit was van B(r)oer, in Normandië. De voorwaarden waren dat Hoofd Verbouw en ik samen verantwoordelijk waren voor het opknappen en aankleden van het huis en met hulp van vrienden lukte dat in een sneltreinvaart. Dat verbouwen en behangen en schilderen was allemaal onze taak, mijn vader was van het opruimen en vuur stoken. Nooit heb ik hem vergenoegder gezien dan in die periode dat we daar met z’n allen aan het werk waren. Hij stopte zijn pijp, greep een hark en ging aan de slag. Hij had wel op sommige punten een wat andere insteek over hoe alles met name rondom het huis eruit moest zien. Zo vond hij een oud, vervallen stalletje dat een 100 meter verderop in het land stond een storend element in het beeld vanaf het huis, dus dat moest worden opgeruimd. Wij vonden dat juist wel authentiek maar ach, we lieten hem maar begaan. Hij had er zoveel plezier in de boel daar aan kant te krijgen.





Een nicht van hem overleed en uit de boedel kocht ik een authentiek Frans bankstel van gestreept gouden pluche met franje. Het stond perfect in de salon maar het zat voor geen meter. Dat geef ik nu toe, toen, vanwege het mooie plaatje, natuurlijk niet. Als pa en z’n vriendin kwamen zaten ze op comfortabele tuinstoelen in de keuken, want het haardvuur in de salon kregen ze ook niet aan zonder dat de hele kamer blauw stond. Maar, verder vond hij het allemaal prachtig en er was geen groter plezier denkbaar dan dat we daar allemaal tegelijk waren om te eten, drinken en te spelen.
Hij overleed in 2009 en het was voor ons geen enkele vraag wat er met La Noblet moest gebeuren: dat bleef in de familie. Zo werden mijn twee broers en ik eigenaar.


Bij het uitruimen van zijn woonhuis bleven we zitten met het bankstel. Niemand wilde het hebben, we hadden allemaal al een bank. Ik zette het op MP en er reageerde een vrouw die wel wilde komen kijken. Ze kwam met de bus uit een belendend dorp en had haar dochter van een jaar of 9 bij zich. De vrouw stak zodra ze binnen was een sigaret op, wierp nauwelijks een blik op het bankstel en bood de helft van onze vraagprijs. Meer kon ze niet betalen. Haar dochter klom op een van de banken en begon er op te springen, met haar schoenen aan. De moeder stond er glimlachend naar te kijken, ik vroeg het kind daarmee op te houden. Hier zei de moeder iets van en toen zei ik: ‘Ik wil jullie hier niet in dit huis hebben, ga weg.’ Ze begon nog te piepen over de bijstand en het kaartje voor de bus en ik heb haar 20 euro gegeven om op te rotten.

En zo kwam het bankstel toch in onze woonkamer te staan en bleek het wonderwel te passen. Het kon overal tegen. We hadden eens een nest pups, dat we op een gegeven moment kwijt waren (zeven stuks) en die bleken zich in een gat aan de onderkant van de hocker verstopt te hebben waar ze heerlijk lagen te slapen. De honden konden languit liggen of op de rugleuning zittend naar buiten kijken en je kon er met gemak met z’n vijven op zitten, het was voor ons gemaakt.
Tot we naar Frankrijk gingen verhuizen. 

Daar stond al jaren de bank die voor dit stel had moeten wijken. De grote leren bank moest nu echt weg, de kleinere paste in ons pied-à-terre. Daar stond hij twee jaar in. Om ook de kleinkinderen eens te logeren te kunnen hebben besloten we tot aanschaf van een slaapbank. Onze roodbruine bank stond nu buiten onder een afdak en er kwamen mensen via MP kijken. Om ‘m voor verkoop aantrekkelijk te maken hadden we de bank gepoetst met schoensmeer, hij zag er prachtig uit. Het waren hele áárdige mensen en ik gunde ze mijn bank.  Maar helaas, de kleur die ze in gedachten hadden was het niet.  En toen zei ik tegen Hoofd Logistiek: 'kunnen wij ‘m niet meenemen naar La Noblet?' Wij hebben een ruime VW Caddy en de bank met de hocker paste precies. Maar er bleef wel weinig ruimte over. Ik denk niet dat we ooit zo volgepropt op reis zijn gegaan.
En nu staat de bank, met de hocker waarop we allebei naast elkaar onze benen kunnen leggen in de salon. Het is er maar een beetje voller van geworden. We moeten nu wel een muur schilderen en er moeten nieuwe gordijnen komen, maar dat moest toch al.

Vandaag tekenen we het koopcontract voor La Noblet. Op dezelfde dag tekenen Oudste Dochter en Vriend voor hun nieuwe woning. En ik weet zeker dat er ergens een man tevreden z’n pijpje stopt, een glas rode wijn inschenkt en met ons proost op de aanschaf van dit bijzondere huis. Wie weet zit hij straks wel op de canapé als we terug komen van de notaris. Ik hoop het.

donderdag 14 mei 2020

Lock down




Na acht weken in Nederland te hebben doorgebracht staan we voor de Franse grens. De marechaussee kijkt ons met licht vooruitgestoken borst vorsend aan maar bezwijkt bij het zien van ons van Belangrijke Stempels voorziene document van de burgemeester, die ons als inwoner van zijn dorp beschouwt en ons daarmee de vrijgeleide gaf naar huis te rijden.


‘Ça marche,’ wordt de gezagsdrager opeens een aardige jongeman die ons ook nog bon voyage wenst. Uit het zicht geven wij elkaar een high five. Was toch wel een beetje spannend, ook in België werden we argwanend bekeken. Men vroeg of we voedingsmiddelen aan boord hadden. Spontaan verzwegen wij de potten pindakaas, pakken hagelslag en vanillevla die voor onze Franse familieleden bestemd waren. Er werd verder ook niet gecontroleerd, dat had verregaande consequenties kunnen hebben met een twee-en-halfzits canapé mét hocker aan boord en dan de rest zó logistiek ingepakt dat zelfs de blauwe bessenstruiken en andere planten de reis ongebroken konden doorstaan.

In de lente en zomer is het altijd heerlijk bij licht aan te komen en wat we zien valt niet tegen. Het grootste deel van het gras is gemaaid en de viooltjes lachen ons met hun blije gezichtjes toe. De stokoude roos die ik in maart angstig heel kort had gesnoeid op advies van experts, heeft zich daar zo tegen verzet dat zij, meters lang en zwaar beladen met bloemen (bloeiden rozen vroeger niet pas in juni?) voorover op het gazon ligt. Dat wordt klus 1, morgenochtend. De wisteria heb ik alweer niet zien bloeien en van de blauwe morgensterren, vorig jaar in grote aantallen aanwezig, is er nu nog één over. De paars bloeiende Verbena heeft het overgenomen. 



De moestuin is verdwenen, in de kas valt het mee. We gaan eerst maar eens soep eten bij B(r)oer en zijn gezin. Geen knuffels, geen zoenen, zeker voor Fransen is dat toch een hele opgave. Giechelig geven we elkaar een elleboogstoot, iets van fysiek contact heb je toch nodig.

De lockdown, met één student en één net afgestudeerde architect daar in huis heeft voor mooie dingen gezorgd: op tal van plekken zijn er stukjes moestuin en er is een grote kas geplaatst waar mooie bedden gemaakt zijn voor tomaten, courgettes, meloenen, komkommers, noem maar op. De oogst zal enorm zijn! Zo bijzonder hoeveel aardigheid neef en nicht er aan hebben hiermee bezig te zijn, ook hun moeder is er heel blij mee. Wie weet hoe zich dit allemaal nog gaat ontwikkelen.
We slapen heerlijk en dag 1 in La Noblet staat in het teken van het opbinden van mijn roos, het terugvinden van de moestuin, het klaar maken van de kas voor ontvangst van tomatenplanten en meloenen en natuurlijk ook in etappes het gras maaien, bij B(r)oer chatten met Orange omdat ons internet niet werkt en weer aan het huis wennen. Waar lagen ook alweer…….Aan het einde van de dag zijn we uitgeput. Maar wel lekker. We slapen weer als rozen.

Op dag 2 staat er al om half negen een gemaskerde man voor de deur. De problemshooter van Orange deelt ons mee dat alles weer werkt. Om wat voor reden dan ook bleek onze kabel losgeschroefd te zijn van het hoofdnetwerk. Hij begrijpt er niets van. Leuk, dat zo’n man ook wel eens iets niet begrijpt. Maar dat het werkt is natuurlijk heel fijn. Vooral omdat ons pas op 15 mei een monteur was beloofd.

’s Middags rijd ik naar Orbec voor de boodschappen. De karren staan zonder schoongemaakt te zijn onder hun abri. Iedereen die wel eens in Frankrijk is geweest weet dat daar mensen wonen die je in Nederland eigenlijk nooit ziet.  Mensen (meest mannen) van een onbestemde leeftijd tussen de 40 en de 80, in vieze en vaak gescheurde kleren (en dan bedoel ik echt vies, overal), hun voeten zonder sokken in kapotte gymschoenen gestoken, handen met zwarte nagels en die staan dan een tijdje bij die karren te klungelen voordat ze er één uitgetrokken hebben. Ik kan er niks aan doen, ruim acht weken geleden vond ik het eigenlijk helemaal geen probleem en nu trek ik gelijk m’n flesje handgel uit m’n tas om de boel eens lekker te ontsmetten. Bij de ingang zit een slimme onderneemster zelfgemaakte mondkapjes te verkopen. Ik groet haar vriendelijk, ik doe niet mee aan die verstikkende onzin. Zeker de helft van de aanwezigen in de winkel is het niet met me eens en draagt wel zo’n nattig lapje. Daarom houden ze verder ook nergens rekening mee, laten hun kar ergens staan of reiken voor je langs naar een zak aardappels. Rijst en suiker zijn grotendeels op, ik heb het idee dat de pasta’s fors in prijs gestegen zijn want daar liggen er nog best veel van. Overal hangen A4tjes met daarop de mededeling: aanraken is kopen! Maar ja, ik wil toch echt even voelen of de camembert wel rijp is. De logistiek in de winkel is verder keurig geregeld. Aansluiten op anderhalve meter, kassières met mondkapje en handschoenen én handgel tussen iedere klant. Ik word er een beetje verdrietig van. Ik was al niet zo dol op boodschappen doen en dit maakt het allemaal alleen nog maar erger. Ik hoop dat ik genoeg eten en drinken heb ingeslagen om tenminste een week door te komen zonder supermarktbezoek. 

Weer thuis heeft Hoofd Groen ook het laatste stukje van de moestuin blootgelegd en kan ik ‘m na egaliseren en wat mest gaan inrichten. Hij kan zijn werkzaamheden hervatten met het Eden-project, van een stuk braambos een voedselbosachtig paradijsje te maken, met natuurlijk genoeg plaats om daar ook leuk te kunnen zitten. Want, zoals in onze familie gevleugelde woorden zijn: ‘Het is al wat, maar het wordt ongetwijfeld hartstikke prachtig.’  Het lijkt er soms op dat het leven een loopje met je neemt, maar je hebt er zelf nog steeds een hoop over te zeggen. Of mee te doen. 



dinsdag 10 maart 2020

Een week in de Algarve


De hoogbejaarde eigenares van de authentieke koffietent waar we zijn neergestreken, komt beverig de koffie die we binnen bij haar besteld hebben brengen. Ze lacht haar op drie tanden na lege mond breed en groet ons. Later, als ik ga afrekenen, legt ze een twee euromunt en een halve op haar vlakke hand om mij uit te leggen wat ik haar schuldig ben. Ik geef haar drie euro, dat is te veel en dat wil ze teruggeven, ik wuif dat het zo goed is, de man aan de bar zegt iets tegen haar op een toon die doet vermoeden dat hij haar zoon is en ze zwaait me uit, abrigado!





Memorabel, zo’n belevenisje in een verder voor een groot deel volgebouwd en op toeristen ingestelde Algarve. We brengen er voor het eerst een week door en genieten van de ongekende heerlijkheid van een zacht klimaat en een schitterende zon na weken grauw en regen. We verblijven in de luxe ‘Quinta Bela Vida’ in de buurt van Olhos d’ Água. De gastheer is chefkok en maakt voor ons de heerlijkste gerechten, het huis is op een heuvel gelegen en biedt rondom een prachtig uitzicht. Het is wel ongeveer het meest luxueuze verblijf dat we ooit hebben meegemaakt. Olivier is gastheer tot in zijn vingertoppen en heeft oog voor ieder detail zonder erg nadrukkelijk aanwezig te zijn. Heel bijzonder.


Natuurlijk maken de Portugezen dankbaar gebruik van wat hun zo in de schoot geworpen is: schitterende stranden, prachtige kliffen en leuke haventjes. En de daarbij behorende relaxte sfeer. Je voelt je iedere dag wat meer ontspannen. Hoewel nog net winter is het er gezellig druk, met vele overwinteraars. Inmiddels heeft men ook begrepen dat hoogbouw minder fraai staat en worden er lage appartementencomplexen gebouwd waar je voor Nederlandse prijzen een condo kunt kopen. De camperplaatsen en de campings die we onderweg zien staan grotendeels vol met mensen die op een andere manier overwinteren. Mogelijkheden te over.




Tussen de middag schuiven we aan in de lokale visrestaurants waar je vis eet die ’s ochtends nog in zee zwom. Zo ook in Fuzeta, een levendig vissersplaatsje met een volle camping overwinteraars en vele smalle straten die naar de kerk en het enorme kerkhof leiden. Een experimentje met inktvis is minder geslaagd, hoewel vers gegrild is dit beest nog het best te vergelijken met een stel in elkaar gedraaide postelastieken. Maar goed, meestal valt het mee.



Een reisje naar het einde van de wereld, de Kaap São Vicente, is ook een hoogtepunt, het waait er zo hard dat je bijna opstijgt en de zee beukt op de rotsen. Later belanden we in een visrestaurant boven de visafslag. Het is er vol lokale bevolking en we eten er voortreffelijk.

De laatste dag luieren we wat rond de Quinta. Daartoe zijn we nu in staat: go with the flow, die dit land zo onnadrukkelijk uitstraalt. We lopen naar een molen door de sinaasappelboomgaarden, waar de bomen zowel bloeien als oogst dragen.  Zoals het hoort na een mooie vakantie willen we eigenlijk niet weg. Maar we hebben nu van Portugal geproefd en er zijn vast nog meer smaken. Dus: adeus!